RECHTBANK ROTTERDAM zaaknummer: 9057906 \ CV EXPL 21-977 uitspraak: 12 mei 2022 vonnis van de kantonrechter, zitting houdende te Dordrecht, in de zaak van [eiseres] , handelend onder de naam [handelsnaam ], gevestigd te [vestigingsplaats eiseres], eiseres, gemachtigde: Flanderijn Gerechtsdeurwaarders, tegen [gedaagde] , wonende te [woonplaats gedaagde], gedaagde, procederend in persoon. Partijen worden hierna aangeduid als [eiseres] respectievelijk [gedaagde]. 1. Het verdere verloop van de procedure 1.1. Het verdere verloop van de procedure volgt uit de volgende processtukken, waarvan de kantonrechter kennis heeft genomen: het vonnis van 29 juli 2021 waarin [naam 1] tot deskundige is benoemd en de daaraan ten grondslag liggende processtukken; de brief van 20 september 2021 van [gedaagde]; de brief van 22 september 2021 van [eiseres]; de brief van 19 januari 2022 van [eiseres]; de brief van 20 januari 2022 van [gedaagde]; de brief van 31 maart 2022 van [gedaagde]; het e-mailbericht van 6 april 2022 van [eiseres]. 1.2. De datum van het vonnis is vervolgens bepaald op vandaag. 2. De verdere beoordeling 2.1. In het vonnis van 29 juli 2021 is de heer [naam 1] (hierna: [naam 1]) benoemd tot deskundige. Bij brief van 27 september 2021 heeft de griffier [naam 1] bericht dat het voorschotbedrag van € 2.500,- betaald is door [gedaagde], zodat hij met zijn werkzaamheden kan aanvangen. De zaak is verwezen naar de rolzitting van 16 december 2021 waarop [naam 1] het deskundigenbericht kon inleveren. Omdat inlevering van dit bericht uitbleef, is de zaak vervolgens ambtshalve aangehouden en verwezen naar de rolzitting van 13 januari 2022 en vervolgens naar de rolzitting van 10 maart 2022. 2.2. Naar aanleiding van de brief van [eiseres] van 19 januari 2022, waarin zij schrijft dat zij heeft vernomen dat [naam 1] overwerkt is, en de reactie hierop van [gedaagde] bij brief van 20 januari 2022, heeft de griffier contact opgenomen met [naam 1]. Hij heeft de griffier telefonisch bevestigd overwerkt te zijn en hij heeft aangegeven dat hij de opdracht wil teruggeven. 2.3. Bij brieven van 7 februari 2022 zijn partijen hierover geïnformeerd en heeft de kantonrechter partijen bericht dat, tenzij partijen aanleiding zien om een regeling in der minne te treffen of gezamenlijk een deskundige voor te dragen en zij de kantonrechter daaromtrent uiterlijk 10 maart 2022 zullen hebben bericht, de kantonrechter na afloop van die termijn zelf een nieuwe deskundige zal aanzoeken. 2.4. De kantonrechter heeft geen bericht van partijen ontvangen, zodat een nieuwe deskundige is aangezocht. Bij brieven van 24 maart 2022 zijn partijen op de hoogte gesteld van de bereid gevonden nieuwe deskundige en zijn voorschotbedrag en zijn partijen in de gelegenheid gesteld om bezwaren tegen de persoon van de deskundige en de hoogte van het begrote voorschotbedrag kenbaar te maken. Partijen hebben van die gelegenheid bij brief van 31 maart 2022 en e-mailbericht van 6 april 2022 gebruik gemaakt. Op deze bezwaren wordt hierna ingegaan. Ontslag deskundige 2.5. Aangezien [naam 1] heeft verklaard dat hij om gezondheidsredenen zich moet terugtrekken als deskundige, zal de kantonrechter op grond van artikel 194 lid 4 Rv hem ontslaan en een andere deskundige in zijn plaats benoemen. Omdat niet is gesteld of gebleken dat hij reeds werkzaamheden heeft verricht en kosten heeft gemaakt, worden zijn kosten begroot op nihil. Nieuwe deskundige 2.6. De kantonrechter heeft [naam 2], werkzaam bij ZNEB, (hierna: [naam 2]) bereid gevonden om als nieuwe deskundige benoemd te worden. Deze deskundige heeft zijn kosten begroot op € 3.200,45. De kostenbegroting is reeds aan partijen toegezonden. 2.7. Tegen de persoon van de nieuwe deskundige hebben partijen geen bezwaar gemaakt. De kantonrechter heeft kennis genomen van de bezwaren van beide partijen tegen het door [naam 2] begrote hogere voorschotbedrag, maar ziet daarin geen grond om niet tot benoeming over te gaan. Het voorschotbedrag is in dezelfde orde van grootte als dat van de vorige deskundige en komt niet onredelijk hoog voor. Deskundigen zijn niet gehouden dezelfde tarieven te hanteren en uit de omstandigheid dat de ene deskundige (met name) een hoger uurtarief hanteert dan de andere, kan niet worden afgeleid of het ene uurtarief “te laag” of het andere “te hoog” is. Uiteraard staat het, zoals al overwogen in het tussenvonnis van 29 juli 2021, partijen vrij om in plaats van het deskundigenonderzoek te laten uitvoeren in onderling overleg tot een minnelijke oplossing te komen. 2.8. Het al door [gedaagde] betaalde voorschot van € 2.500,- voor het onderzoek van [naam 1] valt vrij door zijn ontslag. Het Landelijk Dienstencentrum voor de Rechtspraak (LDCR) dient dit voorschot onder zich te houden gelet op het door [naam 2] te verrichtten onderzoek en de hoogte van het door hem begrote voorschotbedrag. [gedaagde] zal daarnaast worden veroordeeld een aanvullend voorschot van € 700,45 te betalen. Zoals reeds in rechtsoverweging 2.7. van het vonnis van 29 juli 2021 is overwogen, kan als [gedaagde] het aanvullend voorschot bedrag niet betaalt de nieuwe deskundige zijn onderzoek niet aanvangen en ligt het in de rede dat dit tot het oordeel leidt dat [gedaagde] er niet in is geslaagd om te bewijzen dat [eiseres] niet vakbekwaam heeft gehandeld bij het verhelpen van de lekkage(s). 2.9. [naam 2] mag zijn onderzoek pas aanvangen als de griffier hem heeft bericht dat het aanvullend voorschotbedrag is gestort. In dat geval zal de griffier ook de voor het onderzoek relevante processtukken aan [naam 2] doen toekomen. 2.10. De kantonrechter handhaaft de vragen uit rechtsoverweging 2.4. van het vonnis van 29 juli 2021, omdat er geen redenen zijn om deze aan te passen. Dit betekent dat aan [naam 2] de volgende vragen ter beantwoording worden voorgelegd: 1. Heeft [eiseres], gegeven dat [gedaagde] erop had gewezen dat sprake was van lekkage(
AI-uitleg op basis van de officiële wettekst. Indicatief, vervangt geen juridisch advies.