Rechtbank Rotterdam Team straf 1 Parketnummer: 10/996562-15 Datum uitspraak: 15 juli 2022 Verstek Vonnis van de rechtbank Rotterdam, meervoudige kamer voor strafzaken, in de zaak tegen de verdachte: [naam verdachte] , geboren te [geboorteplaats verdachte] op [geboortedatum verdachte] , ingeschreven in de basisregistratie personen op het adres: [adres verdachte] , [postcode verdachte] [woonplaats verdachte] . 1.Onderzoek op de terechtzitting Gelet is op het onderzoek op de terechtzitting van 1 juli
(2011)per jaar verdiend. [naam medeverdachte 1] had geen geregistreerd inkomen van 2008 tot en met 2012 en ontving in 2013 en 2014 respectievelijk € 8.641,- en € 8.615,- aan salaris per jaar van [naam vastgoedbedrijf 1] . Gelet op de hoogte van het gezamenlijk inkomen van de verdachte en [naam medeverdachte 1] kunnen de contante stortingen op de bankrekeningen en de contante uitgaven aan goederen en onroerend goed derhalve niet door beider geregistreerde inkomen worden verklaard. Ook de contante inkomsten uit de keukenhandel van de verdachte (in 2013 in totaal € 569,92, in 2014 € 6.464,40 en in 2015 maximaal € 20.920,-) en de nagelstudio van [naam medeverdachte 1] (in totaal € 10.716 in 2013) kunnen deze grote contante geldbedragen niet verklaren. Bovendien wordt de verdachte in verband gebracht met verdovende middelen. In de woning van de verdachte en [naam medeverdachte 1] zijn aantekeningen en een USB-stick aangetroffen die vermoedelijk zien op het vervaardigen van dan wel de handel in verdovende middelen en in de slaapkamer is een hoeveelheid (meer dan een gebruikershoeveelheid) verdovende middelen aangetroffen. 4.1.3. Conclusie vermoeden van witwassen De rechtbank is van oordeel dat de hiervoor genoemde feiten en omstandigheden, in onderling verband en samenhang beschouwd, zonder meer een vermoeden van witwassen rechtvaardigen. Gelet hierop mag van de verdachte worden verlangd dat hij een concrete, min of meer verifieerbare en niet op voorhand hoogst onwaarschijnlijke verklaring geeft aangaande de herkomst van het geld. 4.1.4. Verklaring verdachte, [naam medeverdachte 1] en [naam medeverdachte 2] 4.1.4.1. Verklaring verdachte Kort gezegd komt de verklaring van de verdachte erop neer dat hij in 2010 een erfenis heeft gehad ontvangen van zijn moeder. De erfenis heeft hij gebruikt bij de aanschaf van de [adres 4] . Daarnaast heeft zijn moeder geld dat hij verdiende voor hem gespaard. Dat geld zat in de kluis van zijn moeder. Hij zou bewijzen en bankafschriften opgevraagd hebben en daar staat ook het bedrag van zijn moeder in. Ook had zijn moeder volgens hem een schriftje waarin zij een en ander bijhield. Verder neemt hij altijd het geld dat op zijn bankrekening staat contant op en heeft hij dus altijd de beschikking over contant geld. [naam medeverdachte 2] zou de panden aan de [naam locatie] in Rotterdam hebben gefinancierd via [naam vastgoedbedrijf 1] . Hij dacht dat de financiering uit [naam vastgoedbedrijf 2] is gekomen. Na vijf jaar zou hij met de opbrengst van de verhuur van de panden [naam medeverdachte 2] terugbetalen. De herkomst van de gelden kent hij niet. De leningsovereenkomst tussen [naam vastgoedbedrijf 2] en [naam vastgoedbedrijf 1] heeft hij nog nooit gezien. De andere panden zijn gefinancierd met hypotheken en met eigen geld. Tegenover de aankoop van “ [naam appartement] ” in [plaats] , [land] staat een geldlening van [naam medeverdachte 2] . 4.1.4.2. Verklaring medeverdachte [naam medeverdachte 1] verklaart kort gezegd dat zij getekend heeft voor de aankoop van de huizen door [naam vastgoedbedrijf 1] . De afspraak met [naam medeverdachte 2] was dat zij en de verdachte de huizen zouden verbouwen en verhuren. De huurders betaalden de huur aan [naam vastgoedbedrijf 1] of [naam medeverdachte 2] . Zij weet niets over de herkomst van het geld, alleen dat het met geld van [naam vastgoedbedrijf 1] is gekocht. De leningsovereenkomst tussen [naam vastgoedbedrijf 2] en [naam vastgoedbedrijf 1] heeft zij nog nooit gezien. Het pand in [plaats] is gekocht met geld vanuit Nederland en [land] . Haar man heeft gespaard en verder weet zij het niet. Verder heeft zij geld ontvangen van de verkopen van grond door haar vader. Zij zou papieren kunnen regelen om dit te bewijzen. 