beschikking RECHTBANK ROTTERDAM Team Jeugd zaakgegevens: C/10/647254 / JE RK 22-2537 datum uitspraak: 29 november 2022 beschikking ondertoezichtstelling in de zaak van de Raad voor de Kinderbescherming regio Rotterdam - Dordrecht , hierna te noemen: de Raad, gevestigd te Rotterdam , betreffende [naam kind1] , geboren op [geboortedatum1] 2008 te [geboorteplaats1] , hierna te noemen: [naam kind1] , [naam kind2] , geboren op [geboortedatum2] 2010 te [geboorteplaats2] , hierna te noemen: [naam kind2] . De kinderrechter merkt als belanghebbenden aan: [naam1] , hierna te noemen: de moeder, wonende te [woonplaats1] , [naam2] , hierna te noemen: de vader, wonende te [woonplaats2] . Het procesverloop Het procesverloop blijkt uit het verzoekschrift met bijlagen van de Raad van 3 november 2022, ingekomen bij de griffie op 3 november
- Op 29 november 2022 heeft de kinderrechter de zaak ter zitting met gesloten deuren behandeld. Gehoord zijn: - een vertegenwoordigster van de Raad, [naam3] , - een vertegenwoordigster van de gecertificeerde instelling Jeugdbescherming west, gevestigd te Dordrecht , hierna te noemen: de GI, [naam4] . [naam kind1] en [naam kind2] zijn in de gelegenheid gesteld hun mening kenbaar te maken. Opgeroepen en niet verschenen zijn: - de moeder, - de vader. De feiten Het ouderlijk gezag over [naam kind1] en [naam kind2] wordt uitgeoefend door de ouders. [naam kind1] en [naam kind2] wonen bij de ouders. Het verzoek De Raad heeft de ondertoezichtstelling van [naam kind1] en [naam kind2] verzocht voor de duur van twaalf maanden Het standpunt van de Raad De Raad handhaaft ter zitting het verzoek en licht dit als volgt toe. Er is sprake van een zorgelijke en complexe situatie. Onderliggend is problematiek die past bij Kinderen van Ouders met Psychische Problemen (hierna: KOPP). Een ‘stevige en robuuste’ rol van een jeugdbeschermer is noodzakelijk, waarbij de jeugdbeschermer zich dient te richten op de KOPP-problematiek en de ontwikkeling van de kinderen. Voorkomen moet immers worden dat (te veel) belast worden met de problematiek tussen de ouders. Het standpunt van de GI De GI deelt ter zitting de zorgen van de Raad en voegt daaraan het volgende toe. Er is veel hulpverlening ingezet. Hoewel er een voorzichtige positieve lijn ingezet lijkt te zijn, is de betrokkenheid van een regievoerder van belang, ook en vooral om de belangen van [naam kind1] en [naam kind2] te behartigen. Bezien moet worden wat aansluit bij de kinderen en duidelijker moet worden wat onderliggend is aan de problematiek. De beoordeling Uit de overgelegde stukken en de behandeling ter zitting blijkt dat [naam kind1] en [naam kind2] ernstig in hun ontwikkeling worden bedreigd. De ontwikkelingsbedreiging is gelegen in de opvoedingsomgeving waarin zij opgroeien. [naam kind1] en [naam kind2] kennen een belast verleden, waarin zij veel hebben meegemaakt. Er is sprake van KOPP-problematiek en de ouders kampen met persoonlijke problematiek. De moeder heeft meermaals binnen de GGZ verbleven en recent is zij opgenomen bij De Hoop voor verdere behandeling. Er bestaan zorgen over het contact tussen en de relatie van [naam kind1] en [naam kind2] met de moeder, nu zij bij De Hoop verblijft. Ook zijn er zorgen over (de onduidelijkheid over) de relatie tussen de ouders. Daarnaast zitten de ouders niet op één lijn voor wat betreft de opvoeding. Zij hebben moeite met het aansturen van [naam kind1] en [naam kind2] en zij hebben onvoldoende zicht op wat de jongens buitenshuis doen. Verder is er bij [naam kind1] sprake van gedragsproblemen op school en schoolverzuim. Hij vertoont grensoverschrijdend gedrag en pleegt strafbare feiten. Ook [naam kind2] vertoont gedragsproblemen op school. Er lijkt wel een voorzichtige positieve lijn te zijn ingezet. Zo lijkt er meer rust in de thuissituatie te zijn en lijken de ouders open te staan voor hulpverlening en bereid te zijn hieraan hun medewerking te verlenen. Desondanks blijft er sprake van een complexe situatie met forse zorgen, waarvoor de betrokkenheid van een jeugdbeschermer noodzakelijk is. Hulpverlening in het vrijwillig kader heeft tot onvoldoende resultaat geleid en de kinderrechter acht de ouders onvoldoende in staat om de ontwikkelingsbedreiging van [naam kind1] en [naam kind2] onder eigen verantwoordelijkheid te doen afwenden. Op basis hiervan, om de noodzakelijk geachte hulpverlening in te zetten, om de ouders te ondersteunen en om de belangen van [naam kind1] en [naam kind2] te behartigen, zal de kinderrechter het verzoek van de Raad toewijzen. De komende periode is het van belang dat noodzakelijk geachte hulpverlening en begeleiding worden ingezet en dat de prille positieve lijn doorzet. Uit voorgaande volgt dat is voldaan aan het wettelijke criterium genoemd in artikel 1:255 van het Burgerlijk Wetboek. De kinderrechter zal daarom [naam kind1] en [naam kind2] onder toezicht stellen voor de verzochte duur van twaalf maanden. De beslissing De kinderrechter: stelt [naam kind1] en [naam kind2] onder toezicht van de gecertificeerde instelling Jeugdbescherming west, gevestigd te Dordrecht , met ingang van 29 november 2022 tot 29 november 2023; verklaart deze beschikking uitvoerbaar bij voorraad. Deze beschikking is mondeling gegeven en in het openbaar uitgesproken op 29 november 2022 door mr. A.A.J. de Nijs, kinderrechter, in tegenwoordigheid van mr. M.G.L. van der Linden als griffier. De schriftelijke uitwerking van deze beschikking is vastgesteld op 12 december
- Hoger beroep tegen deze beschikking kan worden ingesteld: - door de verzoekers en degenen aan wie een afschrift van de beschikking is verstrekt of verzonden, binnen drie maanden na de dag van de uitspraak, - door andere belanghebbenden binnen drie maanden na de betekening daarvan of nadat de beschikking aan hen op een andere wijze bekend is geworden. Het hoger beroep moet, door tussenkomst van een advocaat, worden ingediend ter griffie van het gerechtshof Den Haag.