Rechtbank Rotterdam Team straf 1 Parketnummers: 10/003810-22 en 10/216683-21 (gevoegd ttz) Datum uitspraak: 10 mei 2022 Tegenspraak Vonnis van de rechtbank Rotterdam, meervoudige kamer voor strafzaken, in de gevoegde zaken tegen de verdachte: [naam verdachte] , geboren te [geboorteplaats verdachte] op [geboortedatum verdachte], ingeschreven in de basisregistratie personen op het adres: [adres verdachte], ten tijde van het onderzoek op de terechtzitting preventief gedetineerd in de Penitentiaire Inrichting Krimpen aan den IJssel, HvB, raadsman mr. G.S.J. van Gestel, advocaat te Rotterdam. 1. Onderzoek op de terechtzitting Gelet is op het onderzoek op de terechtzitting van 21 april 2022. 2. Tenlastelegging Aan de verdachte is ten laste gelegd hetgeen is vermeld in de dagvaardingen. De tekst van de tenlasteleggingen is als bijlage I aan dit vonnis gehecht. 3. Eis officier van justitie De officier van justitie mr. N.J.P. Coenen heeft gevorderd: vrijspraak van het primair ten laste gelegde onder parketnummer 10/003810-22; bewezenverklaring van het subsidiair ten laste gelegde onder parketnummer 10/003810-22 en het ten laste gelegde onder parketnummer 10/216683-21; veroordeling van de verdachte tot een gevangenisstraf voor de duur van 2 jaar met aftrek van voorarrest. 4. Waardering van het bewijs 4.1. Vrijspraak zonder nadere motivering (primair, 10/003810-22) Met de officier van justitie en de verdediging is de rechtbank van oordeel dat het primair ten laste gelegde onder parketnummer 10/003810-22 niet wettig en overtuigend is bewezen, zodat de verdachte daarvan zonder nadere motivering zal worden vrijgesproken. 4.2. Vrijspraak (10/216683-21) 4.2.1. Standpunt officier van justitie De officier van justitie heeft zich op het standpunt gesteld dat het onder parketnummer 10/216683-21 ten laste gelegde wettig en overtuigend kan worden bewezen en daartoe het volgende aangevoerd. De verdachte is samen met anderen aangehouden in een container in de Rotterdamse haven en heeft daar enige tijd verbleven. In deze container en in de container daaronder zijn goederen aangetroffen die passen bij de invoer en vervoer van verdovende middelen. Dat er geen cocaïne is aangetroffen, doet daar niet aan af. 4.2.2. Beoordeling Op 28 juni 2021 is een melding gemaakt van insluipers op het terrein van containerterminal Rotterdam World Gateway (RWG). Twee personen zouden zich bevinden in de containerstack, voorzien van nummer 25. Na deze melding zijn verbalisanten ter plaatse gekomen. In de container met nummer [containernummer 1] zijn vijf personen aangehouden, waaronder de verdachte. In deze container zijn verder verschillende goederen aangetroffen, waaronder een powerbank, zaklampen, handschoenen, telefoons, een klimharnas en verzegelingen. In één van de aangetroffen telefoons zijn gesprekken uitgelezen die gaan over de aangetroffen goederen. In een container onder de container waarin de verdachte is aangehouden, zijn ook goederen aangetroffen zoals een sporttas, ducktape en messen. De verdachte heeft niets verklaard omtrent de reden voor zijn aanwezigheid in de container op de Maasvlakte in Rotterdam. Hoewel de omstandigheden waaronder de verdachte is aangetroffen zeer verdacht zijn, zijn er onvoldoende concrete aanknopingspunten in het dossier op grond waarvan de verdachte in verband kan worden gebracht met het opzettelijk treffen van voorbereidingshandelingen met betrekking tot verdovende middelen. Er zijn ondanks onderzoek aan een aantal containers geen verdovende middelen aangetroffen. Daarnaast is er geen link met een specifieke container, een te verwachten container en/of andere concrete feiten en omstandigheden die in verband kunnen worden gebracht met verdovende middelen. Hoewel de rechtbank ambtshalve alleen zaken kent waarin het ging om verdovende middelen, richten criminele binnendringers/uithalers zich volgens de Memorie van Toelichting van het recent ingevoerde artikel 138aa Sr blijkbaar ook op andere middelen en stoffen, zoals de metalen ferro-nikkel en kobalt, explosieven en vuurwerk en/of bedreigde diersoorten (Kamerstukken II, 35564, nr. 3). Mede gelet daarop is er dan ook geen aanleiding om anders te oordelen dan het Hof Den Haag op 1 april 2022 (ECLI:NL:GHDHA:2022:523), zoals de officier van justitie heeft verzocht. Gezien het voorgaande is de rechtbank van oordeel dat er een link met verdovende middelen aanwezig moet zijn om tot een veroordeling te kunnen komen. 