4.1.4.3. Verklaring medeverdachte [naam medeverdachte 2] verklaart kort gezegd dat de financiering van de panden door [naam vastgoedbedrijf 1] afkomstig is van een lening van [naam vastgoedbedrijf 2] . [naam medeverdachte 2] verklaarde dat hij niet precies weet wat er boekhoudkundig bij [naam vastgoedbedrijf 2] moest worden verantwoord of hoe dat is gedaan. [naam vastgoedbedrijf 2] heeft geld verdiend met de handel in scheepsladingen hout vanaf 2010. Ook heeft [naam vastgoedbedrijf 2] geld verdiend met het onderhoud aan gebouwen en parken. De hoofdactiviteit was echter een houtfabriek, het is een hoofdleverancier van pallets. De lening van [naam vastgoedbedrijf 2] aan [naam vastgoedbedrijf 1] is deels gefinancierd uit eigen middelen en deels met leningen van banken. Hij verklaarde dat zijn inkomen in de jaren van de aanschaf van het onroerend goed door [naam vastgoedbedrijf 1] voldoende was om dit te bekostigen. Daarnaast verklaarde hij dat hij hoogstwaarschijnlijk opbrengsten van verkochte onroerende zaken heeft gebruikt voor de aanschaf van de panden in Nederland. Over de contante uitgaven en stortingen op rekeningen van [naam vastgoedbedrijf 1] , [naam vastgoedbedrijf 2] en van hemzelf in privé verklaarde hij dat deze bedragen afkomstig zijn van zakelijke activiteiten. De bedragen die afkomstig zijn van [naam vastgoedbedrijf 2] betreffen de winst van [naam vastgoedbedrijf 2] die zowel contant als giraal is ontvangen. Geconfronteerd met de jaarcijfers van [naam vastgoedbedrijf 2] dat de uitgeleende bedragen niet zouden kunnen zijn uitgeleend, verklaarde hij dat de jaarcijfers eerder niet klopten. Contante stortingen op rekeningen van [naam vastgoedbedrijf 1] kunnen afkomstig zijn uit privé inkomsten, activiteiten uit ondernemingen en leningen. Hij heeft, kort voor de stortingen, bedragen ontvangen van debiteuren. Hij weet niet meer hoe dat exact is gegaan destijds. Het geldbedrag dat afkomstig is van [naam vastgoedbedrijf 3] is afkomstig uit activiteiten van de onderneming [naam vastgoedbedrijf 3] . 4.1.5. Beoordeling van de verklaringen verdachten De verklaringen van de verdachte en [naam medeverdachte 1] zijn vaag en worden op geen enkele wijze onderbouwd. De verdachte verwijst naar een schrift waarin zijn moeder een en ander bijhield en opgevraagde bewijzen en bankafschriften waarin het bedrag van zijn moeder zou staan. [naam medeverdachte 1] verwijst naar stukken waaruit zou blijken dat zij geld van haar vader heeft ontvangen van grond die is verkocht. Geen van deze stukken zijn door hen overgelegd. Dit maakt het op zich reeds voor het Openbaar Ministerie feitelijk onmogelijk om nader onderzoek naar deze verklaringen te doen. Dat betekent dat deze verklaringen te vaag blijven en daardoor onvoldoende concreet, niet verifieerbaar en op voorhand onwaarschijnlijk zijn. Ten aanzien van de erfenis van de moeder van de verdachte merkt de rechtbank op dat de verdachte vanwege de erfenis een vordering op zijn vader had van € 13.163,-. Derhalve kan ook de erfenis van zijn moeder de herkomst van de veel hogere contante geldbedragen niet verklaren. Ook de verklaring dat het vermogen van [naam vastgoedbedrijf 1] afkomstig is uit bedrijfsactiviteiten van [naam vastgoedbedrijf 1] , [naam vastgoedbedrijf 2] , [naam vastgoedbedrijf 3] en/of de medeverdachte [naam medeverdachte 2] en afgesloten bankleningen is onvoldoende concreet, niet verifieerbaar en op voorhand onwaarschijnlijk, zeker gelet op de wijze waarop de bankrekeningen van [naam vastgoedbedrijf 1] gevoed worden. Elke schriftelijke onderbouwing ontbreekt immers, terwijl deze informatie binnen een normale bedrijfsvoering beschikbaar zou moeten zijn. Gelet op het bovenstaande kan een criminele herkomst als enige aanvaardbare verklaring gelden. 