← Nederland

ECLI:NL:RBROT:2022:8557

RECHTBANK ROTTERDAM locatie Dordrecht zaaknummer: 9921135 CV EXPL 22-2317 datum uitspraak: 13 oktober 2022 Vonnis van de kantonrechter in de zaak van de besloten vennootschap met beperkte aansprakelijkheid [eiseres01] , vestigingsplaats: [vestigingsplaats01] , eiseres, gemachtigde: de heer [gemachtigde01] (Gerechtsdeurwaarderskantoor [gemachtigde01] ), tegen [gedaagde] , h.o.d.n. [handelsnaam01] , vestigingsplaats: [vestigingsplaats02] , gemeente [naam gemeente01] , gedaagde, in persoon procederend. 1 . De procedure 1.

  1. Het dossier bestaat uit de volgende processtukken: de dagvaarding van 30 mei 2022, met bijlagen; het antwoord; de brief van 22 augustus 2022 waarin een mondelinge behandeling is bepaald. 1.
  2. Op 4 oktober 2022 is de zaak tijdens een mondelinge behandeling besproken met de namens eiseres verschenen heer [naam gemachtigde01] (hierna: [naam gemachtigde01] ) en genoemde gemachtigde. Gedaagde is niet verschenen. Na het sluiten van de zitting is gebleken dat gedaagde twee uur voor de aanvang van de zitting een e-mail had verstuurd naar de griffie met het verzoek om aanhouding vanwege familieomstandigheden. Vervolgens is een nieuwe zitting gepland op 12 oktober 2022, waarvoor partijen zijn uitgenodigd bij brieven (en gedaagde ook bij e-mail) van 5 oktober
  3. Tijdens de voortgezette behandeling is namens eiseres gemachtigde [gemachtigde01] verschenen en is [naam gemachtigde01] telefonisch nader gehoord; gedaagde is opnieuw niet verschenen. Uitspraak is bepaald op de aan het eind van de eerste zitting al bepaalde uitspraakdatum van heden. 2 . De beoordeling Huurovereenkomst 2.
  4. Eiseres (en oorspronkelijk haar rechtsvoorganger [eiseres01] ) heeft aan gedaagde de bedrijfsruimte aan de [adres01] te Numansdorp verhuurd om te worden gebruikt als showroom met buitenterrein ten behoeve van de exploitatie van een autobedrijf. Eiseres stelt dat per 1 mei 2022 sprake is van een huurachterstand van € 17.760,67 (inclusief de energie-afrekening en inclusief btw) en vordert betaling van dit bedrag, vermeerderd met de wettelijke rente (tot 30 mei 2022 berekend op € 317,29) en buitengerechtelijke incassokosten (€ 952,61). Tevens vordert zij, kort gezegd, ontbinding van de huurovereenkomst en ontruiming van het gehuurde binnen drie dagen na betekening van dit vonnis, en doorbetaling van het laatstelijk geldende huurbedrag van € 3.323,75 per maand of gedeelte daarvan dat gedaagde het gehuurde in gebruik houdt. 2.
  5. Gedaagde heeft zich in de eerste plaats beroepen op een betalingsafspraak met [naam gemachtigde01] van € 11.500,- tegen finale kwijting. Ter zitting heeft [naam gemachtigde01] verklaard dat die afspraak was gemaakt onder de voorwaarde dat er voor 1 juli 2022 zou worden betaald en ontruimd. Omdat dit niet is gebeurd, is de afspraak vervallen, aldus [naam gemachtigde01] . De kantonrechter heeft geen reden om aan deze toelichting te twijfelen, in aanmerking genomen dat gedaagde niet ter zitting is verschenen en dus de mogelijkheid om op een stellingname van eiseres te reageren heeft prijsgegeven. 2.
