RECHTBANK ROTTERDAM locatie Rotterdam zaaknummer: 9906352 CV EXPL 22-16533 datum uitspraak: 9 september 2022 Vonnis van de kantonrechter in de zaak van Inbev Nederland N.V. , vestigingsplaats: Breda, eiseres, gemachtigde: [naam01] , PVU Gerechtsdeurwaarders, tegen [gedaagde01] h.o.d.n. [naam horecagelegenheid01] , woonplaats: [woonplaats01] , gedaagde, die zelf procedeert. Partijen worden hierna ‘Inbev’ en ‘ [gedaagde01] ’ genoemd. 1 De procedure 1.
- Het dossier bestaat uit de volgende processtukken: de dagvaarding van 23 mei 2022, met bijlagen; het antwoord, met bijlagen; de brieven van 20 juni 2022 waarin een mondelinge behandeling is bepaald. 1.
- Op 12 juli 2022 is de zaak tijdens de mondelinge behandeling besproken met [naam01] een [naam02] , beiden voor Inbev. 2 De feiten 2.
- Op grond van een tussen partijen gesloten huurovereenkomst (onder)verhuurt Inbev aan [gedaagde01] de horeca bedrijfsruimte aan de [adres01] te Rotterdam, waarin [naam horecagelegenheid01] wordt geëxploiteerd. 2.
- Daarnaast heeft Inbev op grond van een tussen partijen gesloten drankafname-overeenkomst leveranties gedaan aan [gedaagde01] . 2.
- [gedaagde01] heeft een betalingsachterstand laten ontstaan, zowel wat betreft huur als ten aanzien van leveranties. 2.
- Inbev heeft geprobeerd de openstaande bedragen te incasseren. 3 Het geschil 3.
- Inbev eist samengevat om bij vonnis, uitvoerbaar bij voorraad: de huurovereenkomst te ontbinden; [gedaagde01] te veroordelen tot ontruiming en de gehuurde bedrijfsruimte ter beschikking te stellen van Inbev; [gedaagde01] te veroordelen tot betaling aan Inbev ter zake van huurachterstand van: primair: € 96.491,87 (inclusief de reeds verschenen contractuele boete van € 5.700,00); subsidiair: € 90.791,87 te vermeerderen met de wettelijke handelsrente vanaf de vervaldata van iedere huurtermijn tot aan de dag van algehele voldoening; meer subsidiair: € 90.791,87 te vermeerderen met de wettelijke rente vanaf de vervaldata van iedere huurtermijn tot aan de dag van algehele voldoening;
- [gedaagde01] te veroordelen tot betaling aan Inbev van de te vervallen huurpenningen van € 5.003,81 (behoudens de overeengekomen huurverhoging/-indexering), voor elke maand of gedeelte daarvan vanaf 1 juni 2022 tot de datum van de ontbinding van de huurovereenkomst, te vermeerderen met: primair: € 300,00 per maand aan contractuele boete; subsidiair: de wettelijke handelsrente; meer subsidiair: de wettelijke rente; vanaf de vervaldata van iedere huurtermijn tot aan de dag van algehele voldoening;
- [gedaagde01] te veroordelen tot betaling aan Inbev van € 5.003,81 (behoudens de overeengekomen huurverhoging/-indexering) aan schade-/gebruiksvergoeding voor elke maand of gedeelte daarvan dat [gedaagde01] vanaf de datum van de ontbinding van de huurovereenkomst in gebreke blijft de bedrijfsruimte te ontruimen, te vermeerderen met: primair: € 300,00 per maand aan contractuele boete; subsidiair: de wettelijke handelsrente; meer subsidiair: de wettelijke rente; vanaf de vervaldata van de schade-/gebruiksvergoeding tot aan de dag van algehele voldoening;
- [gedaagde01] te veroordelen tot betaling aan Inbev van € 5.003,81 (behoudens de overeengekomen huurverhoging/-indexering) aan schadevergoeding per maand vanaf de ontruiming van het gehuurde tot en met 31 maart 2025, het moment waarop de huurovereenkomst contractueel eindigt, dan wel de datum waarop Inbev een andere gelijkwaardige huurder heeft gevonden voor het gehuurde;
- [gedaagde01] te veroordelen tot betaling aan Inbev ter zake van leveranties van: primair: € 2.094,18 (inclusief de reeds verschenen rente van € 382,02), te vermeerderen met de wettelijke handelsrente over € 1.712,16 vanaf 3 mei 2022 tot aan de dag van algehele voldoening; subsidiair: € 1.712,16 te vermeerderen met de wettelijke rente vanaf de vervaldata van iedere factuur tot aan de dag van algehele voldoening;