4.1.6. Wetenschap Gelet op de betrokkenheid van de verdachte en [naam medeverdachte 1] , het gebruik en feitelijke bezit van de bankrekeningen, de onroerende zaken en de andere goederen, kan het niet anders dan dat zij hier wetenschap van hebben gehad. De verdachte en [naam medeverdachte 1] hebben deze contante gelden samen voorhanden gehad, gebruikt en vervolgens omgezet in andere goederen of geïnvesteerd in onroerend goed. Aldus is er tevens sprake van medeplegen van witwassen. 4.1.7. Gewoonte Of een meervoud aan gedragingen kan worden gekwalificeerd als het maken van een “gewoonte”, zoals strafbaar gesteld in artikel 420ter van het Wetboek van Strafrecht, hangt af van de concrete omstandigheden van het geval. Daarbij kan onder meer betekenis toekomen aan de aard van de gedragingen en de omstandigheden waaronder deze zijn verricht, alsmede aan het aantal gedragingen en het tijdsbestek waarbinnen deze zich hebben afgespeeld (HR 23 november 2021, ECLI:NL:HR:2021:1702). De verdachte heeft gedurende een periode van ruim vier jaar zes onroerende zaken aangeschaft met een gezamenlijke aankoopwaarde van € 1.236.000,- en een auto, boot, motorfiets, scooter en Rolex horloge ter waarde van € 65.796,50. Gelet op de aard, omvang en duur van de gedragingen acht de rechtbank ook bewezen dat verdachte van dit witwassen een gewoonte heeft gemaakt. 4.1.8. Conclusie Bewezen is dat de verdachte zich schuldig heeft gemaakt aan het onder 1 primair, 2 primair en 3 ten laste gelegde. 4.2. Bewijswaardering feiten 4 en 5 4.2.1. Standpunt officier van justitie De officier van justitie heeft gerekwireerd tot bewezenverklaring van het onder 4 en 5 ten laste gelegde, met dien verstande dat er 72 gram heroïne is aangetroffen in plaats van de ten laste gelegde 173,5 gram. 4.2.2. Beoordeling Bij de doorzoeking van de woning van de verdachte op 21 oktober 2015 is op aanwijzing van de verdachte 38,8 gram methadon, 72 gram heroïne, 101,5 gram hasjiesj en 5,4 gram hennep aangetroffen. Gelet op het feit dat de verdovende middelen in de woning van de verdachte zijn aangetroffen op aanwijzing van verdachte zelf staat vast dat de verdachte wetenschap had van de aanwezige verdovende middelen en daar ook de beschikkingsmacht over had. Van een nauwe en bewuste samenwerking met een ander is niet gebleken. De rechtbank zal de verdachte dan ook vrijspreken van het ten laste gelegde medeplegen. 4.2.3. Conclusie Het onder 4 en 5 ten laste gelegde is wettig en overtuigend bewezen. 4.3. Bewezenverklaring In bijlage II heeft de rechtbank de inhoud van wettige bewijsmiddelen opgenomen, houdende voor de bewezenverklaring redengevende feiten en omstandigheden. Op grond daarvan, en op grond van de redengevende inhoud van het voorgaande, is wettig en overtuigend bewezen dat de verdachte het onder 1 primair, 2 primair, 3, 4 en 5 ten laste gelegde heeft begaan op die wijze dat: 1. hij in de periode van 27 april 2011 tot en met 21 oktober 2015 te Rotterdam, tezamen en in vereniging met een ander, panden met als adres - [adres 1] in Rotterdam en - [adres 2] in Rotterdam en - [adres 3] in Rotterdam
- b)heeft verworven en voorhanden heeft gehad en/ daarvan gebruik heeft gemaakt, terwijl hij wist dat deze voorwerpen geheel of gedeeltelijk - onmiddellijk en/of middellijk - afkomstig waren uit enig misdrijf, zulks terwijl verdachte en zijn mededader van het plegen van die misdrijven een gewoonte hebben gemaakt ; 2. hij in de periode van 27 april 2011 tot en met 21 oktober 2015 te Rotterdam en Bulgarije , tezamen en in vereniging met een ander, panden met als adres - [naam appartement] in [plaats] ( [land] ) - [adres 4] in Rotterdam en- [adres 5] in Rotterdam en - Contante geldbedragen tot een totaal van 11.418 euro en- Contante geldbedragen tot een totaal van 27.220 euro en - Contante geldbedragen tot een totaal van 30.954 euro en - Contante geldbedragen tot een totaal van 40.000 euro en - Contante geldbedragen tot een totaal van 21.100 euro en - Contante geldbedragen tot een totaal van 86.000 euro ( keuken [adres 3] ) en - Contante geldbedragen tot een totaal van 38.500 euro (aanschaf badkamer [adres 3] ) en - Volkswagen Passat met kenteken [kentekennummer 1] en - Boot Adventure V-550 met kenteken [kentekennummer 2] en - Motorfiets Gilera Fuoco met kenteken [kentekennummer 3] en - Vespa S-Sport met kenteken [kentekennummer 4] en - Rolex (Daytona) horloge type [type] en serienummer [serienummer] ,
