Rechtbank Rotterdam Team straf 1 Parketnummer: 10/261757-19 (ontneming) Datum uitspraak: 24 mei 2022 Tegenspraak Vonnis van de rechtbank Rotterdam, meervoudige kamer voor strafzaken, op de vordering als bedoeld in artikel 36e van het Wetboek van Strafrecht (hierna: Sr) van de officier van justitie in de zaak tegen de betrokkene: [naam betrokkene], geboren te [geboorteplaats betrokkene] op [geboortedatum betrokkene], ingeschreven in de basisregistratie personen op het adres [adres betrokkene], raadsman van de verdachte: mr. L.J.H.M. Achten, advocaat te Zwolle. Onderzoek op de terechtzitting Dit vonnis is gewezen naar aanleiding van het onderzoek op de terechtzitting van 24 mei
- De behandeling van de vordering heeft aansluitend plaatsgevonden op de behandeling van de aan de vordering ten grondslag liggende strafzaak tegen de betrokkene onder bovenvermeld parketnummer. Vordering De vordering van de officier van justitie mr. E. Loppé strekt tot het vaststellen van het bedrag waarop het wederrechtelijk verkregen voordeel als bedoeld in artikel 36e van het Wetboek van Strafrecht wordt geschat en tot het opleggen aan de betrokkene van de verplichting tot betaling aan de staat van een geldbedrag ter ontneming van dat geschatte voordeel tot een maximum van € 10.785,
- De vordering van de officier van justitie is uitsluitend gebaseerd op artikel 36e, eerste en tweede lid, van het Wetboek van Strafrecht. Standpunt van de officier van justitie. In het verlengde van haar ter terechtzitting van 24 mei 2022 gedane vordering tot integrale vrijspraak van de betrokkene in de voorafgaande strafzaak en aan de vordering ten grondslag liggende feiten, heeft de officier van justitie verzocht de ontnemingsvordering af te wijzen. Standpunt van de verdediging. De raadsman heeft zich aangesloten bij het standpunt van de officier van justitie om de ontnemingsvordering af te wijzen. Voorafgaand vonnis. Bij vonnis van deze rechtbank van 24 mei 2022 is de betrokkene vrijgesproken van de haar ten laste gelegde feiten. Van dat vonnis is een kopie als bijlage aan dit vonnis gehecht. Deze bijlage maakt deel uit van dit vonnis. Beoordeling van de vordering. Nu de betrokkene blijkens voormeld vonnis is vrijgesproken van de haar daarin verweten -aan de vordering ten grondslag liggende - feiten, is de rechtbank met de officier van justitie en de verdediging van oordeel dat de onderhavige vordering dient te worden afgewezen. Beslissing. De rechtbank: wijst af de vordering van de officier van justitie. Dit vonnis is gewezen door: mr. J.H. Janssen, voorzitter, en mrs. J.C. Tijink en F.W.H. van den Emster, rechters, in tegenwoordigheid van mr. U. Ramdihal-Poeran, griffier, en uitgesproken op de openbare zitting van deze rechtbank op 24 mei
- De oudste rechter en jongste rechter en de griffier zijn buiten staat dit vonnis mede te ondertekenen.