RECHTBANK ROTTERDAM Bestuursrecht zaaknummer: ROT 21/1542 uitspraak van de enkelvoudige kamer van 29 april 2022 in de zaak tussen [naam eiser], te [woonplaats eiser], eiser, en de heffingsambtenaar van de gemeente Rotterdam, verweerder, gemachtigde: mr. D.J. Koopmans. Procesverloop Met het besluit van 18 januari 2021 (de WOZ-beschikking) heeft verweerder de waarde van de onroerende zaak [adres] (de onroerende zaak) voor het belastingjaar 2021 vastgesteld op € 305.000,-. Met de uitspraak op bezwaar van 29 maart 2021 (het bestreden besluit) heeft verweerder het bezwaar van eiser hiertegen ongegrond verklaard. Eiser heeft tegen het bestreden besluit beroep ingesteld. Verweerder heeft een verweerschrift ingediend. De rechtbank heeft het beroep op 23 maart 2021 op zitting behandeld. Eiser is verschenen in persoon. Verweerder heeft zich laten vertegenwoordigen door zijn gemachtigde, vergezeld van [naam 1], taxateur. Overwegingen 1. In geschil is de waarde van de onroerende zaak op de waardepeildatum 1 januari 2020. Eiser stelt dat de waarde te hoog is vastgesteld, volgens hem bedraagt de waarde € 285.000,-. Verweerder is van mening dat hij de waarde niet te hoog heeft vastgesteld. 2. De onroerende zaak is een penthouse met een oppervlakte van 94 m² met dakterras en parkeerplaats. Het bouwjaar is 2000. 3. Op grond van artikel 17, tweede lid, van de Wet WOZ wordt de waarde van de onroerende zaak bepaald op de waarde die eraan moet worden toegekend indien de volle en onbezwaarde eigendom ervan zou kunnen worden overgedragen en de verkrijger de zaak in de staat waarin die zich bevindt, onmiddellijk en in volle omvang in gebruik zou kunnen nemen. Uit de geschiedenis van de totstandkoming van de Wet WOZ blijkt dat de WOZ-waarde gelijk dient te zijn aan de prijs die de meest biedende koper betaalt na de meest geschikte voorbereiding. 4. Verweerder moet aannemelijk maken dat hij de waarde van de onroerende zaak niet te hoog heeft vastgesteld. Met het door hem overgelegde taxatierapport van [naam 2] van 30 augustus 2021 en de daarop gegeven toelichting slaagt verweerder daarin. 5. De in het taxatierapport opgenomen vergelijkingsobjecten zijn bruikbaar bij de waardering, omdat deze op de belangrijkste waardebepalende kenmerken, zoals ligging, type, bouwjaar, woonoppervlakte en onderhoudstoestand voldoende vergelijkbaar zijn met de onroerende zaak. De vergelijkingsobjecten liggen allemaal in hetzelfde complex als de onroerende zaak. De vergelijkingsobjecten hebben geen parkeerplaats en geen dakterras, maar wel een aangebouwde serre. 6. Met de bij het taxatierapport gevoegde matrix maakt verweerder inzichtelijk hoe rekening is gehouden met de verschillen. Verweerder maakt hiermee aannemelijk dat bij de waardering in voldoende mate rekening is gehouden met de verschillen tussen de vergelijkingsobjecten en de onroerende zaak. De ligging op de bovenste verdieping(
AI-uitleg op basis van de officiële wettekst. Indicatief, vervangt geen juridisch advies.