- b)heeft verworven en voorhanden heeft gehad en/of heeft overgedragen en/of omgezet en/of daarvan gebruik heeft gemaakt, terwijl hij wist dat deze voorwerpen geheel of gedeeltelijk - onmiddellijk en/of middellijk - afkomstig waren uit enig misdrijf, zulks terwijl verdachte en zijn mededaders van het plegen van die misdrijven een gewoonte hebben gemaakt; 3. hij op 21 oktober 2015 te Rotterdam tezamen en in vereniging met een ander, een geldbedrag van totaal 20.335 euro ,
- b)voorhanden heeft gehad , terwijl hij, verdachte en zijn mededader, wisten dat dit voorwerp geheel of gedeeltelijk - onmiddellijk of middellijk - afkomstig was uit enig misdrijf; 4. Hij op 21 oktober 2015 te Rotterdam opzettelijk aanwezig heeft gehad, -38,8 gram methadon en - 72 gram heroïne zijnde methadon en heroïne, middelen als bedoeld in de Opiumwet behorende lijst It; 5. Hij op 21 oktober 2015 te Rotterdam opzettelijk aanwezig heeft gehad, -101,5 gram hasjiesj en -5,4 gram hennep zijnde hasjiesj en hennep middelen als bedoeld in de Opiumwet behorende lijst II; Hetgeen meer of anders is ten laste gelegd is niet bewezen. De verdachte moet daarvan worden vrijgesproken. 5.Strafbaarheid feiten De bewezen feiten leveren op: 1.Medeplegen van gewoontewitwassen; 2. Medeplegen van gewoontewitwassen; 3. Medeplegen van witwassen; 4. Opzettelijk handelen in strijd met het in artikel 2 onder C van de Opiumwet gegeven verbod, meermalen gepleegd; 5. Opzettelijk handelen in strijd met het in artikel 3 onder C van de Opiumwet gegeven verbod, meermalen gepleegd. Er zijn geen feiten of omstandigheden aannemelijk geworden die de strafbaarheid van de feiten uitsluiten. De feiten zijn dus strafbaar. 6.Strafbaarheid verdachte Er is geen omstandigheid aannemelijk geworden die de strafbaarheid van de verdachte uitsluit. De verdachte is dus strafbaar. 7.Motivering straffen De straffen die aan de verdachte worden opgelegd, zijn gegrond op de ernst van de feiten, de omstandigheden waaronder de feiten zijn begaan en de persoon en de persoonlijke omstandigheden van de verdachte. Daarbij wordt in het bijzonder het volgende in aanmerking genomen. De verdachte heeft zich schuldig gemaakt aan gewoontewitwassen van aanzienlijke geldbedragen. Het gewoontewitwassen strekt zich uit over een periode van ruim vier jaren. Het witwassen van criminele gelden vormt een bedreiging van de legale economie en tast de integriteit van het financiële en economische verkeer aan, ook vanwege de corrumperende invloed ervan op het reguliere handelsverkeer, en is daarmee een bedreiging voor de samenleving. Witwassen bevordert het plegen van delicten, omdat door het wegsluizen van crimineel geld of het verschaffen van een schijnbaar legale herkomst van criminele gelden de opsporing van de onderliggende misdrijven wordt bemoeilijkt en zonder witwassen het genereren van illegale winsten een stuk minder lucratief zou zijn. De verdachte heeft voorts een hoeveelheid soft- en harddrugs voorhanden gehad. Op basis van de hoeveelheden en de diversiteit daarvan neemt de rechtbank aan dat de drugs bestemd waren voor de handel. De verspreiding van en handel in onder meer methadon en heroïne gaan gepaard met vele andere vormen van criminaliteit en vormen bovendien een gevaar voor de volksgezondheid. Dit alles wordt de verdachte aangerekend. De rechtbank heeft acht geslagen op een uittreksel uit de justitiële documentatie van 24 mei 2022, waaruit blijkt dat de verdachte eerder is veroordeeld voor Opiumwet-feiten. Gelet op hetgeen de rechtbank hierboven heeft overwogen, komt zij tot de volgende conclusies. Gezien de ernst van de feiten kan niet anders worden gereageerd dan met het opleggen van een gevangenisstraf. Bij de bepaling van de duur van de gevangenisstraf heeft de rechtbank acht geslagen op straffen die in soortgelijke zaken plegen te worden opgelegd. 