beschikking RECHTBANK ROTTERDAM Team Jeugd zaakgegevens: C/10/637761 / JE RK 22-1057 datum uitspraak: 24 mei 2022 beschikking ondertoezichtstelling en uithuisplaatsing in de zaak van de Raad voor de Kinderbescherming Rotterdam-Dordrecht, hierna te noemen de Raad, gevestigd te Rotterdam, betreffende [naam minderjarige] , geboren op [geboortedatum minderjarige] 2022 te [geboorteplaats minderjarige] , hierna te noemen [voornaam minderjarige] . De kinderrechter merkt als belanghebbende aan: [naam moeder] , hierna te noemen de moeder, wonende te [woonplaats moeder] . Het procesverloop Het procesverloop blijkt uit het verzoekschrift met bijlagen van de Raad van 4 mei 2022, ingekomen bij de griffie op diezelfde datum. Op 24 mei 2022 heeft de kinderrechter de zaak ter zitting met gesloten deuren behandeld. Gehoord zijn: - de moeder, telefonisch bijgestaan door haar advocaat mr. R.V. Paniagua, - een vertegenwoordigster van de Raad, mw. [naam 1] , - twee vertegenwoordigers van de gecertificeerde instelling Rotterdam Rijnmond (hierna te noemen: de GI), mw. [naam 2] en dhr. [naam 3] . De kinderrechter heeft bijzondere toegang tot de zitting verleend aan mw. [naam 4] , hulpverlener van Enver. De feiten Het ouderlijk gezag over [voornaam minderjarige] wordt uitgeoefend door de moeder. [voornaam minderjarige] verblijft in een pleeggezin. Bij beschikking van 9 maart 2022 is [voornaam minderjarige] voorlopig onder toezicht gesteld tot 9 juni
- De kinderrechter heeft bij beschikking van 12 april 2022 de machtiging tot uithuisplaatsing van [voornaam minderjarige] in een voorziening voor pleegzorg verlengd tot 9 juni
- Het verzoek De Raad heeft de ondertoezichtstelling van [voornaam minderjarige] verzocht voor de duur van twaalf maanden. Tevens heeft de Raad de machtiging tot uithuisplaatsing van [voornaam minderjarige] in een voorziening voor pleegzorg verzocht voor de duur van zes maanden. De Raad handhaaft tijdens de mondelinge behandeling het verzoek en ligt het als volgt toe. [voornaam minderjarige] is in een pleeggezin geplaatst omdat er sprake was van een onveilige situatie. [voornaam minderjarige] is ter wereld gekomen met veel problematiek, waarschijnlijk ontstaan door het lachgas gebruik van de moeder tijdens de zwangerschap. Door de problematiek van [voornaam minderjarige] behoeft hij meer verzorging dan een gemiddelde baby. [voornaam minderjarige] overstrekt zich, zijn hoofd is achtergebleven in groei en er is sprake van hartruis. De Raad vraagt zich af of de moeder dit kan bieden. De moeder beschikt momenteel niet over een eigen woonruimte en heeft conflicten met de vader. Mede hierdoor én door het lachgas gebruik is de moeder meerdere malen in aanraking gekomen met de politie. Momenteel woont de moeder bij de grootouders mz. Getwijfeld wordt of de thuissituatie van de moeder bij grootouders mz voldoende rust biedt omdat er regelmatig sprake is van spanningen. Wanneer sprake is van dergelijke spanningen slaapt de moeder in haar auto. De moeder heeft daarnaast fysieke problemen, wat kan zorgen voor een belemmering in de verzorging van [voornaam minderjarige] . De moeder wil graag de zorg over [voornaam minderjarige] dragen en het doel is nog steeds om [voornaam minderjarige] terug te plaatsen bij de moeder, als zij hier klaar voor is. De Raad ziet een moeder-kind huis als een geschikte vorm van hulpverlening, maar de moeder wil hieraan geen medewerking verlenen. De komende periode wordt onderzocht in hoeverre de moeder in staat is om zorg te dragen voor de opvoeding en verzorging van [voornaam minderjarige] . Hierbij moet aandacht zijn voor de vraag waar de moeder zelfstandig kan wonen zodat passende hulpverlening van de grond kan komen. Het is belangrijk dat de moeder bereid is deze hulpverlening te accepteren. Het standpunt van belanghebbenden De GI onderschrijft het verzoek van de Raad. Een moeder-kind traject lijkt passend in de situatie van de moeder en [voornaam minderjarige] . De moeder wil hieraan haar medewerking echter niet verlenen omdat ze haar andere kinderen niet wil missen. Momenteel krijgt de moeder hulp vanuit Antes, gaat ambulante hulpverlening opstarten en doorloopt ze een revalidatieproces voor haar fysieke klachten. Tenslotte wil de GI graag starten met een hechtings-video interactieonderzoek, maar hiervoor zijn lange wachtlijsten. Het is erg belangrijk dat de moeder een eigen plek krijgt waar zij rust en stabiliteit kan ervaren. De moeder voert, mede bij monde van haar advocaat, verweer tegen het verzoek van de GI ten aanzien van de machtiging uithuisplaatsing. Zij voert geen verweer tegen de ondertoezichtstelling. De GI heeft een voorstel gedaan voor plaatsing van de moeder en [voornaam minderjarige] binnen een moeder-kindhuis. Vanwege negatieve ervaringen met verblijf bij een (op)gesloten plek kan de moeder hiervoor niet openstaan. De moeder is erg bang dat de situatie erger wordt als zij deze opname niet volhoudt. Momenteel is de moeder onder andere door haar gezondheid niet in staat om