4.2.3. Conclusie Het onder parketnummer 10/216683-21 ten laste gelegde is niet wettig en overtuigend bewezen. De verdachte wordt daarvan vrijgesproken. 4.3. Bewijswaardering (subsidiair, 10/003810-22) 4.3.1. Standpunt verdediging De verdediging heeft zich op het standpunt gesteld dat de verdachte moet worden vrijgesproken. Op basis van het dossier kan niet buiten iedere redelijke twijfel worden vastgesteld dat de verdachte wetenschap had van de inhoud van de container en daarmee het (voorwaardelijk) opzet had op het medeplegen van voorbereidingshandelingen voor de (verlengde) invoer van 500 kilogram cocaïne. 4.3.2. Beoordeling Pincodefraude Uit politieonderzoek is gebleken dat er veelvuldig diefstal van containers vanaf diverse containerterminals in de Rotterdamse haven plaatsvindt door middel van zogenaamde pincodefraude. Deze diefstallen lijken voornamelijk gerelateerd aan de smokkel van verdovende middelen en dan vooral cocaïne. De modus operandi waarmee de diefstal wordt gepleegd, is in alle gevallen ongeveer hetzelfde. Een chauffeur komt bij de terminal om een recent geloste en vrijgegeven container op te halen. Elke container heeft een uniek nummer, een pincode, bestaande uit een aantal cijfers of letters of een combinatie daarvan. De rederij maakt deze pincode aan en verstrekt deze pincode aan de terminal en de eigenaar van de goederen in de container (of de ingeschakelde douane-expediteur die de douaneformaliteiten en het vervoer vanaf de terminal regelt; hierna samen: de eigenaar). De eigenaar benadert vervolgens een transportonderneming om de container te vervoeren en verstrekt aan haar de pincode, zodat de container kan worden opgehaald. Bij een aantal containerterminals in de Rotterdamse haven kan een container worden opgehaald als deze is voorgemeld via Portbase, een digitaal systeem waarin containers worden aangemeld voordat deze mogen worden opgehaald bij de terminal. Na deze aanmelding kan een willekeurige chauffeur die de beschikking heeft over het containernummer en de bijbehorende pincode de container ophalen. Vervolgens wordt de container naar een plek gebracht waar de verdovende middelen kunnen worden uitgehaald. In de situaties dat de container na het uithalen alsnog naar het beoogde legitieme afleveradres wordt gebracht, blijkt vaak dat de zegel ontbreekt of dat er een vervalste zegel op de container zit. Tegen de achtergrond van de hiervoor weergegeven modus operandi acht de rechtbank in de onderhavige zaak de navolgende feiten en omstandigheden van belang. Op 4 januari 2022 hebben verbalisanten naar aanleiding van een ANPR-hit de vrachtwagen met kenteken [kentekennummer 1] gevolgd. Achter de vrachtwagen hing een leeg containerchassis met een ongeldig kenteken. De vrachtwagen reed eerst in de richting van de Maasvlakte en vervolgens weer terug naar Rotterdam, nog steeds zonder container op de oplegger. Uiteindelijk is de vrachtwagen gedurende ongeveer vier uur geparkeerd geweest op een afgelegen industrieterrein, op ongeveer vijftien minuten van de containerterminals. Vervolgens is de vrachtwagen het terrein van de Rotterdam World Gateway-terminal (RWG) aan de Amoerweg (Rotterdam Maasvlakte), opgereden. Om omstreeks 20:55 uur reed de vrachtwagen weer richting de N15; de oplegger was ditmaal geladen met een container voorzien van nummer [containernummer 2]. Een Volkswagen Polo met kenteken [kentekennummer 2] reed gedurende de tijd dat de vrachtwagen op het RWG-terrein was, diverse keren langzaam over de Amoerweg. Toen de vrachtwagen het RWG-terrein verliet, reed de Volkswagen Polo direct achter de vrachtwagen aan. Dit voertuig bleef vanaf de uitgang van de terminal kilometers lang zowel direct voor als direct achter de vrachtwagen rijden, met een snelheid van 80 tot 85 kilometer per uur. Dit terwijl er verder nauwelijks verkeer reed. De bestuurder