7.1. Redelijke termijn Bij de berechting van een zaak, waarbij geen sprake is van bijzondere omstandigheden heeft als uitgangspunt te gelden dat de behandeling van de zaak op de terechtzitting dient te zijn afgerond met een eindvonnis binnen twee jaar na aanvang van de redelijke termijn. De redelijke termijn vangt aan op het moment dat een verdachte in redelijkheid de verwachting kan hebben dat tegen hem ter zake van een bepaald strafbaar feit door het openbaar ministerie een strafvervolging zal worden ingesteld. De doorzoeking van een woning kan als een zodanige handeling worden aangemerkt. In de onderhavige zaak heeft er een doorzoeking van de woning plaatsgevonden op 21 oktober 2015. Op deze datum is de redelijke termijn derhalve aangevangen. Naar het oordeel van de rechtbank is er in deze zaak geen sprake van bijzondere omstandigheden. Tussen 21 oktober 2015 en de datum van het eindvonnis ligt een periode van ruim zes en een half jaar. Nu in deze zaak, zoals hiervoor is overwogen, wordt uitgegaan van een redelijke termijn van twee jaar, is er in de onderhavige zaak sprake van een overschrijding van de redelijke termijn als bedoeld in artikel 6 van het Verdrag tot bescherming van de rechten van de mens en de fundamentele vrijheden (EVRM) van vier en een half jaar. Nu deze overschrijding slechts deels is toe te rekenen aan de verdediging, dient dit gecompenseerd te worden door vermindering van de op te leggen straf met zes maanden. In het geval de redelijke termijn niet zou zijn overschreden, zou de rechtbank een gevangenisstraf hebben opgelegd voor de duur van 24 maanden. Gelet op het voorgaande zal de rechtbank de verdachte een gevangenisstraf van 18 maanden opleggen. Alles afwegend acht de rechtbank de hierna te noemen straffen, waaronder de hieronder besproken verbeurdverklaringen, passend en geboden. Tenuitvoerlegging van de op te leggen gevangenisstraf zal plaatsvinden binnen de penitentiaire inrichting, tot het moment dat de veroordeelde in aanmerking komt voor deelname aan een penitentiair programma, als bedoeld in artikel 4 Penitentiaire beginselenwet, dan wel de regeling van voorwaardelijke invrijheidsstelling, als bedoeld in artikel 6:2:10 Wetboek van Strafvordering, aan de orde is. 8.In beslag genomen voorwerpen 8.1. Standpunt officier van justitie De officier van justitie heeft gevorderd: - verbeurdverklaring van: o de woning aan de [adres 1] te Rotterdam; o de woning aan de [adres 2] te Rotterdam; o de woning aan de [adres 3] te Rotterdam; o de woning aan de [adres 4] te Rotterdam; o de woning aan de [adres 5] te Rotterdam; o de onroerende zaak “ [naam appartement] , in [plaats] [land] ”; o de Volkswagen Passat met kenteken [kentekennummer 1] ; o de boot Adventure V-550 met kenteken [kentekennummer 2] met trailer; o de motorfiets Gilera Fuoco met kenteken [kentekennummer 3] ; o de Vespa S-Sport met kenteken [kentekennummer 4] ; o het Rolex Daytona horloge type [type] met serienummer [serienummer] ; o het geldbedrag ad. € 20.335,-; - onttrekken aan het verkeer van: o een donkerblauwe politiejas; o contant (vals) geld ad. € 800.-; - teruggave aan verdachte van een Apple Pro computer. 8.2. Beoordeling De woningen aan de [adres 1] , [adres 2] en [adres 3] , [adres 4] en [adres 5] te Rotterdam, de onroerende zaak “ [naam appartement] , in [plaats] [land] ”, de Volkswagen Passat, de boot Adventure V-550 met trailer, de motorfiets Gilera Fuoco, de Vespa S-Sport, het Rolex Daytona horloge en het geldbedrag ad. € 20.335,- zullen worden verbeurd verklaard. Deze woningen, onroerende zaak, goederen en geldbedrag behoren aan de verdachte toe en zijn geheel of grotendeels door middel van de strafbare feiten verkregen. De in beslag genomen donkerblauwe politiejas en het contante valse geld zullen worden onttrokken aan het verkeer. Het ongecontroleerde bezit daarvan is in strijd met de wet en/of het algemeen belang. Ten aanzien van de Apple Pro computer zal een last worden gegeven tot teruggave aan de verdachte. 