Rechtbank Rotterdam Team straf 1 Parketnummer: 10/001057-22 Parketnummer vordering TUL VV: 10/235719-20 Datum uitspraak: 23 december 2022 Tegenspraak Vonnis van de rechtbank Rotterdam, meervoudige kamer voor strafzaken, in de zaak tegen de verdachte: [verdachte01] , geboren te [geboorteplaats01] op [geboortedatum01], ingeschreven in de basisregistratie personen op het adres [adres01] [postcode01] [plaats01] , raadsman mr. M.R. de Kok, advocaat te Rotterdam
- Onderzoek op de terechtzitting Gelet is op het onderzoek op de terechtzitting van 23 december
- Tenlastelegging Aan de verdachte is ten laste gelegd hetgeen is vermeld in de dagvaarding. De tekst van de tenlastelegging is als bijlage I aan dit vonnis gehecht.
- Eis officier van justitie De officier van justitie mr. M.A.A. Smetsers heeft gevorderd: bewezenverklaring van het ten laste gelegde; veroordeling van de verdachte tot een taakstraf voor de duur van 120 uur; - tenuitvoerlegging van de voorwaardelijk opgelegde gevangenisstraf van 30 dagen in de zaak met parketnummer 10/235719-
- Waardering van het bewijs 4.
- Vrijspraak 4.1.
- Standpunt officier van justitie De officier van justitie acht het ten laste gelegde feit wettig en overtuigend bewezen. Hij heeft daartoe onder meer aangevoerd dat de verbalisanten hebben gezien dat de verdachte de tas met het vuurwerk en flessen met brandbare vloeistof achter een boom heeft gezet. Uit het feit dat de verdachte de tas wegzette en wegrende voordat hij werd staande gehouden, blijkt dat hij wetenschap had van de aanwezigheid van het vuurwerk en de brandbare stoffen. 4.1.
- Beoordeling De verdachte heeft verklaard dat hij de tas vlak voor zijn aanhouding van een vriend had aangenomen en dat hij toen kort in de tas heeft gekeken. De verdachte heeft toen flessen met vloeistof gezien en heeft verklaard dat hij niet wist wat daar in zat en dat hij vermoedde dat het om alcohol of siroop ging. Toen de verdachte de politie zag is hij gaan rennen, omdat hij geen identiteitsbewijs bij zich had en niet wilde riskeren dat hij op oudjaarsavond aangehouden werd. Hoewel de rechtbank twijfels heeft bij de verklaring van de verdachte, kan niet worden vastgesteld dat hij wetenschap had van de inhoud van de flessen en van de aanwezigheid van het vuurwerk in de tas. Op het moment dat de verdachte naar eigen zeggen in de tas heeft gekeken, was het immers donker buiten. Het vuurwerk, wat later een Cobra 6 bleek te zijn, lag bovendien blijkens foto’s in het dossier gedraaid in de tas waardoor dit niet goed zichtbaar was. Verder blijkt uit het proces-verbaal dat de verdachte eerst de tas heeft neergezet en pas daarna, toen hij de politie zag, is gaan rennen. Anders dan de officier van justitie heeft gesteld, kan hieruit naar het oordeel van de rechtbank niet worden afgeleid dat de verdachte wist wat er in de tas zat. Gelet op het voorgaande zal de verdachte dan ook worden vrijgesproken. 4.1.
- Conclusie Het ten laste gelegde is niet wettig en overtuigend bewezen. De verdachte wordt daarvan vrijgesproken.
- Vordering tenuitvoerlegging De officier van justitie heeft gevorderd dat de voorwaardelijke gevangenisstraf van 30 dagen die aan verdachte is opgelegd bij vonnis van 2 februari 2021, met parketnummer 10/235719-20, ten uitvoer zal worden gelegd. Nu verdachte wordt vrijgesproken, zal de vordering tot tenuitvoerlegging te worden afgewezen.
- Bijlagen De in dit vonnis genoemde bijlagen maken deel uit van dit vonnis.
- Beslissing De rechtbank: verklaart niet bewezen, dat de verdachte het ten laste gelegde feit heeft begaan en spreekt de verdachte daarvan vrij; wijst af de gevorderde tenuitvoerlegging van de bij vonnis van 2 februari 2021 met parketnummer 10/235719-20 van de politierechter van deze rechtbank aan de veroordeelde opgelegde voorwaardelijke gevangenisstraf. Dit vonnis is gewezen door mr. F.A. Hut, voorzitter, en mrs. E. IJspeerd en E.H. de Bruin, rechters, in tegenwoordigheid van mr. L.C. Suiker, griffier, en uitgesproken op de openbare terechtzitting op de datum die in de kop van dit vonnis is vermeld. Bijlage I Tekst tenlastelegging Aan de verdachte wordt ten laste gelegd dat hij op of omstreeks 31 december 2021 te Rotterdam, ter voorbereiding van het misdrijf waarop naar de wettelijke omschrijving een gevangenisstraf van acht jaren of meer is gesteld, te weten het teweeg brengen van een ontploffing en/of het stichten van brand, terwijl daarvan gemeen gevaar voor goederen en/of levensgevaar en/of gevaar voor zwaar lichamelijk letsel voor een ander te duchten is (als omschreven in artikel 157 Wetboek van Strafrecht), opzettelijk voorwerpen en/of stoffen, te weten - meerdere, althans een, plastic fles(sen) met daarin benzine, althans een brandbare stof en/of - een, stuk zwaar knalvuurwerk, te weten een Cobra 6, welk stuk zwaar knalvuurwerk op een plastic fles met daarin benzine, althans een brandbare stof, was bevestigd/geplaatst, bestemd tot het begaan van dat misdrijf, heeft verworven, vervaardigd, ingevoerd, doorgevoerd, uitgevoerd en/of voorhanden heeft gehad; ( art 46 lid 1 Wetboek van Strafrecht )