ECLI:NL:RBROT:2022:9423
vonnis RECHTBANK ROTTERDAM Team handel en haven zaaknummer / rolnummer: C/10/645244 / KG ZA 22-813 Vonnis in kort geding van 2 november 2022 in de zaak van 1. [eiser01] , wonende te [woonplaats01] , 2. [eiser02] , wonende te [woonplaats02] , 3. [eiser03] , wonende te [woonplaats03] , eisers in conventie, verweerders in reconventie, advocaat mr. A.R. Mes te Zoetermeer, tegen [gedaagde01] , wonende te [woonplaats04] , gedaagde in conventie, eiseres in reconventie, advocaat mr. A.J.M. Vélu te Rotterdam.
Eisers worden hierna afzonderlijk [eiser01] , [eiser02] en [eiser03] genoemd (gezamenlijk [eisers] ). Gedaagde wordt aangeduid als [gedaagde01] .
1.
De procedure 1.1.
Het verloop van de procedure blijkt uit: de dagvaarding van 6 oktober 2022, met producties 1 tot en met 7; de conclusie van antwoord, tevens houdende eis in reconventie, met producties 1 tot en met 3; de brief van 17 oktober 2022 namens [eisers] , met één bijlage; de brief van 18 oktober 2022 namens [eisers] , met één bijlage; de mondelinge behandeling van 19 oktober 2022.
1.2.
Vonnis is bepaald op heden.
2.
De feiten 2.1. [eisers] en [gedaagde01] zijn buurtgenoten van elkaar. [eiser01] en [eiser02] zijn echtelieden, [eiser03] is hun dochter. [eiser01] , [eiser02] en [gedaagde01] wonen in dezelfde woontoren. [gedaagde01] woont sinds 2014 in de woontoren, [eiser01] en [eiser02] sinds 2015. [eiser03] woont in een naastgelegen woontoren.
2.2.
Sinds 2016 is de verstandhouding tussen partijen verslechterd. Sindsdien hebben meerdere aanvaringen en incidenten plaatsgevonden tussen hen.
2.3. [gedaagde01] is op 9 september 2019 vanwege bedreiging en mishandeling van [eiser02] door de politierechter van deze rechtbank veroordeeld tot een voorwaardelijke taakstraf van 60 uur, te vervangen met 30 dagen hechtenis, met een proeftijd van drie jaar. Als bijzondere voorwaarde bij deze straf is gedurende de proeftijd aan [gedaagde01] een contactverbod met [eisers] opgelegd. [eisers] heeft zich als slachtoffer in het strafproces gevoegd. Opgelegd zijn drie schadevergoedingsmaatregelen van € 750,00 in totaal.
2.4.
Het gerechtshof Den Haag heeft de bedreiging en mishandeling van [eiser02] op 28 december 2020 ook bewezen verklaard en heeft dezelfde straf en bijzondere voorwaarde aan [gedaagde01] opgelegd. De schadevergoedingsmaatregelen zijn gematigd tot twee van € 300,00 in totaal. Het arrest is onherroepelijk.
2.5.
Voor de behandeling van de strafzaak in eerste aanleg heeft mediation plaatsgevonden tussen [eisers] en [gedaagde01] . In de mediation eindovereenkomst is, voor zover van belang, het volgende opgenomen: (..) “ Afspraken over toekomstig gedrag:
2.6.
Op 2 juni 2022 heeft het Openbaar Ministerie het volgende e-mailbericht, voor zover van belang, aan de advocaat van [eisers] toegezonden: (..) “Wij hebben de melding van de schendingen van het contactverbod inderdaad ontvangen. Er is door de advocaat-generaal een vordering ingediend bij de rechtbank om de voorwaardelijk opgelegde straf alsnog ten uitvoer te leggen.
Deze vordering en overige stukken zijn gisteren naar de rechtbank in Rotterdam verzonden.
Wij hebben op dit moment nog niet inzichtelijk hoe snel deze zaak op zitting gepland zal worden.”
3.
Het geschil in conventie 3.1. [eisers] vordert om bij vonnis, uitvoerbaar bij voorraad:
3.2. [gedaagde01] voert verweer dat strekt tot afwijzing van het gevorderde, met veroordeling van [eisers] in de proceskosten.
3.3.
Op de stellingen van partijen wordt hierna, voor zover van belang, nader ingegaan.
4.