9.Toepasselijke wettelijke voorschriften Gelet is de artikelen 33, 33a, 36b, 36d, 47, 57, 420bis en 420ter van het Wetboek van Strafrecht en de artikelen 2, 3, 10 en 11 van de Opiumwet. 10.Bijlagen De in dit vonnis genoemde bijlagen maken deel uit van dit vonnis. 11.Beslissing De rechtbank: verklaart bewezen, dat de verdachte de onder 1 primair, 2 primair, 3, 4 en 5 ten laste gelegde feiten, zoals hiervoor omschreven, heeft begaan; verklaart niet bewezen hetgeen aan de verdachte meer of anders ten laste is gelegd dan hiervoor bewezen is verklaard en spreekt de verdachte daarvan vrij; stelt vast dat het bewezen verklaarde oplevert de hiervoor vermelde strafbare feiten; verklaart de verdachte strafbaar; veroordeelt de verdachte tot een gevangenisstraf voor de duur van 18 maanden; beslist ten aanzien van de voorwerpen, geplaatst op de lijst van inbeslaggenomen en nog niet teruggegeven voorwerpen, als volgt:- verklaart verbeurd als bijkomende straf voor de feiten 1, 2 en 3: de woning aan de [adres 1] te Rotterdam; de woning aan de [adres 2] te Rotterdam; de woning aan de [adres 3] te Rotterdam; de woning aan de [adres 4] te Rotterdam; de woning aan de [adres 5] te Rotterdam; de onroerende zaak “ [naam appartement] , in [plaats] [land] ”; de Volkswagen Passat met kenteken [kentekennummer 1] ; de boot Adventure V-550 met kenteken [kentekennummer 2] met trailer; \de motorfiets Gilera Fuoco met kenteken [kentekennummer 3] ; de Vespa S-Sport met kenteken [kentekennummer 4] ; het Rolex Daytona horloge type [type] met serienummer [serienummer] ; het geldbedrag ad. € 20.335,-; - verklaart onttrokken aan het verkeer: donkerblauwe politiejas; contant (vals) geld ad. € 800.-; - gelast de teruggave aan verdachte van: Apple Pro computer. Dit vonnis is gewezen door mr. E. Rabbie , voorzitter, en mrs. R.H. Kroon en R.E. Drenth, rechters, in tegenwoordigheid van mr. M. Koek, griffier, en uitgesproken op de openbare terechtzitting op de datum die in de kop van dit vonnis is vermeld. De jongste rechter is buiten staat dit vonnis mede te ondertekenen. Bijlage I Tekst tenlastelegging Aan de verdachte wordt ten laste gelegd dat 1. hij op een of meer tijdstippen in of omstreeks de periode van 27 april 2011 tot en met 21 oktober 2015 te Rotterdam en/of elders in Nederland, tezamen en in vereniging met (een) ander(en), althans alleen, (van) één of meer voorwerp(
- en)te weten, één of meer onroerend(
- e)goed(eren), zijnde één of meer panden met als adres (1-OPV) - [adres 1] in Rotterdam en/of - [adres 2] in Rotterdam en/of - [adres 3] in Rotterdam a.
- a)de werkelijke aard en/of herkomst en/of vindplaats en/of de vervreemding heeft verborgen en/of heeft verhuld en/of verhuld wie de rechthebbende(
- n)op dat/die voorwerp(
- en)is/zijn en/of wie dat/die voorwerp(
- en)voorhanden heeft gehad en/of
- b)heeft verworven en/of voorhanden heeft gehad en/of heeft overgedragen en/of omgezet en/of gebruik heeft gemaakt, terwijl hij wist dat dit/deze voorwerp(
- en)geheel en/of gedeeltelijk - onmiddellijk en/of middellijk - afkomstig was/waren uit enig misdrijf, zulks terwijl verdachte en/of zijn mededader(
- s)van het plegen van dit/die misdrijf/misdrijven een gewoonte heeft/hebben gemaakt en/of het plegen van dit/die misdrijf/misdrijven als bedrijf heeft/hebben uitgeoefend; Subsidiair, voorzover het vorenstaande niet tot een veroordeling mocht of zou kunnen leiden: hij op een of meer tijdstippen in of omstreeks de periode van 27 april 2011 tot en met 21 oktober 2015 te Rotterdam en/of elders in Nederland, tezamen en in vereniging met (een) ander(en), althans alleen, (van) één of meer voorwerp(
- en)te weten, één of meer onroerend(
- e)goed(eren), zijnde één of meer panden met als adres (1-OPV) - [adres 1] in Rotterdam en/of - [adres 2] in Rotterdam en/of - [adres 3] in Rotterdam a.
