← Nederland

ECLI:NL:RBROT:2022:8208

vonnis RECHTBANK ROTTERDAM Team handel en haven zaaknummer / rolnummer: C/10/623999 / HA ZA 21-755 Vonnis van 14 september 2022 in de zaak van [eiser] en [eiseres], beiden wonende te [woonplaats eisers] , eisers, advocaat mr. Th.C. Visser te Rotterdam, tegen [gedaagde] , wonende te [woonplaats gedaagde] , gedaagde, advocaat mr. J.P. Hellinga te Zwijndrecht. Namen en termen die in het vonnis van 25 mei 2022 zijn gedefinieerd, worden in dit vonnis in dezelfde betekenis gebruikt. 1.De procedure 1.

  1. Het verloop van de procedure blijkt uit: het vonnis van 25 mei 2022 (hierna: het tussenvonnis) en de daaraan ten grondslag liggende stukken; de akte van [eiser] c.s. van 8 juni
  2. 1.
  3. Ten slotte is vonnis bepaald. 2.De verdere beoordeling 2.
  4. In het tussenvonnis heeft de rechtbank [eiser] c.s. opgedragen te bewijzen:
  5. dat op het moment van de feitelijke levering van de woning de vloerverwarming defect was, in die zin dat een gedeelte van de vloer op de begane grond niet door de vloerverwarming werd verwarmd;
  6. dat op het moment van de feitelijke levering van de woning de koel/vriescombinatie defect was;
  7. dat op het moment van de feitelijke levering van de woning de jacuzzi in de badkamer op de bovenverdieping defect was. 2.
  8. [eiser] c.s. heeft afgezien van het leveren van het opgedragen bewijs en daarom zal dit onderdeel van de vordering worden afgewezen, overeenkomstig hetgeen hierover is overwogen in het tussenvonnis. 2.
  9. In het tussenvonnis heeft de rechtbank onder overwegingen 4.14.1 en 4.14.3 reeds geconcludeerd dat [gedaagde] is tekortgeschoten in de nakoming van de koopovereenkomst voor wat betreft de blootliggende elektriciteitskabel in de tuin en dat de vorderingen die zijn verbonden aan de overige gestelde gebreken zullen worden afgewezen. Buitengerechtelijke incassokosten 2.
  10. [eiser] c.s. maakt aanspraak op de vergoeding van buitengerechtelijke incassokosten van € 1.868,
  11. De rechtbank stelt vast dat het Besluit vergoeding voor buitengerechtelijke incassokosten (hierna: het Besluit) van toepassing is nu, ten aanzien van de herstelkosten van de blootliggende elektriciteitskabel, het verzuim na 1 juli 2012 is ingetreden. Ook ten aanzien van de toe te wijzen herstelkosten komt dat gedeelte van de gevorderde vergoeding echter niet voor toewijzing in aanmerking, nu niet gebleken is dat in de aanmaning aan de [gedaagde] een betalingstermijn van 14 dagen is gegeven ingaande de dag na ontvangst daarvan, zoals vereist door artikel 6:96 lid 6 BW. In dit verband wordt verwezen naar de uitspraak van de Hoge Raad van 25 november 2016, ECLI:NL:HR:2016:
  12. De buitengerechtelijke incassokosten worden afgewezen. Beslag- en proceskosten 2.
  13. [eiser] c.s. vordert [gedaagde] te veroordelen tot betaling van de beslagkosten. Voor een bedrag van € 25,00 is het leggen van conservatoir beslag onnodig. De beslagkosten zullen worden afgewezen. 2.
  14. Nu partijen over en weer in het gelijk zijn gesteld, zullen de proceskosten worden gecompenseerd in die zin dat iedere partij zijn eigen kosten draagt. 3.De beslissing De rechtbank 3.
  15. veroordeelt [gedaagde] om aan [eiser] c.s. te betalen een bedrag van € 25,00 (vijfentwintig euro), vermeerderd met de wettelijke rente met ingang van 3 mei 2021 tot de dag van volledige betaling; 3.
  16. compenseert de proceskosten in die zin dat iedere partij de eigen kosten draagt; 3.
  17. verklaart onderdeel 3.1 van dit vonnis uitvoerbaar bij voorraad, 3.
  18. wijst het meer of anders gevorderde af. Dit vonnis is gewezen door mr. S.A. van Egmond en in het openbaar uitgesproken op 14 september
  19. 3525/1407

🔗 Naar officiële bron

AI-uitleg op basis van de officiële wettekst. Indicatief, vervangt geen juridisch advies.