Het geschil in reconventie 4.1. [eiseres01] vordert om bij vonnis, uitvoerbaar bij voorraad:
4.2. [verweerders] voert verweer dat strekt tot afwijzing van het gevorderde.
4.3.
Op de stellingen van partijen wordt hierna, voor zover van belang, nader ingegaan.
5.
De beoordeling in conventie 5.1.
Bij de beoordeling van het gevorderde contactverbod geldt het volgende uitgangspunt. Een contactverbod vormt een inbreuk op het aan een ieder toekomend recht om zich vrijelijk te gedragen. Voor het toewijzen van een zo ingrijpende maatregel moet sprake zijn van in hoge mate aannemelijke feiten en omstandigheden die de gevorderde inbreuk kunnen rechtvaardigen.
5.2.
Tussen partijen staat vast dat de situatie tussen hen gespannen is en dat zich tussen hen meerdere aanvaringen en incidenten hebben voorgedaan. Duidelijk is ook dat partijen ieder hun eigen kijk hebben op de aanleiding en het verloop van die incidenten. Aan de ene kant stelt [eisers] dat [gedaagde01] hen lastigvalt, dat zij door haar worden uitgescholden, dat zij zelf geen aandeel hebben in de incidenten die hebben plaatsgevonden en dat zij slechts rust willen. Daartegenover stelt [gedaagde01] dat zij door [eisers] wordt uitgescholden en uitgedaagd en dat [eisers] onrust zaait in de buurt.
5.3.
Vaststaat dat [gedaagde01] onherroepelijk is veroordeeld voor de bedreiging en mishandeling van [eiser02] en dat het aan [gedaagde01] opgelegde contactverbod nog geldt tot september 2023. Ook staat vast dat partijen in 2019 een mediationtraject hebben gevolgd, waar partijen afspraken hebben gemaakt over hoe zij elkaar over en weer voortaan bejegenen. [eisers] stelt zich op het standpunt dat [gedaagde01] zich nimmer aan het contactverbod en de in mediation gemaakte afspraken heeft gehouden en dat de sanctie op het niet naleven van het strafrechtelijk contactverbod tot op heden niet wordt opgelegd. [gedaagde01] voert echter aan dat zij [eisers] sinds de strafzaak en het mediationtraject zoveel mogelijk vermijdt en geen contact (meer) met hen legt.
5.4.
Overwogen wordt als volgt. Volgens beide partijen zijn er sinds augustus 2022 geen incidenten meer voorgevallen. De incidenten die volgens [eisers] in de zomer van 2022 hebben plaatsgevonden zijn in ernst niet te vergelijken met de incidenten waarvoor [gedaagde01] strafrechtelijk is veroordeeld. In die zin is van een situatie die thans ingrijpen noodzakelijk maakt geen sprake, zeker niet nu er op dit moment een strafrechtelijk contactverbod van kracht is. [eisers] heeft onvoldoende gesteld waarom een civielrechtelijk contactverbod gerechtvaardigd is naast het reeds opgelegde strafrechtelijk contactverbod, dat immers nog geruime tijd duurt. De enkele stelling dat een civielrechtelijk verbod op straffe van een dwangsom nodig zou zijn om ervoor te zorgen dat door [gedaagde01] iedere keer dat zij [eisers] lastigvalt, een dwangsom wordt verbeurd, is daartoe onvoldoende. Niet aannemelijk is geworden dat een dwangsom als prikkel beter zou werken dan de dreiging van tenuitvoerlegging. Daarbij komt dat de aard van de door [eisers] gestelde incidenten meebrengt dat handhaving zeer lastig zal zijn en executieproblemen te vrezen vallen.
Ter zitting is tevens gebleken dat beide partijen de verhuurder hebben benaderd over de huidige (overlast gevende) situatie. De verhuurder heeft te kennen gegeven dat een integrale aanpak wordt opgestart waar meerdere partijen bij betrokken zijn, waaronder de gemeente. Ook namens het Openbaar Ministerie is aan [eisers] medegedeeld dat een vordering bij de rechtbank is ingediend om de aan [gedaagde01] voorwaardelijk opgelegde taakstraf ten uitvoer te leggen. Dit betekent dat er via andere wegen al wordt gezocht naar methodes om een einde aan de situatie te maken.