van de vrachtwagen bleek de medeverdachte te zijn. De medeverdachte heeft ter plaatse verklaard dat hij geen documenten van de lading bij zich had. Door verbalisanten is vervolgens waargenomen dat de zegel, die op de deuren van de container zat, vermoedelijk vals was. De bestuurder van de Volkswagen Polo bleek de verdachte te zijn. De container met nummer [containernummer 2] was afkomstig uit Costa Rica en op 4 januari 2022 om 17:41 uur gelost op de RWG-terminal. Naast pallets met ananassen zijn er in de container pakketten aangetroffen met daarin in totaal ongeveer 500 kilogram cocaïne. Uit onderzoek van de telefoon van de verdachte is gebleken dat deze telefoon op 4 januari 2022 om 20:02 uur een snapchatbericht heeft ontvangen met de volgende inhoud: ’21 bfh 7’. Wetenschap/opzet verdachte De vraag is of de verdachte wetenschap heeft gehad van de ingevoerde cocaïne in de container en of hij het opzet heeft gehad op het plegen van voorbereidingshandelingen daarop. De verdachte heeft zelf iedere betrokkenheid bij de container ontkend. Uit de hiervoor weergegeven feiten blijkt dat de inhoud van het bericht dat de verdachte op zijn telefoon heeft ontvangen exact overeenkomt met het kenteken van de vrachtwagen die de verdachte kort na ontvangst van het bericht vanaf de RWG-terminal heeft gevolgd. De verdachte heeft kilometers lang met een snelheid van 80 tot 85 kilometer per uur steeds direct voor of direct achter de vrachtwagen gereden. Gelet hierop acht de rechtbank de verklaring van de verdachte dat een vriend zijn telefoon heeft gebruikt, hij zelf het bericht met het kenteken niet kende en “toevallig” vanwege een kapotte uitlaat achter de vrachtwagen met hetzelfde kenteken reed, welke verklaring hij overigens pas ter zitting heeft afgelegd, volstrekt ongeloofwaardig. Bovendien heeft de verdachte na het Snapchat-bericht zijn telefoon nog gebruikt. De rechtbank gaat er derhalve van uit dat de verdachte van de inhoud van het bericht op de hoogte was en deze vrachtwagen bewust en ten behoeve van (de voorbereiding van) het uithalen/vervoer van de cocaïne vanaf de RWG terminal is gevolgd en bij hem is blijven rijden. Gelet op het voorgaande, en op de omstandigheid dat er daadwerkelijk een grote hoeveelheid cocaïne in de container is aangetroffen, is de rechtbank van oordeel dat de verdachte minst genomen bewust de aanmerkelijke kans heeft aanvaard dat de container cocaïne zou bevatten en dat hij door aldus te handelen zich schuldig zou maken aan voorbereidingshandelingen. Er is geen bewijs dat de verdachte op de hoogte was van de exacte hoeveelheid cocaïne, zodat hij wordt vrijgesproken van de ten laste gelegde hoeveelheid van 500 kilogram. Medeplegen Gelet op het complexe logistieke proces rondom de invoer van containers, kan niet anders worden geoordeeld dan dat de verdachte bij de voorbereidingshandelingen nauw en bewust heeft samengewerkt met anderen. 4.3.3. Conclusie Wettig en overtuigend is bewezen dat de verdachte het subsidiair ten laste gelegde onder parketnummer 10/003810-22 heeft begaan. 4.4. Bewezenverklaring In bijlage II heeft de rechtbank de inhoud van wettige bewijsmiddelen opgenomen, houdende voor de bewezenverklaring redengevende feiten en omstandigheden. Op grond daarvan, en op grond van de redengevende inhoud van het voorgaande, is wettig en overtuigend bewezen dat de verdachte het subsidiair ten laste gelegde onder parketnummer 10/003810-22 heeft begaan op die wijze dat: 10/003810-22 hij op 4 januari 2022 te Rotterdam tezamen en in vereniging met een of meer anderen, om een feit, bedoeld in het vijfde lid van artikel 10 van de Opiumwet, voor te bereiden en/of te bevorderen, te weten - het opzettelijk binnen het grondgebied van Nederland brengen (waaronder zoals bedoeld in artikel 1 lid 4 van de Opiumwet), - het opzettelijk afleveren, verstrekken en/of vervoeren, van een hoeveelheid van een middel als bedoeld in de bij de Opiumwet behorende lijst I- zich en/of een ander gelegenheid tot het plegen van dat feit heeft getracht te verschaffen, door - met mededader(
AI-uitleg op basis van de officiële wettekst. Indicatief, vervangt geen juridisch advies.