Rechtbank Rotterdam Team straf 1 Parketnummer: 10.296616.21 Datum uitspraak: 7 juli 2022 Tegenspraak Vonnis van de rechtbank Rotterdam, meervoudige kamer voor strafzaken, in de zaak tegen de verdachte: [naam verdachte] , geboren te [geboorteplaats verdachte] op [geboortedatum verdachte] , ingeschreven in de basisregistratie personen op het adres [adres verdachte] [postcode verdachte] [woonplaats verdachte] , ten tijde van het onderzoek op de terechtzitting preventief gedetineerd in de Penitentiaire Inrichting Dordrecht, raadsvrouw mr. Ö. Saki, advocaat te Rotterdam. 1.Onderzoek op de terechtzitting Gelet is op het onderzoek op de terechtzitting van 23 juni
- 2.Tenlastelegging Aan de verdachte is ten laste gelegd hetgeen is vermeld in de dagvaarding. De tekst van de tenlastelegging is als bijlage I aan dit vonnis gehecht. 3.Eis officier van justitie De officier van justitie mr. B.M. van Heemst heeft gevorderd: bewezenverklaring van het onder 1 en 2 ten laste gelegde; veroordeling van de verdachte tot een gevangenisstraf voor de duur van 5 jaren met aftrek van voorarrest. 4.Vrijspraak Standpunt officier van justitie De onder 1 en 2 ten laste gelegde feiten kunnen wettig en overtuigend worden bewezen. Vastgesteld kan worden dat de verdachte op 19 april 2021 tezamen en in vereniging met de medeverdachten [naam medeverdachte 1] en [naam medeverdachte 2] de aangeefsters [naam slachtoffer 1] en [naam slachtoffer 2] in de woning aan de [adres delict] te Rotterdam met geweld en bedreiging met geweld heeft overvallen en wederrechtelijk van hun vrijheid heeft beroofd. De verklaring van de verdachte dat hij hierbij niet betrokken was, is ongeloofwaardig. Er is voldoende wettig en overtuigend bewijs dat hij één van de daders was. De medeverdachte [naam medeverdachte 1] heeft verklaard dat de verdachte aanwezig was op de [adres delict] en op basis van de verklaring van de getuige [naam getuige] (destijds de vriendin van de medeverdachte [naam medeverdachte 2] ) kan ook worden vastgesteld dat hij met de medeverdachten de woning is ingegaan en betrokken was bij voornoemde feiten. Ook past hij bij één van de door de aangeefsters opgegeven signalementen. Beoordeling De rechtbank is op grond van de bewijsmiddelen niet tot de overtuiging gekomen dat de verdachte de aan hem tenlastegelegde feiten heeft begaan. De enige die de verdachte aanwijst als mededader van de overval is de getuige [naam getuige] , maar dit betreft een zogenoemde ‘de auditu-verklaring’ en is niet gebaseerd op eigen waarneming zodat daaraan slechts een beperkt gewicht wordt toegekend. De verklaring van de getuige [naam getuige] vindt daarbij onvoldoende steun in andere bewijsmiddelen. Weliswaar is komen vast te staan dat het rijbewijs van de verdachte is gebruikt in verband met de huur van de auto die bij de overval betrokken was, en de medeverdachte [naam medeverdachte 1] heeft verklaard dat de verdachte hem met de auto naar de woning heeft gebracht. Volgens de medeverdachte [naam medeverdachte 1] is de verdachte daar echter niet binnen geweest en had zijn bezoek bovendien niets met een overval te maken. Hij is juist degene die is overvallen. De door de aangeefsters opgegeven signalementen zijn te algemeen om op grond daarvan te kunnen concluderen dat de verdachte een van de overvallers is geweest. Naar het oordeel van de rechtbank kan dan ook niet worden vastgesteld dat de verdachte in de woning is geweest waar de overval heeft plaatsgevonden, terwijl ook overigens niet is gebleken van een nauwe en bewuste samenwerking tussen de verdachte en de overvallers. Conclusie Het onder 1 en 2 ten laste gelegde is niet wettig en overtuigend bewezen. De verdachte wordt daarvan vrijgesproken. 