← Nederland

ECLI:NL:RBROT:2022:6484

beschikking RECHTBANK ROTTERDAM Team Jeugd zaakgegevens: C/10/640612 / JE RK 22-1516 datum uitspraak: 26 juli 2022 beschikking verlenging ondertoezichtstelling in de zaak van de gecertificeerde instelling Jeugdbescherming West, hierna te noemen de GI, gevestigd te Dordrecht, betreffende [naam kind], geboren op [geboortedatum kind] 2021 te [geboorteplaats kind], hierna te noemen [naam kind]. De kinderrechter merkt als belanghebbenden aan: [naam moeder], hierna te noemen de moeder, wonende te [woonplaats moeder], [naam vader], hierna te noemen de vader, wonende te [woonplaats vader]. Het procesverloopHet procesverloop blijkt uit het verzoek met bijlagen van de GI van 29 juni 2022, ingekomen bij de griffie op 29 juni

  1. Op 26 juli 2022 heeft de kinderrechter de zaak ter zitting met gesloten deuren behandeld. Gehoord zijn: - de moeder, - de vader (gedurende het laatste deel van de zitting), - een vertegenwoordigster van de GI, [naam]. De feiten Het ouderlijk gezag over [naam kind] wordt sinds 29 september 2021 uitgeoefend door beide ouders. [naam kind] woont bij de ouders. Bij beschikking van 11 februari 2022 is de ondertoezichtstelling van [naam kind] verlengd tot 12 augustus
  2. Het verzoekDe GI heeft verzocht de ondertoezichtstelling van [naam kind] te verlengen voor de duur van een jaar. De GI heeft ter zitting naar voren gebracht dat er sinds kort een nieuwe jeugdbeschermer betrokken is. Het is voor de huidige jeugdbeschermer niet duidelijk waarom het de GI eerder niet is gelukt om in contact te komen met de ouders. De jeugdbeschermer is pas geleden op huisbezoek geweest bij [naam kind] en zijn ouders. In het afgelopen half jaar zijn er geen meldingen geweest over het gezin. De GI heeft aangegeven dat er weliswaar weinig zicht is (geweest) op het gezin, maar er zijn ook geen signalen dat de situatie onveilig zou zijn. Het standpunt van belanghebbenden De ouders hebben ter zitting te kennen gegeven het niet eens te zijn met het verzoek. Het gaat goed met [naam kind]. De ouders hebben een tijdelijke nieuwe woning gevonden. De vorige jeugdbeschermer gaf aan dat zij de ouders niet kon bereiken, maar de ouders hebben nooit berichten vanuit de GI ontvangen. De beoordelingUit de overgelegde stukken en de behandeling ter zitting is gebleken dat [naam kind] op 12 augustus 2021 onder toezicht is gesteld vanwege zorgen over zijn veiligheid. Er waren meldingen gedaan van huiselijk geweld in de thuissituatie en er was onvoldoende zicht op [naam kind]. Omdat de vorige jeugdbeschermer niet in contact kon komen met de ouders, heeft de GI een verlenging van de ondertoezichtstelling verzocht. Ter zitting is gebleken dat er inmiddels een nieuwe jeugdbeschermer betrokken is, die wel contact heeft met de ouders. Er heeft een huisbezoek plaatsgevonden, waarbij geen zorgen over de veiligheid van [naam kind] naar voren zijn gekomen. Ook heeft de GI sinds november 2021 geen meldingen meer ontvangen over huiselijk geweld. De ouders hebben een intakegesprek gehad bij Tien voor Toekomst, waaruit ook is gebleken dat de inzet van hulpverlening niet langer noodzakelijk is. Gelet op het voorgaande is de kinderrechter van oordeel dat er geen sprake is van een ernstige bedreiging in de ontwikkeling van [naam kind]. Er is daarom niet voldaan aan het wettelijke criterium genoemd in artikel 1:255 van het Burgerlijk Wetboek. De kinderrechter zal het verzoek van de GI dan ook afwijzen. De beslissing De kinderrechter: wijst het verzoek af. Deze beschikking is mondeling gegeven door mr. A.A.J. de Nijs, kinderrechter, in tegenwoordigheid van mr. L.F. Verhaart als griffier en in het openbaar uitgesproken op 26 juli
  3. De schriftelijke uitwerking van deze beschikking is vastgesteld op 3 augustus
  4. Hoger beroep tegen deze beschikking kan worden ingesteld: - door de verzoekers en degenen aan wie een afschrift van de beschikking is verstrekt of verzonden, binnen drie maanden na de dag van de uitspraak, - door andere belanghebbenden binnen drie maanden na de betekening daarvan of nadat de beschikking aan hen op een andere wijze bekend is geworden. Het hoger beroep moet, door tussenkomst van een advocaat, worden ingediend ter griffie van het gerechtshofDen Haag. AFSCHRIFT Voor eensluidend afschrift. De griffier van de rechtbank. 3 augustus 2022

🔗 Naar officiële bron

AI-uitleg op basis van de officiële wettekst. Indicatief, vervangt geen juridisch advies.