beschikking RECHTBANK ROTTERDAM Team Jeugd zaakgegevens: C/10/640573 / JE RK 22-1515 datum uitspraak: 29 juni 2022 beschikking voorlopige ondertoezichtstelling en spoedmachtiging gesloten jeugdhulp in de zaak van de Raad voor de Kinderbescherming regio Rotterdam-Dordrecht, hierna te noemen de Raad, gevestigd te Rotterdam, betreffende [naam minderjarige] , geboren op [geboortedatum minderjarige] 2013 te [geboorteplaats minderjarige] , hierna te noemen [voornaam minderjarige] . De kinderrechter merkt als belanghebbende aan: [naam moeder] , hierna te noemen de moeder, wonende te [woonplaats moeder] . Het procesverloop Het procesverloop blijkt uit het verzoekschrift met bijlagen van de Raad van 29 juni 2022, ingekomen ter griffie op diezelfde datum. Aan [voornaam minderjarige] is als raadsman toegevoegd, mr. T.S. Kessel, advocaat te Dordrecht. De feiten Het ouderlijk gezag over [voornaam minderjarige] wordt uitgeoefend door de moeder. [voornaam minderjarige] woont bij de moeder. De vader van [voornaam minderjarige] is overleden. Het verzoek De Raad heeft de voorlopige ondertoezichtstelling van [voornaam minderjarige] verzocht voor de duur van drie maanden, met de gecertificeerde instelling Jeugdbescherming West Dordrecht (hierna te noemen: de GI) als uitvoerder daarvan. Tevens heeft de Raad een spoedmachtiging verzocht om [voornaam minderjarige] in een gesloten accommodatie te doen opnemen en te doen verblijven voor de duur van vier weken. Daarnaast is verzocht om aansluitend een machtiging te verlenen voor verblijf in een gesloten accommodatie voor de duur van de voorlopige ondertoezichtstelling. Namens de Raad is telefonisch meegedeeld dat de gedragswetenschapper de stukken heeft gelezen en op basis daarvan geen bezwaren heeft tegen de verzochte plaatsing van [voornaam minderjarige] . Gezien het zeer heftige en onvoorspelbare gedrag van [voornaam minderjarige] achten de Raad en de gedragswetenschapper het in het belang van [voornaam minderjarige] dat de gedragswetenschapper hem pas spreekt nadat hij geplaatst zal zijn. De beoordeling Uit de overgelegde stukken blijkt dat een ernstig vermoeden bestaat dat de grond voor een ondertoezichtstelling is vervuld (artikel 1:255 Burgerlijk Wetboek (BW). Een voorlopige ondertoezichtstelling is noodzakelijk om een acute en ernstige bedreiging voor [voornaam minderjarige] weg te nemen. [voornaam minderjarige] zal voorlopig onder toezicht worden gesteld voor een termijn van drie maanden (artikel 1:257 BW). Ten aanzien van het verzoek een spoedmachtiging te verlenen voor opname en verblijf in een gesloten accommodatie wordt het volgende overwogen. Gelet op het bepaalde in artikel 6.1.3, tweede lid, Jeugdwet, dient onmiddellijke verlening van jeugdhulp noodzakelijk te zijn in verband met ernstige opgroei- of opvoedingsproblemen van de jeugdige die de ontwikkeling naar volwassenheid ernstig belemmeren of een ernstig vermoeden daarvan. Bovendien dient een uithuisplaatsing noodzakelijk te zijn om te voorkomen dat de jeugdige zich aan de hulp die de jeugdige nodig heeft zal onttrekken of daaraan door anderen zal worden onttrokken. Uit het verzoek van de Raad blijkt dat van een dergelijke situatie sprake is. Bij het verzoek ontbreekt een verklaring van een gedragswetenschapper op basis van persoonlijk onderzoek. De kinderrechter kan een spoedmachtiging slechts verlenen indien uit de beschikbare informatie voldoende blijkt dat de situatie, bedoeld in het hiervoor aangehaalde artikel 6.1.3., tweede lid, van de Jeugdwet zich voordoet en dat met het oog daarop een onmiddellijke opname en verblijf van de jeugdige in een gesloten accommodatie noodzakelijk is, ondanks dat een instemmingsverklaring van een gedragswetenschapper ontbreekt. De kinderrechter is, gezien de inhoud van het verzoek, van oordeel dat een instemmingsverklaring van een gedragswetenschapper niet kan worden verkregen, omdat persoonlijk onderzoek van de jeugdige op dit moment feitelijk onmogelijk is. De kinderrechter is op grond van vorenstaande ook van oordeel dat een behandeling ter zitting niet kan worden afgewacht zonder onmiddellijk en ernstig gevaar voor de jeugdige. De Raad, de GI, mr. T.S. Kessel en de moeder worden in de gelegenheid gesteld hun mening te geven op de hierna genoemde zitting. [voornaam minderjarige] zal voorafgaand aan de zitting door de kinderrechter worden gehoord bij Bergse Bos. In afwachting van deze zitting zal de spoedmachtiging tot uithuisplaatsing voor de duur van vier weken worden verleend. Verdere beslissingen op het verzoek zal de kinderrechter pas nemen nadat de zitting heeft plaatsgevonden. Uiterlijk binnen drie werkdagen dient de instemmingsverklaring van de gedragswetenschapper ten aanzien van de spoedmachtiging en het resterende deel van het verzoek te worden overgelegd. De beslissing De kinderrechter: stelt [voornaam minderjarige] voorlopig onder toezicht van de gecertificeerde instelling Jeugdbescherming West Dordrecht tot 29 september 2022; verleent een spoedmachtiging gesloten jeugdhulp met ingang van 29 juni 2022 voor de duur van vier weken; bepaalt dat de Raad, de GI, mr. T.S. Kessel en de moeder zullen worden gehoord ter zitting van 5 juli 2022 om 15:00 uur, welke zitting wordt gehouden in het gerechtsgebouw te Rotterdam, Wilhelminaplein 100-125; de zaak zal op laatstgenoemde datum en tijdstip, behoudens onvoorziene omstandigheden, worden behandeld door mr. M. van Kuilenburg; bepaalt dat een afschrift van deze beschikking geldt als oproeping van de Raad, de GI, mr. T.S. Kessel en de moeder; bepaalt dat [voornaam minderjarige] op 5 juli 2022 om 9:30 uur bij Bergse Bos zal worden gehoord; bepaalt dat door de Raad uiterlijk binnen drie werkdagen na heden de instemmingsverklaring van de gedragswetenschapper ten aanzien van de spoedmachtiging en het resterende deel van het verzoek zal zijn overgelegd. Deze beslissing is mondeling gegeven en in het openbaar uitgesproken door mr. A.A.J. de Nijs, kinderrechter, in tegenwoordigheid van mr. M.M.C. van der Knaap als griffier op 29 juni 2022. De schriftelijke uitwerking van deze beslissing is vastgelegd op 29 juni 2022. Hoger beroep tegen deze beschikking kan worden ingesteld: - door de verzoekers en degenen aan wie een afschrift van de beschikking is verstrekt of verzonden, binnen drie maanden na de dag van de uitspraak, - door andere belanghebbenden binnen drie maanden na de betekening daarvan of nadat de beschikking aan hen op een andere wijze bekend is geworden. Het hoger beroep moet, door tussenkomst van een advocaat, worden ingediend ter griffie van het gerechtshofDen Haag.
AI-uitleg op basis van de officiële wettekst. Indicatief, vervangt geen juridisch advies.