← Nederland

ECLI:NL:RBROT:2022:5764

vonnis RECHTBANK ROTTERDAM Team handel en haven zaaknummer / rolnummer: C/10/633263 / HA ZA 22-124 Vonnis van 1 juni 2022 in de zaak van de besloten vennootschap met beperkte aansprakelijkheid [eiseres01] B.V. , gevestigd te [vestigingsplaats01] , eiseres, advocaat mr. N.R. Rietveld te Naaldwijk, tegen de besloten vennootschap met beperkte aansprakelijkheid [gedaagde01] B.V. , gevestigd te [vestigingsplaats02] , gemeente [gemeente01] , gedaagde, advocaat mr. W.M. van Rossenberg te Rotterdam. Partijen zullen hierna eiseres en gedaagde genoemd worden. 1 De procedure 1.

  1. Het verloop van de procedure blijkt uit: - de dagvaarding, met producties, - de conclusie van antwoord, met producties, - het e-mailbericht van 9 mei 2022 van de griffier aan beide partijen, met de vraag of het in deze procedure niet gaat om een geschil betreffende huur, dat de kantonrechter (en niet de handelskamer) moet behandelen, - de antwoorden van beide partijen (de e-mailberichten van eiseres en van gedaagde, beide van 20 mei 2022). 1.
  2. Ten slotte is vonnis bepaald 2 De beoordeling 2.
  3. Naar het voorlopig oordeel van de rechtbank betreft de vordering een zaak die op grond van art. 93 aanhef en onder c Rv door de kantonrechter wordt behandeld, ongeacht het beloop of de waarde van de vordering. Immers, de vordering van eiseres strekt ertoe dat gedaagde als huurder schade aan haar vergoedt die is ontstaan aan een trailer gedurende de periode waarin gedaagde deze van eiseres heeft gehuurd. 2.
  4. Partijen hebben elk in hun antwoord op de vraag van de griffier de aard van de vordering onbesproken gelaten, en er slechts op gewezen dat zij in afwijking van algemene voorwaarden nader zijn overeengekomen dat de Rotterdamse rechtbank bevoegd zal zijn van hun geschil kennis te nemen. Daarmee is, anders dan partijen concluderen, nog niet gegeven dat het dan ook de handelskamer van deze rechtbank is, die de zaak behoort te behandelen. De wet kent namelijk niet de mogelijkheid af te spreken dat een zaak die volgens de wet naar zijn aard bij kantonrechter hoort, door de handelskamer zal worden beslecht. 2.
  5. Nu eiseres haar vordering niet heeft ingediend bij de kamer voor kantonzaken, zal de rechtbank de zaak op de voet van art. 71 lid 2 Rv ambtshalve naar die kamer verwijzen. 2.
  6. Gelet op de verwijzing naar de kantonrechter zal de reeds geplande mondelinge behandeling bij de handelskamer op 17 augustus 2022 geen doorgang vinden. 3 De beslissing De rechtbank 3.
  7. verwijst de zaak in de stand waarin deze zich bevindt naar de rolzitting van de kamer voor kantonzaken van deze rechtbank, locatie Rotterdam, op dinsdag 21 juni 2022 om 10.00 uur, 3.
  8. gelast de griffier om het procesdossier in handen van het kantongerecht te stellen, 3.
  9. wijst partijen erop dat zij op de hiervoor vermelde rolzitting niet hoeven te verschijnen, omdat de kantonrechter eerst zal beslissen op welke wijze de procedure zal worden voortgezet, waarna de griffier partijen over deze beslissing zal informeren, 3.
  10. wijst partijen erop dat zij in het vervolg van de procedure niet meer vertegenwoordigd hoeven te worden door een advocaat, maar ook persoonlijk of bij gemachtigde kunnen verschijnen, 3.
  11. wijst partijen erop dat het in deze procedure geheven griffierecht ingevolge art. 8 lid 4 WGBZ zal worden verlaagd en dat het te veel betaalde griffierecht door de griffier zal worden teruggestort. Dit vonnis is gewezen door mr. A.J.P. van Essen en in het openbaar uitgesproken op 1 juni
  12. [2517/196]

🔗 Naar officiële bron

AI-uitleg op basis van de officiële wettekst. Indicatief, vervangt geen juridisch advies.