Rechtbank Rotterdam Team insolventie rekestnummer: [nummer] BESCHIKKING op het verzoek van: de naamloze vennootschap BNP PARIBAS LEASING SOLUTIONS N.V., statutair gevestigd te ’s-Hertogenbosch, zaakdoende aan het adres Hambakenwetering 4, 5231 DC te ’s-Hertogenbosch, te dezer zake domicilie kiezende te Zuidkade 6, 5462 CD te Veghel, verzoekster, advocaat: mr. R. Arnoldus. strekkende tot faillietverklaring van: de vennootschap onder firma [handelsnaam] gevestigd en zaakdoende aan het [adres] [plaats] , verweerster, 1De procedure Op 7 december 2021 heeft verzoekster ter griffie van de rechtbank een verzoek tot faillietverklaring van verweerster ingediend. Ter behandeling van het ingekomen verzoekschrift heeft de rechtbank partijen bij brief van 7 december 2021 opgeroepen voor de behandeling. Verzoekster is, bij monde van mr. E.J. de Koning, op 1 februari 2022 in raadkamer gehoord. Verweerster is, hoewel op de bij de wet voorgeschreven wijze opgeroepen, niet verschenen. De uitspraak is bepaald op heden. 2De beoordeling De rechtbank is, gelet op het bepaalde in artikel 3 lid 1 Verordening (EU) 2015/848 van het Europees Parlement en de Raad van de Europese Unie, bevoegd deze insolventieprocedure als hoofdprocedure te openen nu het centrum van voornaamste belangen van verweerder in Nederland ligt. Artikel 1.2.2.5 van het Landelijk procesreglement verzoekschriftprocedures insolventiezaken rechtbanken bepaalt welke stukken bij het verzoekschrift dienen te worden gevoegd. In sub c van voornoemd artikel wordt bepaald dat indien de faillietverklaring van een vennootschap onder firma wordt verzocht een origineel uittreksel uit het handelsregister en een origineel uittreksel uit de Basisregistratie Personen per vennoot dient te worden overgelegd. Een vennootschap onder firma kans slechts bestaan indien minimaal twee vennoten een overeenkomst met elkaar zijn aangegaan. Nu uit het uittreksel uit het handelsregister blijkt dat slechts de heer [naam] als vennoot van verweerster is ingeschreven, deze heer [naam] vandaag in staat van faillissement werd verklaard en geen tweede vennoot bekend is, en tenslotte nu verzoekster ook geen informatie heeft aangeleverd waaruit blijkt dat de vennootschap heeft bestaan, kan het verzoek tot faillietverklaring van de vennootschap niet worden behandeld. Om die reden zal de rechtbank verzoekster niet-ontvankelijk verklaren in haar verzoek. 3De beslissing De rechtbank: - verklaart verzoekster niet-ontvankelijk in haar verzoek. Deze beschikking is op 1 februari 2022 gegeven door mr. M. Aukema, rechter, in aanwezigheid van mr. T. Mulder, griffier. Tegen deze uitspraak kan degene aan wie de Faillissementswet dat recht toekent, gedurende acht dagen na de dag van deze uitspraak, hoger beroep instellen. Het hoger beroep kan uitsluitend door een advocaat worden ingesteld bij een verzoekschrift, in te dienen ter griffie van het gerechtshof dat van deze zaak kennis moet nemen.
AI-uitleg op basis van de officiële wettekst. Indicatief, vervangt geen juridisch advies.