Gelet op het voorgaande is het gevorderde in conventie niet toewijsbaar, omdat de situatie, in deze omstandigheden, de gevorderde vergaande inbreuk op de persoonlijke levenssfeer van [gedaagde01] niet rechtvaardigt. Die inbreuk is zeer groot, omdat [eiser01] , [eiser02] en [gedaagde01] in dezelfde woontoren wonen en ze elkaar hoe dan ook in de gemeenschappelijke ruimten of buiten de woontoren zullen treffen. Dat neemt niet weg dat denkbaar is dat deze afweging in de toekomst anders zal uitvallen, als de integrale aanpak van de verhuurder niet van de grond komt en/of de incidenten in ernst toenemen.
5.5. [eisers] zal als de in het ongelijk gestelde partij in conventie in de proceskosten worden veroordeeld. De kosten aan de zijde van [gedaagde01] worden begroot op € 1.102,00, bestaande uit € 86,00 griffierecht en € 1.016,00 (1 punt x tarief € 1.016,00) aan salaris advocaat.
6.
De beoordeling in reconventie 6.1. [eiseres01] vordert in reconventie een contactverbod voor [verweerders] . Zij voert ter onderbouwing het volgende aan. [verweerders] gedraagt zich onrechtmatig jegens haar, omdat [verweerders] probeert [eiseres01] te intimideren. Ook wordt er door [verweerders] geroddeld en gesproken over [eiseres01] en haar zoon en zijn er de afgelopen jaren meerdere incidenten geweest waarbij [verweerder01] en [verweerder02] [eiseres01] zonder reden lastig vielen. [eiseres01] overlegt verklaringen van buurtbewoners die ook overlast ervaren van [verweerders] . [verweerders] betwist dat zij [eiseres01] lastigvalt en voert aan dat zij [eiseres01] al jaren negeren.
6.2.
De vordering in reconventie zal ook worden afgewezen vanwege de volgende redenen. Het is duidelijk dat de verhoudingen tussen partijen ernstig verstoord zijn en dat het partijen kennelijk niet lukt om op normale wijze als buren met elkaar om te gaan. Of [eiseres01] inderdaad door [verweerders] wordt lastiggevallen, zoals zij stelt, kan niet worden vastgesteld. [verweerders] betwist immers dat hiervan sprake is. De door [eiseres01] overgelegde verklaringen zijn ook onvoldoende concreet om aan te nemen dat [verweerders] onrechtmatig jegens [eiseres01] handelt. Op basis van de overgelegde stukken en het verhandelde ter zitting is de gevorderde inbreuk op de fundamentele vrijheid van [verweerders] dan ook niet gerechtvaardigd.
6.3. [eiseres01] zal als de in het ongelijk gestelde partij in reconventie in de proceskosten worden veroordeeld. De kosten aan de zijde van [verweerders] worden begroot op € 1.457,43, bestaande uit € 314,00 aan griffierecht, € 127,43 aan kosten dagvaarding en € 1.016,00 (1 punt × tarief € 1.016,00) aan salaris advocaat.
In conventie en in reconventie voorts 6.4.
De voorzieningenrechter geeft partijen ernstig in overweging om de in het kader van mediation gemaakte afspraken, die in principe nog steeds gelden, na te leven. Dat is in het belang van alle betrokkenen. Er is blijkbaar geen groot onderliggend conflict maar partijen beleven het gedrag van de ander als zeer storend. Daardoor wordt hun plezier in het leven in de wijk waar zij allemaal wonen nodeloos vergald. Het niet meer gebruiken van aanspreekvormen als “rooie” en “zorghotel”, die de ander als heel vervelend en beledigend ervaart, zou al erg helpen. Als volwassen mensen zouden zij in staat moeten zijn om elkaar, zoals in de mediation afgesproken, te negeren en uit te gaan van leven en laten leven. Ook als zij vinden dat de schuld bij de ander ligt.
7.
De beslissing De voorzieningenrechter in conventie 7.1. wijst de vorderingen af, 7.2. veroordeelt [eisers] in de proceskosten, aan de zijde van [gedaagde01] tot op heden begroot op € 1.102,00, 7.3. verklaart dit vonnis in conventie wat betreft de kostenveroordeling uitvoerbaar bij voorraad, in reconventie 7.4. wijst de vorderingen af, 7.5. veroordeelt [eiseres01] in de proceskosten, aan de zijde van [verweerders] tot op heden begroot op € 1.457,43, 7.6. verklaart dit vonnis in reconventie wat betreft de kostenveroordeling uitvoerbaar bij voorraad.
Dit vonnis is gewezen door mr. P.F.G.T. Hofmeijer-Rutten en in het openbaar uitgesproken op 2 november 2022.3608/106