Rechtbank Rotterdam Meervoudige kamer voor wrakingszaken Zaaknummer / rekestnummer: 643034 / HA RK 827 Beslissing van 30 augustus 2022 op het verzoek van [naam verzoeker] , wonende te [adres] , verzoeker, strekkende tot wraking van: mr. H. Bedee, senior rechter in de rechtbank Rotterdam, team bestuur 1 (hierna: de rechter). 1Het procesverloop en de processtukken 1.
- Bij deze rechtbank is in behandeling het door verzoeker ingestelde bestuursrechtelijke beroep tegen de beslissing van 17 november 2021 van de Sociale Verzekeringsbank (SVB) op het door verzoeker gemaakte bezwaar tegen de beslissing van de SVB van 27 maart
- Die procedure heeft als kenmerk ROT 21/
- 1.
- Bij brieven van de griffier van 8 augustus 2022 zijn verzoeker en de SVB uitgenodigd voor de behandeling van het beroep ter zitting van 15 september
- Daarbij is meegedeeld dat het beroep op die zitting zal worden behandeld door de rechter. 1.
- Bij brief van 12 augustus 2022 heeft verzoeker meegedeeld dat hij niet akkoord gaat met behandeling van het beroep door de rechter. De wrakingskamer beschouwt dit schrijven van verzoeker als een verzoek tot wraking van de rechter. 1.
- Aan de wrakingskamer is ter beschikking gesteld het dossier van de hiervoor omschreven procedure, waarin zich onder meer bevinden alle hiervoor genoemde stukken. 2De ontvankelijkheid van het verzoek 2.
- In de eerste plaats is aan de orde de vraag of het wrakingsverzoek tijdig is gedaan, namelijk zodra de feiten en omstandigheden waarop het wrakingsverzoek is gegrond aan verzoeker bekend waren geworden, zoals artikel 8:16 lid 1 van de Algemene wet bestuursrecht (Awb) vereist. De wrakingskamer is van oordeel dat dit het geval is, omdat de naam van de rechter bij brief van de griffier van 8 augustus 2022 aan verzoeker bekend is gemaakt (welke brief verzoeker een of twee dagen later per post zal hebben bereikt) en verzoeker het wrakingsverzoek heeft ingediend op 12 augustus
- 2.
- Vervolgens is aan de orde de vraag of het wrakingsverzoek met feiten en omstandigheden is onderbouwd, zoals artikel 8:16, lid 1 en lid 3 Awb vereist. De wrakingskamer is van oordeel dat dit niet het geval is en overweegt daartoe het volgende. Verzoeker heeft aan zijn verzoek tot wraking het volgende ten grondslag gelegd: “….. eisende partij [naam verzoeker] gaan niet akkoord met behandeling casus door uw Bestuursrechter mr Bedee. verwijs u naar onrechtmatig niet behandeld Klaagschrift. en lopende artikel 12 Straf recht vervolging tegen beklaagde UWV juristen en betrokken rechters Rechtbank Rotterdam. mr Bedee spant conform wetboek van Strafrecht artikel 96 samen met overheid organen. …..” 2.
- In de door verzoeker bij het wrakingsverzoek overgelegde stukken wordt de naam van de rechter alleen genoemd in een klachtenformulier van 25 mei 2022, met als omschrijvingen ‘foute bestuursrechter’, ‘valsheid in geschrifte’ en ‘verzoek om casus over te dragen aan het Openbaar Ministerie …. met verzoek om straf rechtsvervolging versus uw bestuursrechter ….. mr Bedee”. 2.
- Dit alles behelst geen feiten en omstandigheden, die het verzoek tot wraking van de rechter onderbouwen. Verzoeker heeft helemaal niet uitgelegd wat hij bedoelt en waarom hij vindt dat de rechterlijke onpartijdigheid schade zou kunnen lijden. Het wrakingsverzoek is daarom kennelijk ongegrond. 2.
- Voor een behandeling van het verzoek ter terechtzitting bestaat geen reden. Het in de wet opgenomen recht op een mondelinge behandeling is door de wetgever bedoeld voor het debat over de gegrondheid van het verzoek, maar aan dat debat wordt gezien het vorenstaande niet toegekomen. 2.
- De wrakingskamer zal verzoeker om deze redenen, met toepassing van artikel 8, lid 2, aanhef en onder a van het Wrakingsprotocol rechtbank Rotterdam, niet-ontvankelijk verklaren in het wrakingsverzoek. 3De beslissing De rechtbank: - verklaart verzoeker niet-ontvankelijk in het verzoek tot wraking van rechter mr. H. Bedee. Deze beslissing is gegeven door mr. P.C. Santema, voorzitter, mr. M. Fiege en mr. A. Buizer, rechters. Bij afwezigheid van de voorzitter is deze beslissing door mr. M. Fiege in het openbaar uitgesproken op 30 augustus 2022 in tegenwoordigheid van J.A. Faaij, griffier en door hen ondertekend.