de volledige zorg over [voornaam minderjarige] op zich te nemen. De moeder zou graag met ondersteuning van de oma mz bij de grootouders wonen om daar voor [voornaam minderjarige] te zorgen. De moeder staat ook open voor andere mogelijkheden om hulpverlening te ontvangen. Zij wil graag de stap naar zelfstandigheid maken. Als het niet mogelijk is om bij oma mz te wonen wil de moeder graag gebruik maken van een traject van het Leger des Heils of Timon, waarbij zij samen met [voornaam minderjarige] onder begeleiding van hulpverlening zelfstandig in een appartement kan wonen. Het is belangrijk voor de moeder dat zij een eigen stabiele plek heeft. Ze is zich bewust van ongelukkige keuzes die zij heeft gemaakt in het verleden en dat dit mede te maken heeft met de instabiliteit door de echtscheiding. De zes maanden die in het verzoek worden gevraagd stroken niet met de aanvaardbare termijn, het gaat hier om een jonge baby. Er dient zo spoedig mogelijk duidelijkheid te ontstaan betreffende het perspectief van [voornaam minderjarige] . De beoordeling Uit de overlegde stukken en de behandeling ter zitting is gebleken dat tijdens de zwangerschap veelvuldig sprake is geweest van lachgasgebruik door de moeder. De moeder is vrijwillig opgenomen geweest bij de psychiatrische afdeling van het ziekenhuis. Hoewel er geen sprake meer lijkt te zijn van lachgasgebruik, bestaan er nog steeds zorgen over de gezondheid van de moeder. De moeder heeft last van ruggenmergschade en motorische beperkingen. Daarnaast bestaan er grote zorgen over de gezondheid van [voornaam minderjarige] . Hierdoor behoeft [voornaam minderjarige] meer zorg dan een gemiddelde baby. Door deze zorgen is er behoefte aan extra toezicht op [voornaam minderjarige] . Er bestaat twijfel of de moeder in staat is om in dit toezicht te voorzien. Daarnaast bestaan er zorgen over de woonsituatie van de moeder en over het feit dat zij veelvuldig conflicten met de vader heeft (over de echtelijke woning). De moeder verblijft bij de grootouders mz, alwaar de situatie met enige regelmaat gespannen is. De kinderrechter is van oordeel dat er hulpverlening van de grond dient te komen waardoor een stabiele plek gecreëerd kan worden voor de moeder en [voornaam minderjarige] . Bovendien moet er beter zicht komen op de opvoedvaardigheden van de moeder. Van de moeder wordt verwacht dat zij hieraan haar medewerking zal verlenen en alles doet wat in het belang van [voornaam minderjarige] redelijkerwijs van haar verwacht mag worden. Uit voorgaande volgt dat is voldaan aan het wettelijke criterium genoemd in artikel 1:255 van het Burgerlijk Wetboek (BW). De kinderrechter zal daarom [voornaam minderjarige] onder toezicht stellen voor de duur van twaalf maanden. Ook is de kinderrechter van oordeel dat de uithuisplaatsing van [voornaam minderjarige] noodzakelijk is in het belang van zijn verzorging en opvoeding (artikel 1:265b, eerste lid, van het Burgerlijk Wetboek). Echter ziet de kinderrechter aanleiding om de machtiging toe te wijzen voor vier maanden en de overige twee maanden aan te houden. De kinderrechter wenst een vinger aan de pols te houden en de voortgang te bewaken. De beslissing De kinderrechter: stelt [voornaam minderjarige] onder toezicht van Jeugdbescherming Rotterdam Rijnmond met ingang van 24 mei 2022 tot 24 mei 2023; verleent de machtiging tot uithuisplaatsing van [voornaam minderjarige] in een voorziening voor pleegzorg, met ingang van 24 mei 2022 tot 24 september 2022; verklaart deze beschikking uitvoerbaar bij voorraad; en alvorens verder te beslissen: houdt de beslissing voor het overige verzochte aan en bepaalt dat het verhoor van de Raad, de GI, de belanghebbende en mr. R.V. Paniagua in deze zaak zal plaatsvinden op 13 september 2022 te 10:00 uur in het gerechtsgebouw te Rotterdam, Wilhelminaplein 100/125; de zaak zal op genoemde datum en tijdstip, behoudens onvoorziene omstandigheden, worden behandeld door mr. A.J. van Dijk, kinderrechter; bepaalt dat een afschrift van deze beschikking geldt als oproeping van de Raad, de GI, de belanghebbende en mr. R.V. Paniagua, verzoekt de Raad uiterlijk twee weken voor de genoemde datum de kinderrechter (met afschrift aan de GI en de belanghebbende en mr. R.V. Paniagua) de verzochte rapportage te doen toekomen. Deze beschikking is mondeling gegeven en in het openbaar uitgesproken op 24 mei 2022 door mr. A.J. van Dijk, kinderrechter, in tegenwoordigheid van A.J.E. van der Veer als griffier. De schriftelijke uitwerking van deze beschikking is vastgesteld op 20 juni
- Hoger beroep tegen deze beschikking kan worden ingesteld: - door de verzoekers en degenen aan wie een afschrift van de beschikking is verstrekt of verzonden, binnen drie maanden na de dag van de uitspraak, - door andere belanghebbenden binnen drie maanden na de betekening daarvan of nadat de beschikking aan hen op een andere wijze bekend is geworden. Het hoger beroep moet, door tussenkomst van een advocaat, worden ingediend ter griffie van het gerechtshofDen Haag.