5.Bijlage De in dit vonnis genoemde bijlage maakt deel uit van dit vonnis. 6.Beslissing De rechtbank: verklaart niet bewezen, dat de verdachte de onder 1 en 2 ten laste gelegde feiten heeft begaan en spreekt de verdachte daarvan vrij; heft op het bevel tot voorlopige hechtenis van de verdachte met ingang van heden. Dit vonnis is gewezen door mr. M.C. Franken, voorzitter, en mrs. J.C. Tijink en I. Raterman, rechters, in tegenwoordigheid van mrs. J.R. de Graaf en A.K. van Zanten, griffiers, en uitgesproken op de openbare terechtzitting op 7 juli
- De oudste rechter, de jongste rechter en de griffier mr. J.R. de Graaf zijn buiten staat dit vonnis mede te ondertekenen. Bijlage I Tekst tenlastelegging Aan de verdachte wordt ten laste gelegd dat
- hij op of omstreeks 19 april 2021 te Rotterdam tezamen en in vereniging met een ander of anderen, althans alleen, opzettelijk [naam slachtoffer 1] en/of [naam slachtoffer 2] wederrechtelijk van de vrijheid heeft/hebben beroofd en/of beroofd gehouden, door - die [naam slachtoffer 1] op/tegen het gezicht en/of het hoofd te slaan en/of - de handen/polsen van die [naam slachtoffer 1] en/of [naam slachtoffer 2] aan elkaar (op haar/hun rug) vast te binden met tape en/of - de mond van die [naam slachtoffer 1] en/of [naam slachtoffer 2] af te plakken met tape en/of - een vuurwapen, althans een op een vuurwapen gelijkend voorwerp, op die [naam slachtoffer 1] en/of [naam slachtoffer 2] te richten en/of gericht te houden en/of - meermalen, althans eenmaal, die [naam slachtoffer 1] en/of [naam slachtoffer 2] de woorden toe te voegen: "Waar is het geld, geef ons alles dat je hebt" en/of "We nemen jullie mee in de auto", althans woorden van gelijke aard en/of strekking; (art 282 lid 1 Wetboek van Strafrecht, art 47 lid 1 ahf/sub 1 Wetboek van Strafrecht)
- hij op of omstreeks 19 april 2021 te Rotterdam tezamen en in vereniging met een of meer anderen, althans alleen, een paspoort, identiteitskaart, geldbedrag, ring, sleutels, een of meer telefoons en/of een of meer creditcards, in elk geval enig goed, dat/die geheel of ten dele aan [naam slachtoffer 1] en/of [naam slachtoffer 2] , in elk geval aan een ander dan aan verdachte en/of zijn mededader(s) toebehoorde(n) heeft weggenomen met het oogmerk om het zich wederrechtelijk toe te eigenen, terwijl deze diefstal werd voorafgegaan, vergezeld en/of gevolgd van geweld en/of bedreiging met geweld tegen die [naam slachtoffer 1] en/of [naam slachtoffer 2] , gepleegd met het oogmerk om die diefstal voor te bereiden of gemakkelijk te maken, of om, bij betrapping op heterdaad, aan zichzelf of andere deelnemers aan het misdrijf hetzij de vlucht mogelijk te maken, hetzij het bezit van het gestolene te verzekeren, door - die [naam slachtoffer 1] op/tegen het gezicht en/of het hoofd te slaan en/of - de handen/polsen van die [naam slachtoffer 1] en/of [naam slachtoffer 2] aan elkaar (op haar/hun rug) vast te binden met tape en/of - de mond van die [naam slachtoffer 1] en/of [naam slachtoffer 2] af te plakken met tape en/of - een vuurwapen, althans een op een vuurwapen gelijkend voorwerp, op die [naam slachtoffer 1] en/of [naam slachtoffer 2] te richten en/of gericht te houden en/of - meermalen, althans eenmaal, die [naam slachtoffer 1] en/of [naam slachtoffer 2] de woorden toe te voegen: "Waar is het geld, geef ons alles dat je hebt" en/of "We nemen jullie mee in de auto", althans woorden van gelijke aard en/of strekkin; (art 310 Wetboek van Strafrecht, art 312 lid 1 Wetboek van Strafrecht, art 312 lid 2 ahf/sub 2 Wetboek van Strafrecht)