- primair: te verklaren voor recht dat de drankafnameovereenkomst tussen partijen beëindigd is op 1 juni 2022; subsidiair: de drankafnameovereenkomst tussen partijen te beëindigen;
- [gedaagde01] te veroordelen tot betaling aan Inbev van het restant van de sponsoring fee: primair: € 2.708,33, te vermeerderen met de wettelijke handelsrente vanaf 1 juni 2022 tot aan de dag van algehele voldoening; subsidiair: € 2.708,33 te vermeerderen met de wettelijke rente vanaf 1 juni 2022 tot aan de dag van algehele voldoening; meer subsidiair: een in goede justitie te bepalen bedrag, te vermeerderen met primair de wettelijke handelsrente of subsidiair de wettelijke rente, vanaf een in goede justitie te bepalen datum;
- [gedaagde01] te veroordelen tot betaling aan Inbev van € 1.700,04 aan buitengerechtelijke incassokosten;
- [gedaagde01] te veroordelen in de proceskosten, met rente. 3.
- Inbev legt aan haar eis ten grondslag dat [gedaagde01] tekort geschoten is in de nakoming van verbintenissen tot betaling op grond van de huurovereenkomst en verrichte leveranties. Geprobeerd is om de openstaande bedragen te incasseren, maar dat is niet gelukt. Daarom vordert Inbev betaling van de openstaande bedragen en gemaakte buitengerechtelijke incassokosten. De hoogte van de huurachterstand rechtvaardigt ontbinding van de huurovereenkomst. Daarnaast vordert Inbev betaling van de huur tot aan de datum van ontbinding en betaling van bedragen gelijk aan de maandelijkse huur als schadevergoeding. Voorts stelt Inbev dat de huurovereenkomst en de drankafnameovereenkomst onlosmakelijk met elkaar verbonden zijn en dat de huurachterstand dus tevens reden is om de drankafnameovereenkomst op te zeggen, wat in de dagvaarding gedaan is per 1 juni
- In verband hiermee eist Inbev een verklaring voor recht dat de drankafnameovereenkomst is beëindigd op die datum. Ook stelt Inbev dat voor € 12.500,- aan sponoring is verstrekt voor de duur van 60 maanden. Omdat van die duur 13 maanden resteren vordert Inbev € 2.708,
- 3.
- [gedaagde01] is het niet eens met de eis. 3.
- De stellingen van partijen worden hierna, voor zover nodig in het kader van de beoordeling van de eis, nader besproken. 4 De beoordeling huurachterstand en boete 4.
- Niet is in geschil dat [gedaagde01] een huurachterstand heeft laten ontstaan. Door de huur van (thans) € 5.003,81 per maand over vele maanden niet te betalen, bedroeg de huurachterstand tot en met mei 2022 € 90.791,
- Onbestreden is ook dat [gedaagde01] in verband met de huurachterstand € 5.700,- aan contractuele boete verschuldigd is geworden aan Inbev. De som van deze bedragen is € 96.491,
- 4.
- [gedaagde01] voert aan een brief te hebben gezonden aan Inbev, waarin gevraagd is om een oplossing in verband met inkomstenderving als gevolg van de coronamaatregelen. Dat kan hem in deze procedure echter niet baten, want Inbev heeft gemotiveerd gesteld dat zij hem op 16 februari 2022 en op 9 maart 2022 heeft aangeschreven en gevraagd heeft om gegevens om een mogelijke huurkorting te kunnen berekenen, onder verwijzing naar het arrest van de Hoge Raad van 24 december 2021 , maar dat een reactie van [gedaagde01] is uitgebleven. Bij antwoord is niet alsnog verzocht om hieraan uitvoering te geven en heeft [gedaagde01] bedoelde gegevens ook niet aangeleverd. Terzake hiervan is ook geen tegeneis ingesteld. Bij de mondelinge behandeling is [gedaagde01] niet verschenen, zodat hij deze gelegenheid om verweer te voeren niet heeft aangegrepen om alsnog een beroep te doen op coronakorting. 4.
