RECHTBANK ROTTERDAM Team Jeugd Zaaknummer: C/10/638259 / JE RK 22-1128 Datum uitspraak: 28 juni 2022 Beschikking van de kinderrechter over een voorlopige ondertoezichtstelling in de zaak van de Raad voor de Kinderbescherming, regio Rotterdam-Dordrecht, gevestigd te Rotterdam, hierna te noemen: de Raad, betreffende [naam minderjarige] , geboren op [geboortedatum minderjarige] 2006 te [geboorteplaats minderjarige] ( [geboorteland minderjarige] ), hierna te noemen: [voornaam minderjarige] . De kinderrechter merkt als belanghebbenden aan: [naam moeder] , hierna te noemen: de moeder, wonende op een bij de rechtbank bekend adres, [naam vader] , hierna te noemen: de vader, zonder bekende woon- of verblijfplaats binnen of buiten Nederland. de gecertificeerde instelling Jeugdbescherming Rotterdam Rijnmond, gevestigd te Rotterdam, hierna te noemen: de GI. Het procesverloop Het verloop van de procedure blijkt uit de brief met bijlagen van de Raad van 13 mei 2022 en het verzoekschrift met bijlagen van de Raad van 20 juni
- Op 28 juni 2022 is de zaak met gesloten deuren behandeld. Geen van de belanghebbenden is, hoewel behoorlijk opgeroepen, verschenen. De feiten Het ouderlijk gezag over [voornaam minderjarige] wordt uitgeoefend door de ouders. [voornaam minderjarige] woont bij de moeder. Bij beschikking van 8 april 2022 is [voornaam minderjarige] voorlopig onder toezicht gesteld tot 8 juli
- Bij diezelfde beschikking is ook een spoedmachtiging tot uithuisplaatsing van [voornaam minderjarige] in een accommodatie van een jeugdhulpaanbieder verleend voor de duur van vier weken. Bij beschikking van 20 april 2022 is de machtiging tot uithuisplaatsing van [voornaam minderjarige] in een accommodatie van een jeugdhulpaanbieder verlengd tot 1 juni
- De beslissing is aangehouden voor het overige. Bij beschikking van 19 mei 2022 is het resterende deel van het verzoek afgewezen. Het verzoek De Raad verzoekt de voorlopige ondertoezichtstelling van [voornaam minderjarige] op te heffen. De beoordeling Op grond van de stukken is de kinderrechter van oordeel dat niet langer wordt voldaan aan de vereisten van artikel 1:257, eerste lid van het Burgerlijk Wetboek. Gelet hierop zal de kinderrechter de voorlopige ondertoezichtstelling op grond van het tweede lid van dit artikel opheffen. De beslissing De kinderrechter: heft de voorlopige ondertoezichtstelling op; verklaart deze beschikking uitvoerbaar bij voorraad. Deze beslissing is mondeling gegeven en in het openbaar uitgesproken op 28 juni 2022 door mr. A.A.J. de Nijs, kinderrechter, in tegenwoordigheid van mr. V. Versteeg, als griffier. Deze beslissing is schriftelijk vastgesteld op 13 juli 2022.