Rechtbank Rotterdam Team straf 2 Parketnummer: 10/960096-16 Raadkamernummer: 18/1863 Beslissing van de rechtbank te Rotterdam, meervoudige raadkamer, op het verzoek van [verzoekster] , verzoekster, geboren te [geboorteplaats] ( [geboorteland] ) op [geboortedatum] , preventief gedetineerd in de Penitentiaire Inrichting [naam PI] (Huis van Bewaring), voor deze zaak domicilie kiezende te (3811 HP) Amersfoort aan de Stadsring 97, op het kantoor van haar raadsvrouw mr. E. Kolokatsi. 1.Procedure en feiten Tegen de verzoekster is op 14 maart 2016 een internationaal arrestatiebevel uitgevaardigd ter zake van, kort gezegd, een terroristisch misdrijf. Op 15 juni 2018 is namens de verzoekster een verzoekschrift op de voet van artikel 36 (oud), thans artikel 29f, van het Wetboek van Strafvordering (hierna: Sv) ingediend. Het daarin opgenomen (primaire) verzoek strekt ertoe dat de rechtbank verklaart dat de strafzaak tegen de verzoekster is geëindigd. Het verzoek is eerder op 27 september 2018, 8 januari 2019, 6 juli 2021, 11 oktober 2021 en 18 januari 2022 door de raadkamer met gesloten deuren behandeld. In deze procedure heeft de raadsvrouw onder meer naar voren gebracht dat de verzoekster, die verbleef in een detentiekamp in Noord Syrië dat onder controle van de Koerdische volksbeschermingseenheden in Syrië (de YPG) staat, gebruik wenst te maken van haar recht om aanwezig te zijn bij haar berechting in Nederland. De rechtbank heeft in verband hiermee op 8 januari 2019 de gevangenneming ter uitlevering (waaronder verstaan de feitelijke overdracht) van de verzoekster bevolen en het onderzoek in raadkamer voor onbepaalde tijd geschorst. Op 6 juli 2021 heeft de rechtbank het onderzoek in raadkamer geschorst voor ten hoogste 3 maanden. De rechtbank heeft de officier van justitie opgedragen om verslag te doen welke daden van opsporing en/of vervolging sinds 8 januari 2019 in deze zaak zijn verricht en welke daden van opsporing en/of vervolging op de korte termijn zijn te verwachten, meer in het bijzonder met het oog op de feitelijke uitlevering van de verzoekster ter fine van haar vervolging en berechting. Op 11 oktober 2021 heeft de rechtbank beslist: De rechtbank schorst het onderzoek in de raadkamer voor ten hoogste 3 maanden; De rechtbank verwacht over 3 maanden dat de verzoekster naar Nederland is gerepatrieerd dan wel dat een concrete toezegging is gedaan dat wordt gestreefd naar repatriëring. De rechtbank draagt de officier van justitie op hiervan verslag te doen. Op 8 januari 2022 heeft de rechtbank beslist: De rechtbank schorst het onderzoek in de raadkamer voor ten hoogste 3 maanden; De strafzaak tegen de verzoekster ligt dan gereed voor een ‘verklaring einde zaak’; Behoudens bijzondere omstandigheden zal de rechtbank dan verklaren dat de zaak geëindigd is. De verzoekster is in februari 2022 gerepatrieerd naar Nederland. Bij haar aankomst in Nederland op 4 februari 2022 is zij aangehouden voor de feiten waarvan zij in de zaak met opgemeld parketnummer wordt verdacht. Zij bevindt zich thans in voorlopige hechtenis en is inmiddels gedagvaard. Het onderzoek ter terechtzitting is aangevangen op 22 april
AI-uitleg op basis van de officiële wettekst. Indicatief, vervangt geen juridisch advies.