← Nederland

ECLI:NL:RBROT:2022:9224

Rechtbank Rotterdam Team straf 1 Parketnummer: 10.105806.22 Datum uitspraak: 19 oktober 2022 Tegenspraak Vonnis van de rechtbank Rotterdam, meervoudige kamer voor strafzaken, in de zaak tegen de verdachte: [verdachte01] , geboren te [geboorteplaats01] op [geboortedatum01], ingeschreven in de basisregistratie personen op het adres: [adres01] [postcode01] [woonplaats01] , ten tijde van het onderzoek op de terechtzitting preventief gedetineerd in de Penitentiaire Inrichting [detentieadres01] , raadsman mr. C.T. Pittau, advocaat te Amsterdam.

  1. Onderzoek op de terechtzitting Gelet is op het onderzoek op de terechtzitting van 5 oktober
  2. Tenlastelegging Aan de verdachte is ten laste gelegd hetgeen is vermeld in de dagvaarding. De tekst van de tenlastelegging is als bijlage I aan dit vonnis gehecht.
  3. Eis officier van justitie De officier van justitie mr. T.J. Lindhout heeft gevorderd: bewezenverklaring van het ten laste gelegde; veroordeling van de verdachte tot een gevangenisstraf voor de duur van 48 maanden met aftrek van voorarrest, waarvan 8 maanden voorwaardelijk, met een proeftijd van 3 jaar en oplegging van de bijzondere voorwaarden zoals geadviseerd door de reclassering; verbeurdverklaring van de in beslag genomen auto.
  4. Waardering van het bewijs 4.
  5. Bewezenverklaring In bijlage II heeft de rechtbank de inhoud van wettige bewijsmiddelen opgenomen, houdende voor de bewezenverklaring redengevende feiten en omstandigheden. Op grond daarvan, en op grond van de redengevende inhoud van het voorgaande, is wettig en overtuigend bewezen dat de verdachte het ten laste gelegde heeft begaan op die wijze dat: hij op 26 april 2022 te [plaats01] tezamen en in vereniging met anderen, in een woning gelegen aan de [adres02] , alwaar verdachte en zijn mededaders tegen de wil van de rechthebbende bevonden, twee gouden kettingen en een gouden schakelarmband en oorbellen en horloges, en een theepot en een huistelefoon en een mobiele telefoon merk Samsung en drie brillen en een portemonnee met pasjes en 50 euro, die geheel aan [aangever01] en [aangever02] , toebehoorden heeft weggenomen met het oogmerk om het zich wederrechtelijk toe te eigenen, terwijl deze diefstal werd voorafgegaan en vergezeld van geweld en bedreiging met geweld tegen voornoemde [aangever01] en [aangever02] , gepleegd met het oogmerk om die diefstal voor te bereiden of gemakkelijk te maken, door, nadat zij zich naar de woning van voornoemde [aangever01] en/of [aangever02] gelegen aan de [adres02] hadden begeven en vervolgens toen die [aangever01] op aanbellen zijn voordeur had geopend: - wederrechtelijk voornoemde woning binnen te dringen en - die [aangever01] vast/beet te pakken envervolgens naar de grond te gooien en te duwen en - terwijl die [aangever01] op de grond lag meermalen, tegen het lichaam te slaan en te schoppen en een knie in de buik te geven en - terwijl die [aangever01] op de grond lag op die [aangever01] te gaan zitten en - terwijl die [aangever01] op de grond lag voornoemde portemonnee met inhoud uit de broekzak van die [aangever01] te pakken en - terwijl die [aangever01] op de grond lag voornoemde ketting van de nek van die [aangever01] te trekken en - die [aangever02] vast/beet te pakken envervolgens naar de grond te duwen en - (daarbij) meermalen, dreigend de woorden toe te voegen: “naar/op de grond” en “geld, geld” en “naar beneden kijken”, althans woorden van gelijke dreigende aard en/of strekking en - (daarbij) een mes, te tonen en met dat voornoemde mes te zwaaien en te dreigen. Hetgeen meer of anders is ten laste gelegd is niet bewezen. De verdachte moet daarvan worden vrijgesproken.