- Daarom wordt het onder 3 primair gevorderde bedrag van € 96.491,87 toegewezen. ontbinding huurovereenkomst en ontruiming 4.
- Het onder 1 en 2 gevorderde wordt toegewezen, want de hoogte van de huurachterstand rechtvaardigt ontbinding van de huurovereenkomst. [gedaagde01] wordt veroordeeld tot ontruiming van het gehuurde. na de dagvaarding vervallen huur 4.
- De onder 4 gevorderde huur van € 5.003,81 per maand vanaf 1 juni 2022 tot aan de datum van ontbinding van de huurovereenkomst wordt toegewezen, plus de boete van € 300,- per maand voor iedere maand dat [gedaagde01] te laat is geweest met de betaling van de huur. schade-/gebruiksvergoeding tot aan ontruiming 4.
- De onder 5 gevorderde schade/gebruiksvergoeding van € 5.003,81 per maand vanaf de ontbinding van de huurovereenkomst tot aan de datum van ontruiming van het gehuurde wordt toegewezen, zij het niet vermeerderd met de boete of de wettelijke handelsrente, maar met de wettelijke rente ex artikel 6:119 BW vanaf de maand oktober
- Dit betreft geen schade uit de huurovereenkomst, die is immers ontbonden, maar schade uit onrechtmatige daad zolang [gedaagde01] het gehuurde zonder recht of titel onder zich houdt. schade-/gebruiksvergoeding vanaf ontruiming 4.
- Het onder 6 gevorderde omvat vergoeding van schade bestaande uit gederfde huurinkomsten over de tijd dat de huurovereenkomst, indien niet ontbonden, zou hebben voortgeduurd. Over de periode nadat ontruiming heeft plaats gehad is begroting van die schade op grond van de beschikbare gegevens niet mogelijk. Daarom zal de kantonrechter ambtshalve wat dit deel van de schade betreft [gedaagde01] veroordelen tot schadevergoeding op te maken bij staat. leveranties 4.
- Inbev heeft onderbouwd gesteld dat zij voor € 1.712,16 aan onbetaald gebleven leveranties heeft gedaan aan [gedaagde01] , die dat onvoldoende gemotiveerd heeft betwist. Daarom wordt het bedrag van € 1.712,16 toegewezen plus de al vervallen handelsrente daarover ten belope van € 382,02 en de handelsrente over € 1.712,16 vanaf 3 mei
- beëindiging drankafnameovereenkomst 4.
- Op de drankafnameovereenkomst zijn de Algemene Voorwaarden van Inbev Nederland N.V., versie 2018-1, (hierna: de Algemene Voorwaarden) van toepassing verklaard. In artikel 1.16 lid 1 van de Algemene Voorwaarden is - verkort weergegeven - bepaald dat, ingeval een overeenkomst of een uit een overeenkomst voortvloeiende verbintenis voor (on)bepaalde tijd is aangegaan, Inbev steeds bevoegd is, om welke reden dan ook, deze overeenkomst of verbintenis onmiddellijk op te zeggen. In de dagvaarding heeft Inbev aan [gedaagde01] te kennen gegeven van deze bevoegdheid gebruik te maken en de drankafnameovereenkomst per 1 juni 2022 te beëindigen. Gelet op het vorenstaande kan dat en [gedaagde01] heeft hiertegen geen verweer gevoerd. Daarom wordt ervan uitgegaan dat het door Inbev beoogde rechtsgevolg is ingetreden en dat de drankafnameovereenkomst beëindigd is op 1 juni
- Gelet hierop wordt de onder 8 primair gevorderde verklaring voor recht gegeven. sponsoring fee 4.
- In de drankafnameovereenkomst heeft Inbev zich bereid verklaard om aan [gedaagde01] sponsoring te verstrekken ten belope van € 12.500,-, waarbij bepaald is dat deze bijdrage beschouwd zou worden als vooruitbetaling voor een periode van 60 maanden. Voor het geval dat deze overeenkomst tussentijds zou worden beëindigd, is bepaald dat [gedaagde01] dan per direct het nog niet afgeschreven gedeelte van deze bijdrage aan Inbev verschuldigd zou zijn. Niet weersproken is dat van die periode van 60 maanden nog 13 maanden resteren, zodat Inbev aanspraak kan maken op € 2.708,33 (13/60 x € 12.500,-) met wettelijke handelsrente vanaf 1 juni
- Daarom wordt het onder 9 gevorderde bedrag van € 2.708,33 toegewezen, met de rente. buitengerechtelijke incassokosten 4.
