← Nederland

ECLI:NL:RBROT:2022:5993

beschikking RECHTBANK ROTTERDAM Team Jeugd zaakgegevens: C/10/638644 / JE RK 22-1201 datum uitspraak: 13 juni 2022 beschikking uithuisplaatsing in de zaak van de gecertificeerde instelling Jeugdbescherming Rotterdam Rijnmond, hierna te noemen de GI, gevestigd te Rotterdam, betreffende [naam minderjarige] , geboren op [geboortedatum minderjarige] 2008 te [geboorteplaats minderjarige] , hierna te noemen [voornaam minderjarige] . De kinderrechter merkt als belanghebbenden aan: [naam moeder] , hierna te noemen de moeder, wonende te [woonplaats] , [naam vader] , hierna te noemen de vader, wonende te [woonplaats] . Het procesverloop Het procesverloop blijkt uit het verzoekschrift met bijlagen van de GI van 23 mei 2022, ingekomen bij de griffie op 23 mei

  1. Op 13 juni 2022 heeft de kinderrechter de zaak ter zitting met gesloten deuren behandeld. Gehoord is: - een vertegenwoordiger van de GI, dhr. [naam vertegenwoordiger] . Opgeroepen en niet verschenen zijn: - de moeder, - de vader. De minderjarige [voornaam minderjarige] is in de gelegenheid gesteld om haar mening kenbaar te maken, maar heeft daar geen gebruik van gemaakt. De feiten Het ouderlijk gezag over [voornaam minderjarige] wordt uitgeoefend door de ouders. [voornaam minderjarige] verblijft in een crisisgroep van het Bergse Bos. Bij beschikking van 28 oktober 2021 is de ondertoezichtstelling van [voornaam minderjarige] verlengd tot 1 december
  2. Tevens is op 29 april 2022 een machtiging uithuisplaatsing verleend tot 1 december 2022 in een voorziening voor pleegzorg, te weten bij haar grootmoeder. Het verzoek De GI heeft een machtiging tot uithuisplaatsing van [voornaam minderjarige] in een accommodatie van een jeugdhulpaanbieder verzocht voor de duur van de ondertoezichtstelling. De GI heeft het verzoek ter zitting gehandhaafd en als volgt toegelicht. [voornaam minderjarige] is op 5 mei 2022 bij de grootmoeder geplaatst. Dit is niet goed gegaan, binnen twee dagen al heeft [voornaam minderjarige] fysiek geweld gebruikt richting haar oma en heeft haar zelfs geprobeerd te wurgen. Ook heeft [voornaam minderjarige] de woning van de oma overhoop gehaald. Het was niet langer verantwoord om [voornaam minderjarige] bij haar grootmoeder te laten verblijven. Nu verblijft [voornaam minderjarige] in een crisisgroep. De beoordeling Uit de overgelegde stukken en de behandeling ter zitting is gebleken dat er ernstige zorgen zijn over [voornaam minderjarige] . Na een gesloten plaatsing is [voornaam minderjarige] op 5 mei 2022 bij de grootmoeder (moederszijde) gaan wonen. Hier is de situatie vrijwel direct uit de hand gelopen. [voornaam minderjarige] heeft fysieke agressie getoond richting haar oma. Deze agressie liep zo hoog op, dat het niet meer mogelijk was om [voornaam minderjarige] bij haar oma te laten verblijven. Een andere plaatsing binnen het netwerk is niet mogelijk gebleken voor [voornaam minderjarige] . Ook een thuisplaatsing bij een van de ouders is op dit moment niet aan de orde. Uit het dossier is gebleken dat de moeder en het netwerk achter de verzochte plaatsing staan. De kinderrechter acht een plaatsing binnen een accommodatie van een jeugdhulpaanbieder op dit moment het meest in het belang van [voornaam minderjarige] . Het verzoek zal dan ook worden toegewezen. Uit het voorgaande volgt dat de uithuisplaatsing van [voornaam minderjarige] noodzakelijk is in het belang van de verzorging en de opvoeding (artikel 1:265b, eerste lid, Burgerlijk Wetboek). De beslissing De kinderrechter: verleent een machtiging tot uithuisplaatsing van [voornaam minderjarige] in een accommodatie van een jeugdhulpaanbieder, met ingang van 13 juni 2022 tot 1 december 2022; verklaart deze beschikking uitvoerbaar bij voorraad. Deze beschikking is mondeling gegeven door mr. S. Jordaan, kinderrechter, in tegenwoordigheid van mr. L.F. Verhaart als griffier en in het openbaar uitgesproken op 13 juni
  3. De schriftelijke uitwerking van deze beschikking is vastgesteld op 23 juni
  4. Hoger beroep tegen deze beschikking kan worden ingesteld: - door de verzoekers en degenen aan wie een afschrift van de beschikking is verstrekt of verzonden, binnen drie maanden na de dag van de uitspraak, - door andere belanghebbenden binnen drie maanden na de betekening daarvan of nadat de beschikking aan hen op een andere wijze bekend is geworden. Het hoger beroep moet, door tussenkomst van een advocaat, worden ingediend ter griffie van het gerechtshofDen Haag.

🔗 Naar officiële bron

AI-uitleg op basis van de officiële wettekst. Indicatief, vervangt geen juridisch advies.