beschikking RECHTBANK ROTTERDAM Team Jeugd Zaakgegevens: C/10/635945 / JE RK 22-760 en C/10/636254 / JE RK 22-808 datum uitspraak: 8 april 2022 beschikking machtiging gesloten jeugdhulp in de zaken van de gecertificeerde instelling Jeugdbescherming Rotterdam Rijnmond, hierna te noemen de GI, gevestigd te Rotterdam, betreffende [naam kind], geboren op [geboortedatum kind] 2006 te [geboorteplaats kind], hierna te noemen [naam kind]. De kinderrechter merkt als belanghebbenden aan: [naam moeder], hierna te noemen de moeder, wonende te [woonplaats moeder], [naam vader], hierna te noemen de vader, wonende te [woonplaats vader]. Het procesverloopHet procesverloop blijkt uit de volgende stukken: - het verzoek met bijlagen van de GI van 30 maart 2022, ingekomen bij de griffie op 30 maart 2022; - het verzoek met bijlagen van de GI van 5 april 2022, ingekomen bij de griffie op 6 april 2022; - de verklaring dat een voorziening nodig is op het gebied van jeugdhulp en verblijf niet zijnde verblijf bij een pleegouder van 7 april 2022, ingekomen bij de griffie op 7 april 2022; - een instemmende verklaring van de gekwalificeerde gedragswetenschapper van 6 april 2022, ingekomen bij de griffie op 6 april
- Op 8 april 2022 heeft de kinderrechter de zaken ter zitting met gesloten deuren behandeld. Gehoord zijn: - de minderjarige [naam kind], bijgestaan door mr. F. Ben-Saddek, - de vader,- een vertegenwoordigster van de GI, te weten [naam 1]. Opgeroepen en niet verschenen is: - de moeder. De feitenHet ouderlijk gezag over [naam kind] wordt uitgeoefend door de ouders. [naam kind] verblijft bij Schakenbosch. Bij beschikking van 4 februari 2022 is [naam kind] onder toezicht gesteld met ingang van 4 februari 2022 tot 4 februari 2023 en is een machtiging gesloten jeugdhulp betreffende [naam kind] verleend met ingang van 8 februari 2022 tot 8 april 2022 en is het anders of meer verzochte afgewezen. Bij beschikking van 6 april 2022 is een spoedmachtiging gesloten jeugdhulp betreffende de minderjarige [naam kind] verleend met ingang van 6 april 2022 voor de duur van één week en is het verzoek voor het overige aangehouden. De verzoeken De GI heeft een machtiging verzocht om [naam kind] in een gesloten accommodatie te doen opnemen en te doen verblijven voor de duur van vier maanden. Dit verzoek is geregistreerd onder het zaaknummer C/10/635945 / JE RK 22-
- Vervolgens heeft de GI in aansluiting op een spoedmachtiging gesloten jeugdhulp voor één week, verzocht om [naam kind] in een gesloten accommodatie te doen opnemen en te doen verblijven voor de duur van vier maanden. Dit verzoek is geregistreerd onder het zaaknummer C/10/636254 / JE RK 22-
- De standpunten De GI heeft ter zitting de verzoeken gehandhaafd en als volgt nader toegelicht. Onlangs heeft [naam kind] zich aan zijn behandeling bij Schakenbosch onttrokken. Toch willen alle betrokken hulpverleners [naam kind] een nieuwe kans geven, omdat er bij hem ook een groei zichtbaar is. Het is de bedoeling dat [naam kind] de komende vier maanden bij Schakenbosch verblijft. Daarbij zal het verlof bij de ouders thuis steeds meer worden uitgebreid en hulpverlening van Marathon, MDFT (Multidimensionele Familietherapie) en scholing via het Educatief Centrum worden ingezet. Namens de minderjarige [naam kind] heeft zijn advocaat zich ter zitting niet verzet tegen de verzoeken van de GI. Er is aandacht gevraagd voor de positieve ontwikkelingen die bij [naam kind] in zijn houding zichtbaar zijn en de groei die hij doormaakt. De vader heeft ter zitting verklaard dat hij het eens is met de verzoeken van de GI en dat de ouders zich zorgen maken over [naam kind]. De beoordeling Gelet op het bepaalde in artikel 6.1.2, tweede lid, Jeugdwet kan een machtiging gesloten jeugdhulp slechts worden verleend indien naar het oordeel van de kinderrechter deze jeugdhulp noodzakelijk is in verband met ernstige opgroei- of opvoedingsproblemen die de ontwikkeling van de jeugdige naar volwassenheid ernstig belemmeren. Bovendien dient de opneming en verblijf noodzakelijk te zijn om te voorkomen dat de jeugdige zich aan deze jeugdhulp onttrekt of daaraan door anderen wordt onttrokken. De kinderrechter is van oordeel dat aan deze criteria wordt voldaan. Uit de overgelegde stukken en de behandeling ter zitting is immers gebleken dat er bij [naam kind] sprake is van forse gedragsproblemen. [naam kind] heeft moeite om gezag te accepteren en is meermalen vermist geweest. Ook is er bij [naam kind] sprake van schoolverzuim. Vanwege de zorgen is hij op 8 november 2021 met een machtiging bij Schakenbosch binnen de gesloten jeugdhulp geplaatst. In maart 2022 heeft [naam kind] zich aan zijn behandeling bij Schakenbosch onttrokken doordat hij een aantal dagen opnieuw vermist is geweest. Als gevolg hiervan kan de veiligheid van [naam kind] nog niet worden gewaarborgd. Gelet op al het voorgaande zal de kinderrechter dan ook een machtiging gesloten jeugdhulp verlenen voor de periode van vier maanden. Daarbij houdt de kinderrechter rekening met de verklaring van de gedragswetenschapper [naam 2] van 6 april 2022, die heeft ingestemd met de verzoeken van de GI. Het is van belang dat [naam kind] de komende periode zijn behandeling bij Schakenbosch en zijn schoolgang vervolgt, dat zijn verlof naar huis steeds verder wordt uitgebreid en dat hij met zijn ouders zal meewerken aan de hulpverlening, zoals door de GI ter zitting is toegelicht, om een terugplaatsing bij de ouders succesvol te laten verlopen. Daarbij is het ook belangrijk dat het psychodiagnostisch onderzoek bij [naam kind] alsnog van de grond komt zodat de oorzaak van de (gedrags)problematiek duidelijk wordt. De beslissing De kinderrechter: verleent een machtiging gesloten jeugdhulp betreffende de minderjarige [naam kind] met ingang van 8 april 2022 tot 8 augustus 2022; wijst af het meer of anders verzochte. Deze beschikking is mondeling gegeven en in het openbaar uitgesproken op 8 april 2022 door mr. M.P. van der Stroom, kinderrechter, in tegenwoordigheid van D. van der Aa als griffier. De griffier is buiten staat deze beschikking mede te ondertekenen. De schriftelijke uitwerking van deze beschikking is vastgesteld op 22 april
- Hoger beroep tegen deze beschikking kan worden ingesteld: - door de verzoekers en degenen aan wie een afschrift van de beschikking is verstrekt of verzonden, binnen drie maanden na de dag van de uitspraak, - door andere belanghebbenden binnen drie maanden na de betekening daarvan of nadat de beschikking aan hen op een andere wijze bekend is geworden. Het hoger beroep moet, door tussenkomst van een advocaat, worden ingediend ter griffie van het gerechtshofDen Haag.