  6. Strafbaarheid feit Het bewezen feit levert op: diefstal in een woning door iemand die zich aldaar tegen de wil van de rechthebbende bevindt, welke diefstal werd voorafgegaan en vergezeld van geweld en bedreiging met geweld tegen personen, gepleegd met het oogmerk om die diefstal voor te bereiden of gemakkelijk te maken terwijl het feit wordt gepleegd door twee of meer verenigde personen. Er zijn geen feiten of omstandigheden aannemelijk geworden die de strafbaarheid van het feit uitsluiten. Het feit is dus strafbaar.
  7. Strafbaarheid verdachte Er is geen omstandigheid aannemelijk geworden die de strafbaarheid van de verdachte uitsluit. De verdachte is dus strafbaar.
  8. Motivering straf 7.
  9. Algemene overweging De straf die aan de verdachte wordt opgelegd, is gegrond op de ernst van het feit, de omstandigheden waaronder het feit is begaan en de persoon en de persoonlijke omstandigheden van de verdachte. Daarbij wordt in het bijzonder het volgende in aanmerking genomen 7.
  10. Feiten waarop de straf is gebaseerd De verdachte heeft zich schuldig gemaakt aan een gewelddadige woningoverval. De verdachte en zijn mededader hebben hierbij hun oog laten vallen op een kennelijk gemakkelijke prooi, namelijk een hoogbejaard echtpaar. Nadat zij zich de toegang tot hun woning hadden verschaft, hebben zij geweld gebruikt tegen de slachtoffers. De slachtoffers waren vanwege hun leeftijd geen partij voor hen. De mededader heeft daarbij dreigend met een mes gezwaaid in de richting van een van de slachtoffers. Met deze overval hebben verdachte en zijn mededader een ernstige inbreuk gemaakt op de geestelijke en lichamelijke integriteit van de slachtoffers. Bovendien hebben zij een ernstige inbreuk gemaakt op hun persoonlijke levenssfeer, te meer omdat de eigen woning bij uitstek de plaats is waar men zich veilig moet kunnen voelen. Dat de verdachten zich daarvan bewust waren, blijkt onder meer uit het feit dat de verdachte speciaal voor de overval een jas van PostNL had aangetrokken, kennelijk met het doel bij de slachtoffers de indruk te wekken dat het ging om “goed volk”, te weten een postbezorger, zodat zij de woning binnengelaten zouden worden. Dergelijke overvallen zijn niet alleen een ernstige inbreuk op de rechtsorde maar zorgen ook voor gevoelens van angst en onveiligheid in de samenleving. De rechtbank rekent het de verdachte zwaar aan dat hij dit alles op de koop toe heeft genomen en meer belang heeft gehecht aan een mogelijke buit. 7.
  11. Persoonlijke omstandigheden van de verdachte 7.3.
  12. Strafblad De rechtbank heeft acht geslagen op een uittreksel uit de justitiële documentatie van 15 september 2022, waaruit blijkt dat de verdachte niet eerder is veroordeeld voor strafbare feiten. 7.3.
