← Nederland

ECLI:NL:RBROT:2022:8582

RECHTBANK ROTTERDAM locatie Rotterdam zaaknummer: 10135699 / VZ VERZ 22-12597 datum uitspraak: 11 oktober 2022 Beschikking van de kantonrechter in de zaak van [verzoekster] , wonende in [woonplaats verzoekster ], verzoekster, die zelf procedeert, tegen [verweerder] , wonende in [woonplaats verweerder], verweerder. De partijen worden hierna ‘[verzoekster]’ en ‘[verweerder]’ genoemd.

  1. Het verloop van de procedure 1.
  2. Op 28 september 2022 is op de griffie van deze rechtbank een op 19 augustus 2022 gedateerd verzoekschrift van [verzoekster] ontvangen.
  3. Het verzoek en de beoordeling daarvan 2.
  4. Vooropgesteld wordt dat de kantonrechter op grond van artikel 69 van het Wetboek van Burgerlijke Rechtsvordering (hierna: ‘Rv’) verplicht is om - ook zonder een daartoe strekkend verweer - te onderzoeken of de procedure met het juiste procesinleidend stuk aanhangig is gemaakt. Als de kantonrechter vervolgens constateert dat de zaak op het verkeerde ‘spoor’ zit, moet hij de wissel omzetten en er zorg voor dragen dat de procedure wordt doorgeleid naar het juiste spoor. 2.
  5. De inhoud van het verzoekschrift van [verzoekster] komt er - kort samengevat - op neer, dat zij vordert dat [verweerder] de door haar betaalde borg à € 1.800,00 van een door [verzoekster] van [verweerder] gehuurd appartement aan haar terugbetaalt. De kantonrechter is van oordeel dat [verzoekster] dit ingevolge het bepaalde in artikel 143 Rv bij exploot van dagvaarding had moeten vorderen. 2.
  6. [verzoekster] heeft dan ook een verkeerd inleidend processtuk gebruikt. De procedure zal - gelet op het bepaalde in artikel 69 Rv - worden voortgezet als een dagvaardingprocedure en [verzoekster] zal [verweerder] alsnog bij exploot moeten oproepen. Bij die oproeping moet [verzoekster] een kopie van het bij de kantonrechter ingediende verzoekschrift van 19 augustus 2022 en deze beschikking aan [verweerder] laten meebetekenen. 2.
  7. [verzoekster] wordt erop gewezen dat het verzoek niet-ontvankelijk zal worden verklaard, wanneer het uit te brengen exploot van oproeping niet uiterlijk op de dag vóór de hieronder vermelde rolzitting op de griffie is ingediend. Daarnaast wijst de kantonrechter [verzoekster] er, wellicht ten overvloede, op dat in de Nederlandse taal wordt geprocedeerd en dat de dagvaarding daarom ook in de Nederlandse taal moet zijn opgesteld.
  8. De beslissing De kantonrechter: 3.
  9. beveelt dat de procedure in de stand waarin deze zich bevindt zal worden voortgezet volgens de regels die gelden voor de dagvaardingsprocedure; 3.
  10. stelt [verzoekster] daarbij in de gelegenheid om haar stellingen zo nodig aan de op de dagvaardingsprocedure toepasselijke procesregels aan te passen; 3.
  11. bepaalt dat de zaak op de rolzitting van donderdag 29 december 2022 om 14:30 uur zal komen; 3.
  12. beveelt dat [verzoekster] [verweerder] tegen de hiervoor genoemde dag en tijd - met inachtneming van de wettelijke termijnen - bij exploot zal oproepen, onder betekening van deze beschikking en het verzoekschrift van 19 augustus 2022; 3.
  13. bepaalt dat het door [verzoekster] te nemen processtuk uiterlijk op de dag voor de hiervoor genoemde rolzitting om 12:00 uur op de griffie moet zijn ontvangen; 3.
  14. houdt iedere verdere beslissing aan. Deze beschikking is gegeven door mr. W.J.J. Wetzels en in het openbaar uitgesproken. 38671

🔗 Naar officiële bron

AI-uitleg op basis van de officiële wettekst. Indicatief, vervangt geen juridisch advies.