Rechtbank ROtterdam Team straf 2 VI-zaaknummer: 99/000191-40 Parketnummer: 10/224151-20 Datum uitspraak: 3 maart 2022 Beslissing van de meervoudige kamer voor strafzaken van de rechtbank in de zaak tegen de veroordeelde [naam veroordeelde] , geboren te [geboorteplaats veroordeelde] op [geboortedatum veroordeelde] , ingeschreven in de basisregistratie personen op het adres: [adres veroordeelde] , [postcode veroordeelde] te [woonplaats veroordeelde] , raadsman mr. A.A. Nunnikhoven, advocaat te Tilburg. Opgelegde straf Bij onherroepelijk geworden vonnis van de meervoudige kamer van deze rechtbank van 24 december 2020 is aan de veroordeelde een gevangenisstraf opgelegd voor de duur van 24 (vierentwintig) maanden, met aftrek van voorarrest. Bij beslissing van deze rechtbank van 9 december 2021 is een eerder ingediende vordering tot het achterwege blijven van de voorwaardelijke invrijheidstelling van de veroordeelde afgewezen. De veroordeelde is op 30 december 2021 voorwaardelijk in vrijheid gesteld. Als (bijzondere) voorwaarden zijn gesteld: - de veroordeelde pleegt geen strafbare feiten; - de veroordeelde is op vooraf vastgestelde tijdstippen aanwezig op zijn verblijfadres. De reclassering stelt de precieze tijdstippen vast in overleg met de veroordeelde en afhankelijk van de dagbesteding. Bij de start hoeft de veroordeelde op doordeweekse dagen met dagbesteding een aaneengesloten blok van minimaal 12 uur en maximaal 17 uur niet op het verblijfadres te zijn. In de weekenden heeft de veroordeelde een aaneengesloten blok van minimaal 4 uur en maximaal 17 uur per dag vrij te besteden. De veroordeelde werkt mee aan elektronische monitoring op dit locatiegebod. Het huidige verblijfsadres is [adres veroordeelde] , [postcode veroordeelde] te [woonplaats veroordeelde] . Een ander adres voor het locatiegebod is alleen mogelijk als de reclassering daarvoor toestemming geeft; - de veroordeelde meldt zich binnen drie werkdagen na invrijheidstelling bij [naam GGZ-instelling] , op het adres [adres] te [plaats] . De veroordeelde blijft zich melden bij de reclassering, zolang en zo vaak de reclassering dat nodig vindt. Deze meldplicht heeft tot doel de veroordeelde te kunnen begeleiden bij en controleren op de naleving van de opgelegde bijzondere voorwaarden; - indien uit diagnostiek blijkt dat klinische behandeling geïndiceerd is, laat de veroordeelde zich gedurende de proeftijd op nemen in een nader te bepalen zorginstelling. De veroordeelde houdt zich aan de huisregels en de aanwijzingen die de zorgstelling geeft voor de behandeling. Als de reclassering een overgang naar ambulante zorg, begeleid wonen of maatschappelijke opvang gewenst vindt, werkt de veroordeelde mee aan de indicatiestelling en plaatsing; - de veroordeelde werkt mee aan diagnostisch onderzoek. Indien uit diagnostiek blijkt dat ambulante behandeling geïndiceerd is, laat de veroordeelde zich gedurende de proeftijd behandelen door een nader te bepalen zorginstelling, op tijden en plaatsen als door of namens die zorgverlener wordt aangegeven. De veroordeelde houdt zich aan de huisregels en de aanwijzingen die de veroordeelde in het kader van die behandeling door of namens de behandelaar worden gegeven. Ten behoeve van crisis, detoxificatie, stabilisatie, observatie en/of diagnostiek kortdurend klinisch dient de veroordeelde zich te laten opnemen voor de duur van maximaal 7 weken; - de veroordeelde werkt mee aan of spant zich actief in voor (een traject gericht op) het verkrijgen en het behouden van woonruimte en een structurele en zinvolle (betaalde) dagbesteding; - de veroordeelde toont een open, gemotiveerde en meewerkende houding met betrekking tot het toezicht en de bijzondere voorwaarden; - de veroordeelde werkt mee aan bloedonderzoek en/of urineonderzoek en/of een ander controlemiddel om het middelengebruik te controleren. De reclassering bepaalt met welke controlemiddelen en hoe vaak de veroordeelde wordt gecontroleerd; - de veroordeelde toont openheid van zaken ten aanzien van zijn financiële situatie. Indien geïndiceerd werkt de veroordeelde mee aan het aflossen van zijn schulden en het treffen van afbetalingsregelingen, ook als dit inhoudt meewerken aan schuldhulpverlening in het kader van de Wet Schuldsanering Natuurlijke Personen. De aan de voorwaardelijke invrijheidstelling verbonden proeftijd is ingegaan op 30 december 2021 en bedraagt 365 dagen. Bij beslissing van de rechter-commissaris van 14 februari 2020 is de vordering tot schorsing van de voorwaardelijke invrijheidstelling afgewezen. Vordering Op 10 februari 2022 heeft het openbaar ministerie een vordering ingediend tot herroeping van de voorwaardelijke invrijheidstelling, wegens het niet naleven van de voorwaarden. Bij de vordering is overgelegd het rapport d.d. 9 februari 2022 van GGZ [naam GGZ-instelling] [plaats] (hierna: de reclassering). Op 1 maart 2022 is nog ontvangen een e-mail van GGZ [naam GGZ-instelling] met daarin de laatste stand van zaken. Onderzoek van de zaak Het onderzoek van de zaak heeft plaatsgevonden op de openbare terechtzitting van 3 maart
AI-uitleg op basis van de officiële wettekst. Indicatief, vervangt geen juridisch advies.