← Nederland

ECLI:NL:RBROT:2022:6757

beschikking RECHTBANK ROTTERDAM Team Jeugd Zaakgegevens: C/10/641074 / JE RK 22-1587 datum uitspraak: 15 juli 2022 Beschikking van de kinderrechter over een uithuisplaatsing in de zaak van de gecertificeerde instelling Jeugdbescherming west, hierna te noemen de GI, gevestigd te Dordrecht, betreffende [naam kind], geboren op [geboortedatum kind] 2009 te [geboorteplaats kind], hierna te noemen [naam kind]. De kinderrechter merkt als belanghebbende aan: [naam moeder], hierna te noemen de moeder, wonende te [woonplaats moeder]. De kinderrechter merkt als in formant aan: [naam vader], hierna te noemen: de vader, wonende op een bij de rechtbank bekend adres. Het procesverloop Het procesverloop blijkt uit het verzoekschrift met bijlagen van de GI van 6 juli 2022, ingekomen bij de griffie op 6 juli

  1. Op 15 juli 2022 heeft de kinderrechter de zaak ter zitting met gesloten deuren behandeld. Gehoord is: - [naam kind], die apart is gehoord, - de moeder, - de vader, - een vertegenwoordigster van de GI, [naam]. De feitenHet ouderlijk gezag over wordt uitgeoefend door de moeder. [naam kind] verblijft bij de vader. Bij beschikking van 23 mei 2022 is [naam kind] onder toezicht gesteld tot 7 juni
  2. De kinderrechter heeft bij deze beschikking ook een machtiging tot uithuisplaatsing van [naam kind] in een accommodatie van een jeugdhulpaanbieder verleend met ingang van 7 juni 2022 tot 7 december
  3. Bij beschikking van 7 juni 2022 is een spoedmachtiging tot uithuisplaatsing van [naam kind] bij de vader zonder gezag verleend voor de duur van vier weken. Deze maatregel is inmiddels verlopen. Het verzoek De GI heeft de machtiging tot uithuisplaatsing van [naam kind] bij de vader zonder gezag verzocht tot 7 december
  4. De GI heeft het verzoek tijdens de mondelinge behandeling gehandhaafd en als volgt toegelicht. [naam kind] is na zijn vertrek bij Rijnhove bij de vader geplaatst in afwachting van een plek in een gezinshuis. In de afgelopen periode heeft de intake voor MST plaatsgevonden. Daarbij is aangegeven dat de therapie van start kan gaan zodra [naam kind] op een perspectiefbiedende plek zit. In overleg met MST, de moeder, de vader en [naam kind] is er voor gekozen om in te zetten op een langer verblijf bij de vader en om van daaruit terug te werken naar een verblijf bij de moeder. De standpunten De moeder heeft tijdens de mondelinge behandeling verweer gevoerd tegen het verzoek. Zij stemt niet langer in met een langer verblijf van [naam kind] bij de vader. Hij heeft daar onvoldoende grenzen. Bovendien komt [naam kind] nog steeds vaak naar Papendrecht om daar rond te hangen met de vriendengroep waar alle problemen mee zijn begonnen. Het zou goed voor [naam kind] zijn om een tijdje in een gezinshuis buiten de regio te verblijven om zo los te komen uit die omgeving. De vader heeft tijdens de mondelinge behandeling ingestemd met het verzoek. Het gaat goed met [naam kind] nu hij bij de vader verblijft. De beoordeling Uit de overgelegde stukken en de behandeling ter zitting blijkt dat een terugkeer naar huis op dit moment nog uitgesloten is. [naam kind] heeft aangegeven op dit moment geen contact met zijn moeder te willen en bij zijn vader te willen blijven. De moeder heeft op haar beurt aangegeven dat [naam kind] bij haar welkom is, maar dat er eerst wat aan zijn problemen gedaan moet worden. Alhoewel de kinderrechter zich niet aan de indruk kan onttrekken dat de moeder en [naam kind] botsende karakters hebben, wat makkelijk tot escalatie kan leiden, is de moeder stellig dat de problemen geheel bij [naam kind] liggen. Bovendien is ook ter zitting zeer duidelijk gebleken dat de relatie tussen de ouders verstoord is, en zij het over weinig zaken eens kunnen worden. Al met al is er sprake van een systeem waarin sprake is van verstoorde relaties. Alleen de hand tussen [naam kind] en zijn vader lijkt nog intact, maar dit heeft er mogelijk mcc te maken dat de vader weinig grenzen stelt. Om tot verbetering van de situatie te komen is dat het hele systeem zich inzet voor de hulpverlening van MST en dat iedereen open staat voor een eerlijke blik op het eigen aandeel daarin. Zolang deze relaties verstoord blijven, zal contactherstel tussen [naam kind] en de moeder ingewikkeld zijn. laat staan een terugkeer van [naam kind] naar de moeder. Hier moet de komende maanden op ingezet worden. Uit voorgaande volgt dat de machtiging tot uithuisplaatsing van [naam kind] noodzakelijk is in het belang van de verzorging en de opvoeding (artikel 1:265b, eerste lid, Burgerlijk Wetboek). De kinderrechter zal daarom de machtiging tot uithuisplaatsing van [naam kind] bij de vader verlenen tot 7 december
  5. De beslissing De kinderrechter: verleent een machtiging tot uithuisplaatsing van [naam kind] bij de vader zonder gezag, met ingang van 15 juli 2022 tot uiterlijk 7 juni 2023; verklaart deze beschikking uitvoerbaar bij voorraad. Deze beschikking is mondeling gegeven en in het openbaar uitgesproken op 15 juli 2022 door mr. W.J. Loorbach, kinderrechter, in tegenwoordigheid van mr. W.A. Graven als griffier. De schriftelijke uitwerking van deze beschikking is vastgesteld op 21 juli
  6. Hoger beroep tegen deze beschikking kan worden ingesteld: - door de verzoekers en degenen aan wie een afschrift van de beschikking is verstrekt of verzonden, binnen drie maanden na de dag van de uitspraak, - door andere belanghebbenden binnen drie maanden na de betekening daarvan of nadat de beschikking aan hen op een andere wijze bekend is geworden. Het hoger beroep moet, door tussenkomst van een advocaat, worden ingediend ter griffie van het gerechtshofDen Haag.

🔗 Naar officiële bron

AI-uitleg op basis van de officiële wettekst. Indicatief, vervangt geen juridisch advies.