  13. Rapportages Reclassering Nederland heeft een rapport over de verdachte opgemaakt, gedateerd 29 juli
  14. Dit rapport houdt onder meer het volgende in. Bij de verdachte worden op diverse leefgebieden problemen geconstateerd. De verdachte was geschorst uit zijn voorlopige hechtenis toen hij zich schuldig maakte aan onderhavige feit. Bij de verdachte is er sprake van een negatief sociaal netwerk en beperkte weerbaarheid. Daarnaast heeft de verdachte gebrekkige coping vaardigheden, is hij in mindere mate zelfredzaam, impulsief en handelt hij ondoordacht. Voorts heeft de verdachte geen dagbesteding en geen inkomen. Daarbij komt dat de verdachte schulden heeft. Dat de verdachte nog thuis woont en gemotiveerd lijkt voor begeleiding wordt gezien als beschermende factoren. De reclassering schat de kans op herhaling als gemiddeld/hoog in. Geadviseerd wordt om het volwassenenstrafrecht toe te passen en aan de verdachte een (deels) voorwaardelijke straf op te leggen, met als bijzondere voorwaarden: een meldplicht, een gedragsinterventie cognitieve vaardigheden, een contactverbod met de slachtoffers, een locatieverbod voor de woonomgeving van de slachtoffers met elektronische monitoring, een locatiegebod voor het verblijfadres van de verdachte met elektronische monitoring en andere voorwaarden het gedrag betreffende, inhoudende een inspanningsverplichting om mee te werken aan begeleiding gericht op dagbesteding, het volgen van een opleiding, vrijwillig/passend werk of ander soort dagactiviteiten, actieve inspanningen leveren gericht op het verkrijgen en behouden van een legaal inkomen en aflossen van schulden en afstand nemen van verkeerde vrienden. De rechtbank heeft acht geslagen op dit rapport. 7.
  15. Conclusies van de rechtbank Gelet op hetgeen de rechtbank hierboven heeft overwogen, komt zij tot de volgende conclusies. Door de verdediging is bepleit om toepassing te geven aan het jeugdstrafrecht. De rechtbank ziet, gelet op het advies van de reclassering, geen aanleiding voor het toepassen van het jeugdstrafrecht. De verdachte was negentien jaar toen hij het bewezen verklaarde pleegde en bij een meerderjarige verdachte geldt als uitgangspunt het sanctierecht voor volwassenen. De rechtbank vindt in de persoonlijkheid van de verdachte onvoldoende aanleiding om bepalingen voor jongvolwassenen als bedoeld in het Wetboek van Strafrecht, Eerste Boek, Titel VIIIA toe te passen. De rechtbank zal bij de straftoemeting dus uitgaan van het volwassenenstrafrecht, zoals geadviseerd door de reclassering. Gezien de ernst van het feit en de straffen die in soortgelijke zaken gewoonlijk worden opgelegd, kan niet anders worden gereageerd dan met het opleggen van een onvoorwaardelijke gevangenisstraf van behoorlijke duur. De jonge leeftijd van de verdachte, de proceshouding van de verdachte en het feit dat de verdachte spijt heeft betuigd over zijn handelen, geven de rechtbank wel aanleiding om de duur van de gevangenisstraf enigszins te matigen. Nu de reclassering begeleiding en bijzondere voorwaarden noodzakelijk acht, zal de rechtbank een deel van de voorgenomen straf voorwaardelijk opleggen, met de voorwaarden die hierna worden genoemd. Dit zijn de voorwaarden die door de reclassering zijn geadviseerd, met uitzondering van het locatieverbod en het locatiegebod, te controleren met elektronische monitoring. De verdachte krijgt namelijk een contactverbod met de slachtoffers opgelegd. In het daarnaast opleggen van een locatieverbod ziet de rechtbank geen meerwaarde, zeker niet nu de verdachte in een andere provincie dan de slachtoffers woont. Voor het geadviseerde locatiegebod wordt eveneens geen aanleiding gezien. Het voorwaardelijk strafdeel dient er tevens toe de verdachte ervan te weerhouden in de toekomst opnieuw strafbare feiten te plegen. Alles afwegend acht de rechtbank de hierna te noemen straf passend en geboden. Tenuitvoerlegging van de op te leggen gevangenisstraf zal plaatsvinden binnen de penitentiaire inrichting, tot het moment dat de veroordeelde in aanmerking komt voor deelname aan een penitentiair programma, als bedoeld in artikel 4 Penitentiaire beginselenwet, dan wel de regeling van voorwaardelijke invrijheidsstelling, als bedoeld in artikel 6:2:10 Wetboek van Strafvordering, aan de orde is
  16. In beslag genomen voorwerpen 8.
  17. Standpunt officier van justitie De officier van justitie heeft gevorderd de in beslag genomen auto verbeurd te verklaren. 8.
