Rechtbank Rotterdam Team straf 2 Parketnummer: 10/750379-20 Datum uitspraak: 3 november 2022 Tegenspraak Vonnis van de rechtbank Rotterdam, meervoudige kamer voor strafzaken, in de zaak tegen de verdachte: [verdachte01] , geboren te [geboorteplaats01] op [geboortedatum01], ingeschreven in de basisregistratie personen op het adres: [adres01] , [postcode01] [woonplaats01] .
(693507)verbeurd te verklaren. De telefoon is bij de verdachte in beslag genomen en hij kan redelijkerwijs als rechthebbende worden aangemerkt. De rechtbank zal, gelet op het feit dat de verdachte wordt vrijgesproken, een last geven tot teruggave van deze telefoon aan de verdachte.
- Bijlage De in dit vonnis genoemde bijlage maakt deel uit van dit vonnis.
- Beslissing De rechtbank: verklaart niet bewezen , dat de verdachte de onder 1 en 2 ten laste gelegde feiten heeft begaan en spreekt de verdachte daarvan vrij ; beslist ten aanzien van de voorwerpen, geplaatst op de lijst van inbeslaggenomen en nog niet teruggegeven voorwerpen, als volgt: - gelast de teruggave aan verdachte van de GSM zaktelefoon, Samsung
(693507). Dit vonnis is gewezen door mr. W.A.F. Damen, voorzitter, en mrs. J. van Dort en W.M. Stolk, rechters, in tegenwoordigheid van M.J. Grootendorst en mr. K. Dere, griffiers, en uitgesproken op de openbare terechtzitting op de datum die in de kop van dit vonnis is vermeld. Bijlage Tekst gewijzigde tenlastelegging Aan de verdachte wordt ten laste gelegd dat 1. hij op een of meer tijdstippen in of omstreeks de periode van 22 augustus 2019 tot en met 02 september 2020 te Rotterdam, althans in Nederland, meermalen, althans eenmaal, tezamen en in vereniging met een ander of anderen, althans alleen, om een feit, bedoeld in het vierde of vijfde lid van artikel 10 van de Opiumwet, te weten het opzettelijk telen, bereiden, bewerken, verwerken, verkopen, afleveren, verstrekken, vervoeren en/of binnen het grondgebied van Nederland brengen van een hoeveelheid (van een materiaal bevattende) cocaïne en/of heroïne en/of een (ander) middel genoemd in lijst I van de Opiumwet, zijnde cocaïne en/of heroïne en/of een (ander) middel, een middel vermeld op de bij de Opiumwet behorende lijst I voor te bereiden en/of te bevorderen, -een of meer anderen heeft getracht te bewegen om dat/die feit(
- en)te plegen, te doen plegen, mede te plegen, uit te lokken en/of om daarbij behulpzaam te zijn en/of om daartoe gelegenheid, middelen en/of inlichtingen te verschaffen en/of -zich en/of een of meer anderen gelegenheid en/of middelen en/of inlichtingen tot het plegen van dat/die feit(
- en)heeft getracht te verschaffen en/of - voorwerpen en/of vervoermiddelen en/of stoffen en/of gelden en/of andere betaalmiddelen voorhanden heeft gehad, waarvan verdachte en/of zijn mededader(
- s)wist(
- en)of ernstige reden had(den) te vermoeden dat dat/die bestemd was/waren tot het plegen van dat,/die feit(en), hebbende verdachte en/of (een of meer van) verdachter mededader(s), (telkens) -met [naam01] en/of [naam02] en/of een of meer (andere) perso(o)n(
- en)een of meer ontmoetingen gehad en/of telefonisch en/of via berichten contact onderhouden en/of informatie uitgewisseld en/of afspraken gemaakt over containers en/of nagegaan of containers (op het terrein) aanwezig zijn en/of met betrekking tot het invoeren en/of afleveren en/of uithalen en/of verstreken van verdovende middelen en/of -een of meer personen geregeld en/of benaderd voor [naam01] en/of een of meer (andere) perso(o)n(
- en)(met betrekking tot de invoer van verdovende middelen); art 10a lid 1 ahf/sub 1 alinea Opiumwet art l0a lid 1 ahf/sub 2 alinea Opiumwet art l0a lid 1 ahf/sub 3 alinea Opiumwet art 47 lid 1 ahf/sub 1 Wetboek van Strafrecht art 10a lid 1 ahf/sub 1 alinea Opiumwet art 10 lid 4 Opiumwet art 10 lid 5 Opiumwet 2. hij op een of meer tijdstippen in of omstreeks de periode van 22 augustus 2019 tot en met 02 september 2020 te Rotterdam, althans in Nederland, meermalen, althans eenmaal, (telkens) anders dan als ambtenaar, te weten als medewerker, werkzaam zijnde in dienstbetrekking bij [bedrijf01], naar aanleiding van hetgeen hij, verdachte, in strijd met zijn plicht in zijn betrekking heeft gedaan of nagelaten dan wel zou doen of nalaten, (telkens) een of meer giften en/of beloftes, te weten een of meer geldbedragen, heeft aangenomen en/of heeft gevraagd, (telkens) (al dan niet tegen betaling) (op verzoek van een of meer perso(o)n(
- en)niet zijnde werkzaam bij voornoemd bedrijf) een of meer container(s)/containernummer(
- s)heeft bevraagd en/of (vervolgens) informatie over die container(s), waaronder gegevens over de locatie van die container(
- s)en/of route(
- s)althans een of meer gegevens, aan een of meer ander(
- e)perso(o)n(
- en)(niet zijnde werknemer(
- s)van voornoemd bedrijf) heeft verstrekt terwijl hij, verdachte, dit aannemen en/of vragen (telkens) in strijd met de goede trouw heeft verzwegen tegenover zijn werkgever. art 328ter lid 1 Wetboek van Strafrecht