- a)de werkelijke aard en/of herkomst en/of vindplaats en/of de vervreemding heeft verborgen en/of heeft verhuld en/of verhuld wie de rechthebbende(
- n)op dat/die voorwerp(
- en)is/zijn en/of wie dat/die voorwerp(
- en)voorhanden heeft gehad en/of
- b)heeft verworven en/of voorhanden heeft gehad en/of heeft overgedragen en/of omgezet en/of gebruik heeft gemaakt, terwijl hij redelijkerwijs moest vermoeden dat dit/deze voorwerp(
- en)geheel en/of gedeeltelijk - onmiddellijk en/of middellijk - afkomstig was/waren uit enig misdrijf; 2. hij op een of meer tijdstippen in of omstreeks de periode van 27 april 2011 tot en met 21 oktober 2015 te Rotterdam en/of elders in Nederland en/of Bulgarije , tezamen en in vereniging met (een) ander(en), althans alleen, (van) één of meer voorwerp(
- en)te weten, één of meer onroerend(
- e)goed(eren), zijnde één of meer panden met als adres (2-OPV) - [naam appartement] in [plaats] ( [land] ) - [adres 4] in Rotterdam en/of - [adres 5] in Rotterdam en/of - één of meer contante geldbedragen , waaronder: - Contante geldbedragen tot een totaal van (circa) 11.418 euro (contante stortingen spaarrekening [naam verdachte] inzake aanschaf [adres 4] ) en/of - Contante geldbedragen tot een totaal van (circa) 27.220 euro (contante stortingen op bankrekening [naam medeverdachte 2] inzake aanschaf [adres 4] ) en/of - Contante geldbedragen tot een totaal van (circa) 30.954 euro (verbouwing pand [adres 4] ) en/of - Contante geldbedragen tot een totaal van (circa) 40.000 euro (contante stortingen op bankrekening [naam medeverdachte 2] inzake aanschaf [adres 5] ) en/of - Contante geldbedragen tot een totaal van (circa) 21.200 euro (contante stortingen op bankrekening [naam medeverdachte 1] inzake aanschaf [adres 5] ) en/of - Contante geldbedragen tot een totaal van (circa) 86.000 euro (verbouwing keuken [adres 3] ) en/of - Contante geldbedragen tot een totaal van (circa) 38.500 euro (aanschaf badkamer [adres 3] ) en/of - één of meer goed(eren), te weten, - Volkswagen Passat met kenteken [kentekennummer 1] (DOC-169; DOC-170) en/of - Boot Adventure V-550 met kenteken [kentekennummer 2] (DOC-120) en/of - Motorfiets Gilera Fuco met kenteken [kentekennummer 3] (DOC-071) en/of - Vespa S-Sport met kenteken [kentekennummer 4] (DOC-061) en/of - Rolex (Daytona) horloge type [type] en serienummer [serienummer] (DOC-172), a.
