vonnis RECHTBANK ROTTERDAM Team handel en haven zaaknummer / rolnummer: C/10/632975 / HA ZA 22-107 Vonnis in incidenten van 25 mei 2022 in de zaak van [naam eiser] , wonende te [woonplaats eiser], eiser in de hoofdzaak, eiser in het verwijzingsincident op grond van artikel 220 Rv, eiser in het incident op grond van artikel 843a Rv, verweerder in het bevoegdheidsincident, advocaat mr. S.W. van Zijll te Rotterdam, tegen [naam gedaagde] in zijn hoedanigheid van curator in het faillissement van het fonds naar Luxemburgs recht Central American Timber Fund FCP-SIF, wonende te [woonplaats gedaagde], gedaagde in de hoofdzaak, verweerder in het verwijzingsincident op grond van artikel 220 Rv, verweerder in het incident op grond van artikel 843a Rv, eiseres in het bevoegdheidsincident, advocaat mr. E.S. Ebels te ’sGravenhage. Partijen zullen hierna [naam eiser] respectievelijk de curator genoemd worden. Het Central American Timber Fund FCP-SIF zal hierna CATF worden genoemd. 1. De procedure 1.1. Het verloop van de procedure blijkt uit: de dagvaarding tevens inhoudende incidentele vordering tot verwijzing van de zaak alsmede voorlopige voorziening (843a Rv) van 10 december 2021, met producties 1 tot en met 38; de door de curator genomen incidentele conclusie houdende exceptie van onbevoegdheid tevens houdende conclusie van antwoord in het incident ex art. 220 Rv, met productie 1; de door [naam eiser] genomen incidentele conclusie van antwoord in het “niet-ontvankelijkheidsincident”, met productie 39. 1.2. Ten slotte is vonnis bepaald in de incidenten. 2. De vorderingen in de hoofdzaak 2.1. Deze vorderingen luiden letterlijk als volgt: “Het u Edelachtbare moge behagen om voor zover mogelijk uitvoerbaar bij voorraad te verklaren vonnis, […] I. Te verklaren voor recht dat gedaagde inbreuk hebben gemaakt op het beperkt recht van economische eigendom/vruchtgebruik van eiser; II. Te verklaren voor recht dat gedaagde inbreuk hebben gemaakt op het beperkt recht van economische eigendom/vruchtgebruik van eiser door deze zonder toestemming en of de daarvoor benodigde aktes te hebben omgezet in deelnemingsrechten; III. Te verklaren voor recht dat gedaagden schadeplichtig zijn voor het onrechtmatig omzetten dan wel inbreuk te hebben gemaakt op zijn beperkt recht van economische eigendom/vruchtgebruik; IV. Te verklaren voor recht dat gedaagde het recht van eiser op het beperkt recht van economische eigendom/vruchtgebruik respecteren en nakomen, voor zover dat nog mogelijk is; V. Gedaagde te veroordelen, des de ene betalende, de ander zal zijn bevrijd, om aan eiser te betalen schadevergoeding, nader op te maken bij staat; VI. Te verklaren voor recht dat gedaagde ieder hoofdelijk aansprakelijk zijn voor de schade van eiser uit hoofde van wanprestatie; VII. Te verklaren voor recht dat sprake is van een onrechtmatige daad gepleegd door gedaagde; VIII. Te verklaren voor recht dat gedaagde zich ongerechtvaardigd hebben verrijkt ten laste van eiser; IX. Te verklaren voor recht dat eiser recht heeft op uitkeringen van de aan eiser toekomende kapopbrengsten althans schadeplichtig zijn aan eiser voor hetzelfde bedrag; X. Met veroordeling van gedaagde, des dat de ene betalende, de ander zal zijn bevrijd, in de kosten van dit geding alsmede de nakosten.” 2.2. [naam eiser] legt aan deze vorderingen – samengevat – de volgende stellingen ten grondslag. 2.2.1. [naam eiser] heeft met Stichting Terra Vitalis in de periode van 2001 tot en met (omstreeks) 2005 elf koopovereenkomsten gesloten betreffende de economische eigendom van dan wel het recht van vruchtgebruik op de houtopstand rechtgevend op de kapopbrengst van teakbomen in Costa Rica, waarmee [naam eiser] een bedrag van € 659.928,74 heeft geïnvesteerd. 