← Nederland

ECLI:NL:RBROT:2022:9005

RECHTBANK ROTTERDAM Jeugd Zaaknummer: C/10/642545 / JE RK 22-1834 Datum uitspraak: 18 augustus 2022 Beschikking van de kinderrechter over een verlenging ondertoezichtstelling en verlenging machtiging tot uithuisplaatsing in de zaak van de gecertificeerde instelling Jeugdbescherming Rotterdam Rijnmond, gevestigd te Rotterdam, hierna te noemen: de GI, betreffende [naam kind01] , geboren op [geboortedatum01] 2006 te [geboorteplaats01] , hierna te noemen: [naam kind01] . De kinderrechter merkt als belanghebbenden aan: [naam01] , hierna te noemen: de moeder, wonende te [woonplaats01] , [naam02] , hierna te noemen: de vader, wonende te [woonplaats02] . Het procesverloop Het verloop van de procedure blijkt uit het verzoekschrift met bijlagen van de GI van 4 augustus 2022, ingekomen bij de griffie op 4 augustus 2022; Op 18 augustus 2022 heeft de kinderrechter de zaak tijdens de mondelinge behandeling met gesloten deuren behandeld. Verschenen is: - een vertegenwoordiger van de GI, [naam03] . [naam kind01] is in de gelegenheid gesteld haar mening kenbaar te maken. Opgeroepen en niet verschenen zijn: - de vader; - de moeder. De feiten Het ouderlijk gezag over [naam kind01] wordt uitgeoefend door de ouders. [naam kind01] verblijft bij [naam instelling01] . Bij beschikking van 11 augustus 2021 is de ondertoezichtstelling van [naam kind01] verlengd tot 26 augustus

  1. De kinderrechter heeft bij die beschikking ook een machtiging tot uithuisplaatsing van [naam kind01] in een accommodatie van een jeugdhulpaanbieder verleend met ingang van 26 augustus 2021 tot 26 augustus
  2. Het verzoek De GI verzoekt de ondertoezichtstelling van [naam kind01] te verlengen met een jaar. Tevens wordt verzocht de machtiging tot uithuisplaatsing van [naam kind01] in een accommodatie van een jeugdhulpaanbieder te verlengen voor de duur van de ondertoezichtstelling. De GI heeft het verzoek ter zitting gehandhaafd en als volgt toegelicht. Er gebeurt op dit moment veel in het leven van [naam kind01] . [naam kind01] verblijft op een behandelgroep, waar zij voorzichtig positieve stappen laat zien. [naam kind01] loopt nog weg, maar minder vaak en lang en zoekt zelf weer de veiligheid bij [naam instelling01] . Op dit moment is [naam instelling01] de beste plek voor [naam kind01] . De beoordeling Uit de overgelegde stukken en de behandeling ter zitting blijkt dat [naam kind01] nog ernstig in haar ontwikkeling wordt bedreigd. [naam kind01] kent een lange hulpverleningsgeschiedenis, waarin zij onder meer een lange tijd binnen de gesloten jeugdhulp heeft doorgebracht. [naam kind01] heeft veel meegemaakt, waardoor haar vertrouwen in volwassenen en hulpverlening flink is geschaad. [naam kind01] heeft structureel wegloopgedrag laten zien waarbij zij zichzelf in onveiligheid bracht. Op dit moment verblijft [naam kind01] bij Sterk Huis, waar zij een zeer prille, maar voorzichtig positieve ontwikkeling doormaakt. [naam kind01] loopt nog weg, maar de frequentie hiervan neemt af en [naam kind01] komt zelf terug naar [naam instelling01] . [naam kind01] laat voorzichtig meer openheid en bereidheid zien om mee te werken aan behandeling. Het is dan ook noodzakelijk dat de plaatsing van [naam kind01] bij Sterk Huis het komende jaar wordt voortgezet en de GI betrokken blijft om de voorzicht ingezette positieve ontwikkeling te bestendigen en uiteindelijk op een passende wijze toe te kunnen werken naar zelfstandigheid. Uit het voorgaande volgt is voldaan aan het wettelijke criterium genoemd in artikel 1:255 van het Burgerlijk Wetboek (BW). De kinderrechter zal daarom de ondertoezichtstelling van [naam kind01] verlengen voor de duur van een jaar (artikel 1:260, eerste lid, BW). Ook is de verlenging van de machtiging tot uithuisplaatsing van [naam kind01] noodzakelijk in het belang van de verzorging en opvoeding (artikel 1:265c, tweede lid, BW). De beslissing De kinderrechter: verlengt de ondertoezichtstelling van [naam kind01] tot 26 augustus 2023; verlengt de machtiging tot uithuisplaatsing van [naam kind01] in een accommodatie van een jeugdhulpaanbieder tot 26 augustus 2023; verklaart deze beschikking uitvoerbaar bij voorraad. Deze beslissing is mondeling gegeven en in het openbaar uitgesproken op 18 augustus 2022 door mr. J.C.M. Persoon, kinderrechter, in tegenwoordigheid van mr. W. Apeldoorn, als griffier. Deze beslissing is schriftelijk vastgesteld op 25 augustus
  3. Hoger beroep tegen deze beschikking kan worden ingesteld: - door de verzoekers en de belanghebbende(n) aan wie een afschrift van de beschikking is verstrekt of verzonden, binnen drie maanden na de dag van de uitspraak; - door andere belanghebbenden binnen drie maanden na de betekening daarvan of nadat de beschikking aan hen op een andere wijze bekend is geworden. Het hoger beroep moet, door tussenkomst van een advocaat, worden ingediend bij de griffie van het gerechtshof te Den Haag.

🔗 Naar officiële bron

AI-uitleg op basis van de officiële wettekst. Indicatief, vervangt geen juridisch advies.