- De buitengerechtelijke incassokosten van € 1.700,04 worden als onbestreden toegewezen. proceskosten 4.
- [gedaagde01] krijgt ongelijk en moet daarom de proceskosten betalen. De kantonrechter stelt deze kosten aan de kant van Inbev ot vandaag vast op € 115,25 aan dagvaardingskosten, € 1.384,- aan griffierecht en € 1.744,- aan salaris voor de gemachtigde (2 punten x € 872,- tarief). Dit is totaal € 3,243,
- Voor kosten die Inbev maakt na deze uitspraak moet [gedaagde01] ook een bedrag betalen van € 124,- (1/2 punt x € 872,- tarief met maximum € 124,-). Hier kan nog een bedrag bijkomen voor de betekening van de uitspraak. In dit vonnis hoeft hierover geen aparte beslissing te worden genomen (ECLI:NL:HR:2022:853). uitvoerbaarheid bij voorraad 4.
- Dit vonnis wordt, zoals gevorderd, uitvoerbaar bij voorraad verklaard. 5 De beslissing De kantonrechter: 5.
- veroordeelt [gedaagde01] om aan Inbev te betalen: € 96.491,87 aan achterstallige huur berekend tot en met de maand mei 2022 en contractuele boete; € 2.094,18 in verband met leveranties en reeds verschenen rente, te vermeerderen met de wettelijke handelsrente over € 1.712,16 vanaf 3 mei 2022 tot aan de dag van algehele voldoening; € 2.708,33 aan restant sponsoring fee, te vermeerderen met de wettelijke handelsrente daarover vanaf 1 juni 2022 tot aan de dag van algehele voldoening; € 1.700,04 aan buitengerechtelijke incassokosten; 5.
- ontbindt de tussen partijen bestaande huurovereenkomst betreffende de bedrijfsruimte bestaande uit horeca bedrijfsruimte en kelder, kadastraal bekend gemeente Rotterdam, 4e afdeling sectie AH nummer [nummer01] met aanhorigheden, staande en gelegen te ( [postcode01] ) Rotterdam aan het adres [adres01] , en veroordeelt [gedaagde01] om binnen 14 dagen na betekening van dit vonnis het gehuurde te ontruimen met alle personen en zaken die zich vanwege hem daar bevinden en het gehuurde onder overgave van de sleutels ter beschikking van Inbev te stellen; 5.
- veroordeelt [gedaagde01] om aan Inbev te betalen € 5.003,81 (behoudens de overeengekomen huurverhoging/-indexering) per maand met ingang van de maand juni 2022 tot en met de datum van ontbinding van de huurovereenkomst, te vermeerderen met de contractuele boete van € 300,- voor iedere maand dat [gedaagde01] te laat is geweest met betaling van de huur tot en met de maand september 2022; 5.
- veroordeelt [gedaagde01] om aan Inbev te betalen € 5.003,81 (behoudens de overeengekomen huurverhoging/-indexering) per maand met ingang van de datum van ontbinding van de huurovereenkomst, te vermeerderen met de wettelijke rente ex artikel 6:119 BW daarover vanaf de maand oktober 2022 tot aan de dag van algehele voldoening; 5.
- veroordeelt [gedaagde01] , over de periode nadat de ontruiming heeft plaatsgevonden tot aan het moment dat Inbev het pand aan een ander heeft verhuurd, echter ten laatste tot 31 maart 2025, tot betaling aan Inbev van een schadevergoeding op te maken bij staat; 5.
- verklaart voor recht dat de drankafnameovereenkomst tussen partijen beëindigd is op 1 juni 2022; 5.
- veroordeelt [gedaagde01] in de proceskosten, aan de kant van Inbev tot vandaag vastgesteld op € 3,243,25; 5.
- verklaart dit vonnis uitvoerbaar bij voorraad; 5.
- wijst het meer of anders gevorderde af. Dit vonnis is gewezen door mr. E.A. Vroom en in het openbaar uitgesproken. 465 ECLI:NL:HR:2021:1974.