2.2.2. Ondanks dat [naam eiser] daarmee niet had ingestemd, heeft het bestuur van Stichting Terra Vitalis in 2011 toch het besluit genomen dat zij zou worden omgevormd in een beleggingsfonds, CATF. Dit beleggingsfonds is vervolgens opgericht door Global Fund House Managements S.à.r.l. 2.2.3. CATF heeft bovengenoemde overeenkomsten met [naam eiser] door contractsoverneming overgenomen van Stichting Terra Vitalis. 2.2.4. In CATF zijn enerzijds alle participanten ondergebracht (althans diegenen die akkoord zijn gegaan met de omzetting) en anderzijds alle rechten en verplichtingen van Stichting Terra Vitalis. De participaties zijn omgezet in units die door CATF worden uitgegeven. 2.2.5. Stichting Terra Vitalis is toerekenbaar tekortgeschoten in de nakoming van haar verbintenissen uit bovengenoemde met [naam eiser] gesloten overeenkomsten. Voor het onderhoud van de teakbomenplantage was een onderhoudsfonds opgericht dat werd beheerd door een door Stichting Terra Vitalis ingeschakelde trust. Desondanks is de teakbomenplantage slecht beheerd. Daarnaast is door Stichting Terra Vitalis slecht toezicht gehouden op de kapopbrengsten en de eigendomsrechten van kopers zoals [naam eiser]. Stichting Terra Vitalis heeft [naam eiser] niet adequaat geïnformeerd over zijn kapopbrengsten. Bovendien is door Stichting Terra Vitalis nagelaten toezicht te houden op de onderhoudsverplichtingen van bovengenoemd onderhoudsfonds. 2.2.6. [naam eiser] heeft van meet af aan aangegeven niet akkoord te gaan met het omzetten van zijn rechten in participatierechten, maar de bestuurder van Stichting Terra Vitalis, [naam], en de bestuurders van CATF hebben daar toch toe besloten. Zodoende is inbreuk gemaakt op het eigendomsrecht en recht van vruchtgebruik van [naam eiser]. Deze omzetting, die neerkomt op een onteigening, levert een onrechtmatige daad jegens [naam eiser] op. Hier is ook sprake van ongerechtvaardigde verrijking door CATF ten koste van [naam eiser]. 3. Het geschil in het verwijzingsincident op grond van artikel 220 Rv 3.1. [naam eiser] vordert dat de rechtbank de zaak bij uitvoerbaar bij voorraad te verklaren vonnis verwijst naar de rechtbank Amsterdam, sectie handel. 3.2. De curator refereert zich aan het oordeel van de rechtbank. 4. Het geschil in het bevoegdheidsincident 4.1. De curator vordert dat de rechtbank zich bij uitvoerbaar bij voorraad te verklaren vonnis onbevoegd verklaart van de vorderingen van [naam eiser] kennis te nemen, met veroordeling van [naam eiser] in de proceskosten en de nakosten. 4.2. [naam eiser] vordert dat de rechtbank bij uitvoerbaar bij voorraad te verklaren vonnis de curator niet-ontvankelijk verklaart in de incidentele vordering althans de incidentele vordering afwijst, met veroordeling van de curator in de proceskosten van het incident. 4.3. Op de stellingen van partijen wordt hierna, voor zover van belang, nader ingegaan. 5. Het geschil in het incident op grond van artikel 843a Rv 5.1. Ook deze incidentele vordering is opgenomen in de dagvaarding. 5.2. Vanwege de referte van de curator in het verwijzigingsincident op grond van artikel 220 Rv en vanwege een instructie van de rolrechter van 10 februari 2022 (productie 1 van de curator) heeft de curator nog niet voor antwoord geconcludeerd in het incident op grond van artikel 843a Rv. 6. De beoordeling in het bevoegdheidsincident 6.1. Het geschil in dit incident betreft de vraag of deze rechtbank internationaal bevoegd is kennis te nemen van de vorderingen van [naam eiser] tegen de curator in de hoofdzaak. 6.2. De rechtbank gaat er in dit incident van uit dat CATF voorafgaande aan haar faillissement (
AI-uitleg op basis van de officiële wettekst. Indicatief, vervangt geen juridisch advies.