  18. Standpunt verdediging De verdediging heeft verzocht om de teruggave van de auto van de verdachte. 8.
  19. Beoordeling Ten aanzien van de in beslag genomen auto zal een last worden gegeven tot teruggave aan de verdachte. De auto is gebruikt om naar de plaats delict toe te rijden. De rechtbank ziet in dit enkele gegeven onvoldoende aanleiding om de auto verbeurd te verklaren.
  20. Toepasselijke wettelijke voorschriften Gelet is op de artikelen 14a, 14b, 14c 311 en 312 van het Wetboek van Strafrecht.
  21. Bijlagen De in dit vonnis genoemde bijlagen maken deel uit van dit vonnis. 11 . Beslissing De rechtbank: verklaart bewezen, dat de verdachte het ten laste gelegde feit, zoals hiervoor omschreven, heeft begaan; verklaart niet bewezen hetgeen aan de verdachte meer of anders ten laste is gelegd dan hiervoor bewezen is verklaard en spreekt de verdachte daarvan vrij; stelt vast dat het bewezen verklaarde oplevert het hiervoor vermelde strafbare feit; verklaart de verdachte strafbaar; veroordeelt de verdachte tot een gevangenisstraf voor de duur van 36 (zesendertig) maanden; bepaalt dat van deze gevangenisstraf een gedeelte, groot 12 (twaalf) maanden niet ten uitvoer zal worden gelegd, tenzij de rechter later anders mocht gelasten; verbindt hieraan een proeftijd, die wordt gesteld op 3 (drie) jaar; tenuitvoerlegging kan worden gelast als de veroordeelde de algemene voorwaarde niet naleeft en ook als de veroordeelde gedurende de proeftijd een bijzondere voorwaarde niet naleeft of een voorwaarde die daaraan van rechtswege is verbonden; stelt als algemene voorwaarde: de veroordeelde zal zich vóór het einde van de proeftijd niet aan een strafbaar feit schuldig maken; stelt als bijzondere voorwaarden: de veroordeelde zal zich melden bij Reclassering Nederland. De veroordeelde blijft zich melden op afspraken met de reclassering, zo vaak en zolang als de reclasseringsinstelling dat noodzakelijk vindt; de veroordeelde zal actief deelnemen aan de gedragsinterventie cognitieve vaardigheden of een andere gedragsinterventie die gericht is op cognitieve vaardigheden. De reclassering bepaalt welke training het precies wordt. De veroordeelde houdt zich aan de afspraken en aanwijzingen van de trainer en/of begeleider; de veroordeelde heeft of zoekt op geen enkele wijze – direct of indirect – contact met aangevers [aangever01] en [aangever02] , zolang het Openbaar Ministerie dit verbod nodig vindt; andere gedragsvoorwaarden: a. a) de veroordeelde heeft de inspanningsverplichting om mee te werken aan begeleiding gericht op dagbesteding, het volgen van een opleiding, vrijwillig/passend werk of ander soort dagactiviteiten; c) de veroordeelde zal actieve inspanningen leveren gericht op het verkrijgen en behouden van een legaal inkomen en lost zijn schulden af, ook indien hij moet deelnemen aan schuldhulp; c) de veroordeelde zal afstand nemen van verkeerde vrienden; verstaat dat van rechtswege de volgende voorwaarden zijn verbonden aan de hierboven genoemde bijzondere voorwaarden: - de veroordeelde zal ten behoeve van het vaststellen van zijn identiteit medewerking verlenen aan het nemen van één of meer vingerafdrukken of een identiteitsbewijs als bedoeld in artikel 1 van de Wet op de identificatieplicht ter inzage aanbieden; - de veroordeelde zal medewerking verlenen aan reclasseringstoezicht, daaronder begrepen de medewerking aan huisbezoeken en het zich melden bij de reclassering zo vaak en zolang als de reclassering dit noodzakelijk acht; geeft aan genoemde reclasseringsinstelling opdracht