← Nederland

ECLI:NL:RBROT:2022:12295

RECHTBANK ROTTERDAM zaaknummer: 9599094 CV EXPL 21-42430 uitspraak: 29 april 2022 vonnis van de kantonrechter in de zaak van [naam eiseres] , handelend onder de naam [handelsnaam 1], die woont in [woonplaats 1] (gemeente [gemeente] ), eiseres, gemachtigde: [naam gemachtigde] , tegen [naam gedaagde] , handelend onder de naam [handelsnaam 2], die woont in [woonplaats 2] , gedaagde, die procedeert zonder juridische bijstand. Partijen worden hierna ‘ [naam eiseres] ’ en ‘ [naam gedaagde] ’ genoemd. 1De procedure In het dossier zitten deze stukken: de dagvaarding met bijlagen van 20 december 2021; de reactie daarop van [naam gedaagde] van 27 december 2021; de conclusie van repliek van 1 maart 2022; de reactie daarop van [naam gedaagde] van 27 maart 2022. 2Het geschil en de beoordeling daarvan 2.1 [naam eiseres] heeft een pelgrimstocht bij [naam gedaagde] geboekt. Zij heeft hier € 5.450,- voor betaald. [naam eiseres] heeft de reis moeten annuleren. Deze annulering is door [naam gedaagde] geaccepteerd. Hij zou de aanbetaling terugbetalen, maar dat is niet gebeurd. [naam eiseres] vordert daarom veroordeling van [naam gedaagde] tot terugbetaling van het door haar betaalde bedrag, met rente, met € 647,50 aan buitengerechtelijke incassokosten en met veroordeling van [naam gedaagde] in de kosten van de procedure. 2.2 [naam gedaagde] erkent de vordering. De vordering wordt daarom toegewezen. Het feit dat [naam gedaagde] de vordering zoals hij stelt op dit moment niet kan betalen is geen reden om de vordering af te wijzen. Als [naam gedaagde] een betalingsregeling met [naam eiseres] wil treffen moet hij daarvoor contact opnemen met de gemachtigde van [naam eiseres] . 2.3 [naam gedaagde] erkent de vordering en moet daarom in deze zaak gezien worden als de partij die geen gelijk gekregen heeft. [naam gedaagde] wordt daarom veroordeeld in de kosten van de procedure. 2.4 Dit vonnis wordt zoals [naam eiseres] vordert ‘uitvoerbaar bij voorraad’ verklaard. Dit betekent dat als deze zaak aan een hogere rechter wordt voorgelegd, [naam eiseres] in afwachting van de uitspraak van die hogere rechter, wel alvast kan afdwingen dat [naam gedaagde] voldoet aan waartoe hij wordt veroordeeld in dit vonnis. 3De beslissing De kantonrechter: - veroordeelt [naam gedaagde] om € 5.450,- aan [naam eiseres] te betalen, met rente als bedoeld in artikel 6:119 Burgerlijk Wetboek vanaf 1 oktober 2021 tot aan de dag waarop het bedrag volledig is betaald; - veroordeelt [naam gedaagde] om € 647,50 aan buitengerechtelijke incassokosten aan [naam eiseres] te betalen; - veroordeelt [naam gedaagde] in de kosten van de procedure, tot aan deze uitspraak aan de kant van [naam eiseres] vastgesteld op € 106,96 aan kosten voor de dagvaarding, € 240,- aan griffierecht en € 622,- aan salaris voor haar gemachtigde en voor het geval [naam gedaagde] niet binnen veertien dagen na hierover van [naam eiseres] een brief gekregen te hebben vrijwillig aan dit vonnis voldoet, begroot op € 124,- aan nasalaris, te vermeerderen met betekeningskosten als betekening van dit vonnis plaatsvindt; - verklaart dit vonnis uitvoerbaar bij voorraad. Dit vonnis is gewezen door mr. M. Fiege en uitgesproken ter openbare terechtzitting. 686

🔗 Naar officiële bron

AI-uitleg op basis van de officiële wettekst. Indicatief, vervangt geen juridisch advies.