← Nederland

ECLI:NL:RBROT:2022:3139

RECHTBANK ROTTERDAM zaaknummer: 9695807 VZ VERZ 22-1385 uitspraak: 8 april 2022 beschikking van de kantonrechter, zitting houdende te Rotterdam in de zaak van: [verzoekster], wonende te [woonplaats verzoekster], verzoekster, gemachtigde: mr. L. Akkanat, tegen de naamloze vennootschap TVM Verzekeringen, (mede) gevestigd te Hoogeveen, wonende te , verweerster, vertegenwoordigd door: mr. M.A.C. van Guldener, Partijen worden hierna aangeduid als ‘[verzoekster]’ en ‘TVM’.

  1. Het verloop van de procedure Het verloop van de procedure blijkt uit: het verzoekschrift van 10 februari 2022, met bijlagen, Het schrijven van (de vertegenwoordiger van) TVM. De beschikking is bepaald op heden.
  2. Het geschil 2.1 [verzoekster] verzoekt een voorlopig getuigenverhoor te bevelen. Zij legt aan haar verzoek het volgende ten grondslag. [verzoekster] is als bestuurder van een voertuig op 2 mei 2020 betrokken geraakt bij een verkeersongeval op de A20 richting Rotterdam. [verzoekster] is door de verzekerde van TVM op de middelste rijstrook van achteren aangereden. De verzekerde van TVM remde niet tijdig en heeft daardoor de auto waarin [verzoekster] zat van achteren geraakt. Zij heeft hierdoor letsel opgelopen. [verzoekster] heeft daarop TVM aansprakelijk gesteld en heeft haar verzocht de schade te vergoeden. TVM heeft daarop verklaard dat zij op basis van de huidige stukken geen aansprakelijkheid kan erkennen. 2.2 Om duidelijkheid te verkrijgen over wat er is gebeurd op die bewuste dag op de ongevalslocatie verzoekt [verzoekster] de kantonrechter om een datum te bepalen waarop een voorlopig getuigenverhoor zal geschieden, met oproeping van haarzelf – [verzoekster], wonende aan de [adres] – als getuige.
  3. De beoordeling 3.1 Alvorens de kantonrechter kan besluiten tot een voorlopig getuigenverhoor, dient er in de regel een mondelinge behandeling te hebben plaatsgevonden. Omdat TVM zich echter akkoord heeft verklaard met een voorlopig getuigenverhoor, kan een mondelinge behandeling achterwege blijven. 3.2 De kantonrechter is van oordeel dat het verzoek tot een voorlopig getuigenverhoor dient te worden toegewezen. 3.3 Het initiële verhoor zou plaatsvinden op woensdag 18 mei 2022, maar vanwege een rechterswissel kan het verhoor op die datum geen doorgang vinden. Partijen zullen in dat kader worden verzocht hun verhinderdata op te geven voor de komende drie maanden, ten einde een nieuwe datum voor het voorlopige getuigenverhoor te bepalen.
  4. De beslissing De kantonrechter: beveelt een voorlopig getuigenverhoor; verwijst de zaak naar de rolzitting van dinsdag 19 april 2022 om 13.30 uur voor het opgeven van verhinderdata; bepaalt dat [verzoekster] de verhinderdata van alle betrokkenen, inclusief haarzelf als (partij)getuige, voor de maanden mei tot en met juli 2022 moet opgeven; bepaalt dat TVM de verhinderdata van haar zijde voor de bovengenoemde maanden eveneens moet opgeven; bepaalt dat partijen de bovenbedoelde opgave ook bij akte mogen insturen, te ontvangen door de griffie uiterlijk de dag voorafgaand aan voornoemde rolzitting, om 12.00 uur; bepaalt dat een getuigenverhoor wordt gehouden in het gerechtsgebouw aan het Wilhelminaplein 100 in Rotterdam ten overstaan van de kantonrechter die deze beschikking wijst. Deze beschikking is gewezen door mr. S.H. Poiesz en uitgesproken ter openbare terechtzitting. 44236 Artikel 187, lid 4 Rv.

🔗 Naar officiële bron

AI-uitleg op basis van de officiële wettekst. Indicatief, vervangt geen juridisch advies.