  6. Gedaagde heeft in de tweede plaats aangevoerd dat de hoogte van de huurachterstand niet klopt: de huur werd volgens afspraak zonder btw berekend, maar per 1 januari 2022, toen het pand aan eiseres verkocht werd, is de huur ineens belast met btw. [naam gemachtigde01] heeft ter zitting op dit punt toegelicht dat hij het verhogen van de huur met omzetbelasting met gedaagde heeft besproken toen het pand verkocht werd en dat hij hem toen heeft uitgelegd dat gedaagde de btw kan verrekenen, zodat het voor gedaagde niet uitmaakt, waar gedaagde verder niets op zei. Gelet op deze onweersproken gebleven toelichting en de omstandigheid dat in door gedaagde voor akkoord getekende betalingsafspraken van 14 april 2022 ook sprake is van een huurachterstand inclusief btw, moet het ervoor gehouden worden dat gedaagde heeft ingestemd met het berekenen van btw, zodat de vordering inclusief btw toewijsbaar is. 2.
  7. De gevorderde hoofdsom van € 17.760,67 zal dan ook worden toegewezen, evenals de gevorderde huur c.q. (na de ontbinding) schadevergoeding vanaf 1 juni
  8. 2.
  9. De gevorderde verschenen wettelijke rente zal op de hieronder vermelde wijze worden toegewezen. 2.
  10. De hoogte van de betalingsachterstand rechtvaardigt ontbinding van de huurovereenkomst en veroordeling tot ontruiming van het gehuurde zoals gevorderd en niet weersproken. Gedaagde heeft verklaard dat hij zijn activiteiten heeft gestopt per 1 juli
  11. Feitelijk is het gehuurde, naar [naam gemachtigde01] heeft verklaard, inmiddels ook al goeddeels, maar nog niet geheel ontruimd: er zouden nog enkele auto’s staan. buitengerechtelijke incassokosten en rente 2.
  12. De gevorderde en op zichzelf niet weersproken buitengerechtelijke incassokosten van € 952,61 worden toegewezen, omdat aan alle voorwaarden is voldaan om een vergoeding voor deze kosten te krijgen. proceskosten 2.
  13. Gedaagde moet als de in het ongelijk gestelde partij de proceskosten betalen. De kantonrechter stelt deze kosten aan de kant van eiseres tot vandaag vast op € 108,41 aan dagvaardingskosten, € 1.384,- aan griffierecht en € 746,- aan salaris voor de gemachtigde (2 punten x € 373,- tarief). Dit is totaal € 2.238,
  14. Voor kosten die eiseres maakt na deze uitspraak moet gedaagde ook een bedrag betalen, te weten € 124,- (maximum tarief nakosten). Hier kan nog een bedrag bijkomen voor de betekening van de uitspraak. In dit vonnis hoeft hierover geen aparte beslissing te worden genomen (ECLI:NL:HR:2022:853). uitvoerbaarheid bij voorraad 2.
  15. Dit vonnis wordt, zoals gevorderd, uitvoerbaar bij voorraad verklaard. 3 . De beslissing De kantonrechter: 3.
  16. ontbindt de bovengenoemde huurovereenkomst tussen partijen ten aanzien van [adres01] (met aanhorigheden) te [plaats01] en veroordeelt gedaagde om het gehuurde binnen drie dagen na betekening van dit vonnis te ontruimen met alle personen en roerende zaken die zich vanwege gedaagde daar bevinden en het gehuurde onder overgave van de sleutels ter beschikking van eiseres te stellen; 3.
  17. veroordeelt gedaagde om aan eiseres te betalen € 19.030,57 met de wettelijke rente zoals bedoeld in artikel 6:119a BW over € 17.760,67 vanaf 30 mei 2022 tot de dag van volledige betaling; 3.
  18. veroordeelt gedaagde om aan eiseres te betalen € 3.323,75 per maand of gedeelte daarvan vanaf 1 juni 2022 tot en met de maand waarin de ontruiming plaatsvindt; 3.
  19. veroordeelt gedaagde in de proceskosten, aan de kant van eiseres tot vandaag vastgesteld op € 2.238,41; 3.
  20. verklaart dit vonnis uitvoerbaar bij voorraad; 3.
  21. wijst af het meer of anders gevorderde. Dit vonnis is gewezen door mr. dr. P.G.J. van den Berg en in het openbaar uitgesproken. 745

🔗 Naar officiële bron

AI-uitleg op basis van de officiële wettekst. Indicatief, vervangt geen juridisch advies.