toezicht te houden op de naleving van de voorwaarden en de veroordeelde ten behoeve daarvan te begeleiden; beveelt dat de tijd die door de veroordeelde voor de tenuitvoerlegging van deze uitspraak in verzekering en in voorlopige hechtenis is doorgebracht, bij de uitvoering van de opgelegde gevangenisstraf in mindering wordt gebracht, voor zover deze tijd niet reeds op een andere vrijheidsstraf in mindering is gebracht; gelast de teruggave aan de verdachte van de onder hem inbeslaggenomen auto. Dit vonnis is gewezen door mr. M.V. Scheffers, voorzitter, en mrs. R.H. Kroon en M.J.C. Spoormaker, rechters, in tegenwoordigheid van mr. Y. Ouarssani, griffier, en uitgesproken op de openbare terechtzitting van deze rechtbank op 19 oktober
  22. De jongste rechter en de griffier zijn buiten staat dit vonnis mede te ondertekenen. Bijlage I Tekst tenlastelegging Aan de verdachte wordt ten laste gelegd dat hij op of omstreeks 26 april 2022 te [plaats01] tezamen en in vereniging met een of meer anderen, althans alleen, in een woning gelegen aan de [adres02] , alwaar verdachte en/of zijn mededader(s) zich buiten weten of tegen de wil van de rechthebbende bevond(en), twee (gouden) ketting(en) en/of een (gouden) schakelarmband en/of oorbellenen/of een of meer horloge(s), althans sieraden, en/of een theepot en/of een (huis)telefoon en/of een mobiele telefoon (merk Samsung) en/of drie brillen en/of een portemonnee met pasjes en/of 50 euro, althans enig geldbedrag, in elk geval enig goed, dat/die geheel of ten dele aan [aangever01] en/of [aangever02] , in elk geval aan een ander dan aan verdachte en/of zijn/haar mededader(s) toebehoorde(n) heeft weggenomen met het oogmerk om het zich wederrechtelijk toe te eigenen, terwijl deze diefstal werd voorafgegaan, vergezeld en/of gevolgd van geweld en/of bedreiging met geweld tegen voornoemde [aangever01] en/of [aangever02] , gepleegd met het oogmerk om die diefstal voor te bereiden of gemakkelijk te maken, of om, bij betrapping op heterdaad, aan zichzelf of andere deelnemers aan het misdrijf hetzij de vlucht mogelijk te maken, hetzij het bezit van het gestolene te verzekeren, door, nadat zij zich naar de woning van voornoemde [aangever01] en/of [aangever02] gelegen aan de [adres02] hadden begeven en (vervolgens) toen die [aangever01] op aanbellen zijn voordeur had geopend: - wederrechtelijk voornoemde woning binnen te dringen en/of - die [aangever01] vast/beet te pakken en/of (vervolgens) (naar de grond) te gooien en/of te duwen en/of - terwijl die [aangever01] op de grond lag meermalen, althans eenmaal, tegen het lichaam te slaan en/of te schoppen en/of een knie in de buik te geven en/of - terwijl die [aangever01] op de grond lag op die [aangever01] te gaan zitten en/of - terwijl die [aangever01] op de grond lag voornoemde portemonnee (met inhoud) uit de broekzak van die [aangever01] te pakken en/of - terwijl die [aangever01] op de grond lag voornoemde ketting van de nek van die [aangever01] te trekken en/of - die [aangever02] vast/beet te pakken en/of (vervolgens) (naar de grond) te gooien en/of te duwen en/of - (daarbij) meermalen, althans eenmaal, dreigend de woorden toe te voegen: “naar/op de grond” en/of “geld, geld” en/of “naar beneden kijken”, althans woorden van gelijke dreigende aard en/of strekking en/of - (daarbij) een mes, althans een scherp en/of puntig voorwerp, te tonen en/of met dat voornoemde mes te zwaaien en/of te dreigen.

🔗 Naar officiële bron

AI-uitleg op basis van de officiële wettekst. Indicatief, vervangt geen juridisch advies.