RECHTBANK ROTTERDAM Bestuursrecht zaaknummer: ROT 22/1488 proces-verbaal van de mondelinge uitspraak van de enkelvoudige kamer van 20 juli 2022 in de zaak tussen [naam eiser] , uit [plaats] , eiser (gemachtigde: mr. L. van Baaren), en het college van burgemeester en wethouders van de gemeente Rotterdam, verweerder (gemachtigde: mr. J.M. Tang). Eiser is verschenen, bijgestaan door zijn gemachtigde en een tolk. Verweerder heeft zich laten vertegenwoordigen door zijn gemachtigde. Na sluiting van het onderzoek ter zitting op 20 juli 2022 heeft de rechtbank onmiddellijk mondeling uitspraak gedaan. De beslissing en de gronden van de beslissing luiden als volgt. Beslissing De rechtbank verklaart het beroep ongegrond. Overwegingen
- Met het besluit van 16 september 2021 heeft verweerder eiser een bijstandsuitkering toegekend ter hoogte van 50% van de bijstandsnorm voor gehuwden. De reden hiervoor is dat eiser gehuwd is met een niet-rechthebbende partner en niet duurzaam gescheiden leeft van zijn echtgenote. Het bezwaar dat eiser tegen dit besluit indiende, heeft verweerder ongegrond verklaard.
- De eerste vraag die moet worden beantwoord is of eiser ten tijde van de bijstandsaanvraag duurzaam gescheiden leefde van zijn echtgenote. Deze vraag beantwoordt de rechtbank ontkennend. Eiser heeft verwezen naar de Memorie van Toelichting bij de Wet werk en bijstand, waarin als voorbeeld van duurzaam gescheiden leven de situatie is genoemd dat een iemand met een asielvergunning in Nederland nog wacht op de overkomst van zijn familie. Naar het oordeel van de rechtbank heeft de wetgever met dit voorbeeld met name heeft gedacht aan situaties waarin de procedure die voor de overkomst van familie moet worden gevolgd nog in de beginfase is. Zolang niet alle benodigde documenten door de IND zijn beoordeeld, is de duur en de uitkomst van zo’n procedure onzeker. Hiervan was in het geval van eiser geen sprake. Ten tijde van de aanvraag had de IND al ingestemd met de overkomst van eisers echtgenote en dochter. Daarmee was aan de belangrijkste voorwaarde voor de overkomst van eisers echtgenote voldaan. Weliswaar was er nog onzekerheid over de vraag of zij in verband met corona wel naar Nederland zouden kunnen vliegen, maar dat is onvoldoende om te concluderen dat het gescheiden leven van eiser en zijn echtgenote als duurzaam moest worden aangemerkt.
- Vervolgens moet de vraag worden beantwoord of er, gelet op eisers financiële positie, aanleiding was om af te wijken van de bijstandsnorm die normaliter in deze situatie wordt gehanteerd. Ook deze vraag beantwoordt de rechtbank ontkennend. Uit de door verweerder gemaakte berekening, gebaseerd op door eiser verstrekte informatie, blijkt dat eiser na aftrek van de vaste lasten, onder andere huur en zorgverzekering, zo’n € 7,- per dag overhoudt voor de kosten van zijn directe levensonderhoud. Volgens het NIBUD is dit bedrag in beginsel voldoende. Van bijzondere omstandigheden die leiden tot hogere kosten van levensonderhoud is in het geval van eiser niet gebleken. Verweerder hoefde daarom de uitkering van eiser niet te verhogen.
- Voor een proceskostenveroordeling bestaat geen aanleiding. Deze uitspraak is uitgesproken in het openbaar op 20 juli 2022 door mr. A.P. Hameete, rechter, in aanwezigheid van mr. E. Huis-Grondman, griffier. griffier rechter Een afschrift van dit proces-verbaal is verzonden aan partijen op: Bent u het niet eens met deze uitspraak? Als u het niet eens bent met deze uitspraak, kunt u een brief sturen naar de Centrale Raad van Beroep waarin u uitlegt waarom u het er niet mee eens bent. Dit heet een beroepschrift. U moet dit beroepschrift indienen binnen 6 weken na de dag waarop dit proces-verbaal is verzonden. U ziet deze datum hierboven.