- a)de werkelijke aard en/of herkomst en/of vindplaats en/of de vervreemding heeft verborgen en/of heeft verhuld en/of verhuld wie de rechthebbende(
- n)op dat/die voorwerp(
- en)is/zijn en/of wie dat/die voorwerp(
- en)voorhanden heeft gehad en/of
- b)heeft verworven en/of voorhanden heeft gehad en/of heeft overgedragen en/of omgezet en/of gebruik heeft gemaakt, terwijl hij wist dat dit/deze voorwerp(
- en)geheel en/of gedeeltelijk - onmiddellijk en/of middellijk - afkomstig was/waren uit enig misdrijf, zulks terwijl verdachte en/of zijn mededader(
- s)van het plegen van dit/die misdrijf /misdrijven een gewoonte heeft /hebben gemaakt; Subsidiair, voorzover het vorenstaande niet tot een veroordeling mocht of zou kunnen leiden: hij op een of meer tijdstippen in of omstreeks de periode van 27 april 2011 tot en met 21 oktober 2015 te Rotterdam en/of elders in Nederland en/of in Bulgarije , tezamen en in vereniging met (een) ander(en), althans alleen, (van) één of meer voorwerp(
- en)te weten, één of meer onroerend(
- e)goed(eren), zijnde één of meer panden met als adres (2-OPV) - [naam appartement] in [plaats] ( [land] ) - [adres 4] in Rotterdam en/of - [adres 5] in Rotterdam en/of - één of meer contante geldbedragen, waaronder: - Contante geldbedragen tot een totaal van (circa) 11.418 euro (contante stortingen spaarrekening [naam verdachte] inzake aanschaf [adres 4] ) en/of - Contante geldbedragen tot een totaal van (circa) 27.220 euro (contante stortingen op bankrekening [naam medeverdachte 2] inzake aanschaf [adres 4] ) en/of - Contante geldbedragen tot een totaal van (circa) 30.954 euro (verbouwing pand [adres 4] ) en/of - Contante geldbedragen tot een totaal van (circa) 40.000 euro (contante stortingen op bankrekening [naam medeverdachte 2] inzake aanschaf [adres 5] ) en/of - Contante geldbedragen tot een totaal van (circa) 21.200 euro (contante stortingen op bankrekening [naam medeverdachte 1] inzake aanschaf [adres 5] ) en/of - Contante geldbedragen tot een totaal van (circa) 86.000 euro (verbouwing keuken [adres 3] ) en/of - Contante geldbedragen tot een totaal van (circa) 38.500 euro (aanschaf badkamer [adres 3] ) en/of - één of meer goed(eren), te weten, - Volkswagen Passat met kenteken [kentekennummer 1] (DOC-169; DOC-170) en/of - Boot Adventure V-550 met kenteken [kentekennummer 2] (DOC-120) en/of - Motorfiets Gilera Fuco met kenteken [kentekennummer 3] (DOC-071) en/of - Vespa S-Sport met kenteken [kentekennummer 4] (DOC-061) en/of - Rolex (Daytona) horloge type [type] en serienummer [serienummer] (DOC-172), a.
- a)de werkelijke aard en/of herkomst en/of vindplaats en/of de vervreemding heeft verborgen en/of heeft verhuld en/of verhuld wie de rechthebbende(
- n)op dat/die voorwerp(
- en)is/zijn en/of wie dat/die voorwerp(
- en)voorhanden heeft gehad en/of
- b)heeft verworven en/of voorhanden heeft gehad en/of heeft overgedragen en/of omgezet en/of gebruik heeft gemaakt, terwijl hij redelijkerwijs moest vermoeden dat dit/deze voorwerp(
- en)geheel en/of gedeeltelijk - onmiddellijk en/of middellijk - afkomstig was/waren uit enig misdrijf; 3. hij op of omstreeks 21 oktober 2015 te Rotterdam tezamen en in vereniging met (een) ander(en), althans alleen, (van) één of meer voorwerp(
- en)te weten, 4-OPV (een) geldbedrag(
- en)van totaal 20.335 euro (AMB-036; AMB-042), althans een (of meer) geldbedrag(en), a.
- a)de werkelijke aard en/of herkomst en/of vindplaats en/of de vervreemding heeft verborgen en/of heeft verhuld en/of verhuld wie de rechthebbende(
- n)op dat/die voorwerp(
- en)is/zijn en/of wie dat/die voorwerp(
- en)voorhanden heeft gehad en/of
- b)heeft verworven en/of voorhanden heeft gehad en/of heeft overgedragen en/of omgezet en/of gebruik heeft gemaakt, terwijl hij, verdachte en/of zijn mededader(s), wist(
- en)dat dit/deze voorwerp(
- en)geheel en/of gedeeltelijk - onmiddellijk en/of middellijk - afkomstig was/waren uit enig misdrijf; 4. Hij op of omstreeks 21 oktober 2015 te Rotterdam tezamen en in vereniging met (een) ander(en), althans alleen, opzettelijk aanwezig heeft gehad, (ongeveer) -38,8 gram methadon en/of -173,5 gram heroïne in elk geval een hoeveelheid van een materiaal bevattende methadon en/of heroïne, (telkens) zijnde methadon en/of heroïne, (een) middel(
- en)als bedoeld in de Opiumwet behorende lijst I, dan wel aangewezen krachtens het vijfde lid van artikel 3a van die wet; 5. Hij op of omstreeks 21 oktober 2015 te Rotterdam tezamen en in vereniging met (een) ander(en), althans alleen, opzettelijk aanwezig heeft gehad, (ongeveer) -101,5 gram hasjiesj en/of -5,4 gram hennep in elk geval een hoeveelheid van meer dan 30 gram van een materiaal bevattende hasjiesj en/of hennep, (telkens) zijnde hasjiesj en/of hennep een middel(
- en)als bedoeld in de Opiumwet behorende lijst II, dan wel aangewezen krachtens het vijfde lid van artikel 3a van die wet;