RECHTBANK ROTTERDAM Team Jeugd Zaaknummer: C/10/629942 / JE RK 21-3200 Datum uitspraak: 17 februari 2022 Beschikking in de zaak van TRIBUNAL POUR ENFANTS te ALBI, hierna te noemen: de jeugdrechtbank te Albi, gevestigd te Albi (Frankrijk), betreffende [naam minderjarige 1] , geboren op [geboortedatum minderjarige 1] 2008 te [geboorteplaats minderjarige 1] ( [geboorteland minderjarige] ), hierna te noemen: [voornaam minderjarige 1] , [naam minderjarige 2] , geboren op [geboortedatum minderjarige 2] 2011 te [geboorteplaats minderjarige 2] ( [geboorteland minderjarige] ), hierna te noemen: [voornaam minderjarige 2] . De kinderrechter merkt als belanghebbenden aan: [naam moeder] , hierna te noemen: de moeder, niet ingeschreven in de Basisregistratie Personen, laatst opgegeven postadres: [adres] , [postcode] [woonplaats] (Nederland), advocaat: mr. R. Shahbazi, te ‘s-Gravenhage, [naam vader] , hierna te noemen: de vader, niet ingeschreven in de Basisregistratie Personen (hierna: BRP), laatst opgegeven postadres: [adres] , [postcode] [woonplaats] (Nederland), advocaat: mr. R. Shahbazi, te ’s-Gravenhage. In zijn adviserende en/of toetsende taak wordt in de procedure betrokken: de Raad voor de Kinderbescherming regio Rotterdam-Dordrecht, hierna te noemen: de Raad, gevestigd te Rotterdam (Nederland). Het procesverloop Het verloop van de procedure blijkt uit: - de beschikking van deze rechtbank van 17 januari 2022 en de daaraan ten grondslag liggende stukken; - de brief van de moeder, ongedateerd, ingekomen bij de griffie op 20 januari 2022; - de brief van de moeder van 26 januari 2022, ingekomen bij de griffie op 9 februari 2022; - het e-mailbericht van de moeder van 8 februari 2022, ingekomen bij de griffie op dezelfde datum; - de brief met bijlagen van de advocaat van de ouders van 16 februari 2022, ingekomen bij de griffie op dezelfde datum. Op 17 februari 2022 heeft de mondelinge behandeling plaatsgevonden en heeft de kinderrechter de zaak met gesloten deuren behandeld. Verschenen zijn:- de ouders, bijgestaan door hun advocaat;- een vertegenwoordigster van de Raad, [naam vertegenwoordigster] . De feiten Het ouderlijk gezag over [voornaam minderjarige 1] en [voornaam minderjarige 2] berust in beginsel bij de ouders, maar is geschorst bij bevel van de kinderrechter in de jeugdrechtbank te Albi (hierna: de Franse kinderrechter) van 9 april 2021. Bij arrest van 22 mei 2021 van het Hof van Beroep van Toulouse is de beslissing van de Franse kinderrechter van 30 juli 2020, waarin de uithuisplaatsing van [voornaam minderjarige 1] en [voornaam minderjarige 2] is verlengd, bekrachtigd. Bij vonnis van 29 juli 2021 heeft de Franse kinderrechter de uithuisplaatsing van [voornaam minderjarige 1] en [voornaam minderjarige 2] verlengd tot en met 31 juli 2022. [voornaam minderjarige 1] en [voornaam minderjarige 2] verblijven in “Maison d'Enfants La Landelle” te Palleville (Frankrijk). Bij beschikking van de kinderrechter van de rechtbank Rotterdam op 17 januari 2022 is het verzoek aangehouden in afwachting van nadere informatie. Het verzoek De Franse kinderrechter heeft in voormeld vonnis van 29 juli 2021 aangekondigd contact op te nemen met haar Nederlandse collegae voor de overdracht van de opvang van [voornaam minderjarige 1] en [voornaam minderjarige 2] naar Nederland en een zo spoedig mogelijke terugkeer van de kinderen naar hun land van herkomst. De Franse kinderrechter heeft vervolgens de Nederlandse rechter op 25 oktober 2021 verzocht de bevoegdheid over [voornaam minderjarige 1] en [voornaam minderjarige 2] te aanvaarden, overeenkomstig artikel 15 van de Verordening (EG) nr. 2201/2003 betreffende de bevoegdheid en de erkenning en tenuitvoerlegging van beslissingen inzake huwelijkszaken en inzake de ouderlijke verantwoordelijkheid en tot intrekking van de verordening (EG) 1347/2000 (hierna: Brussel II-bis). Het standpunt van de ouders De ouders stemmen in met het verzoek. De beoordeling Het wettelijk kader Artikel 15, Brussel II-bis biedt – kort gezegd – het gerecht dat bevoegd is te beslissen in een zaak met betrekking tot de ouderlijke verantwoordelijkheid de mogelijkheid om die zaak over te dragen naar een gerecht van een andere lidstaat indien naar hun inzicht een gerecht van een andere lidstaat waarmee het kind een bijzondere band heeft, beter in staat is de zaak of een specifiek onderdeel daarvan te behandelen. Voor een dergelijke overdracht kunnen twee wegen worden bewandeld. Het gerecht kan de behandeling van de zaak aanhouden en de partijen uitnodigen om een daartoe strekkend verzoek te richten aan het gerecht van die andere lidstaat (lid 1, sub
AI-uitleg op basis van de officiële wettekst. Indicatief, vervangt geen juridisch advies.