← Nederland

ECLI:NL:RBROT:2022:9586

beschikking RECHTBANK ROTTERDAM Team Jeugd Zittingsplaats: Rotterdam Zaaknummer / rekestnummer: C/10/635329 / JE RK 22-645 datum uitspraak: 7 juli 2022 beschikking ondertoezichtstelling in de zaak van de raad voor de kinderbescherming Rotterdam-Dordrecht (hierna: de raad), hierna te noemen de raad, betreffende [minderjarige01] , geboren op [geboortedatum01] 2008 te [geboorteplaats01] , hierna te noemen [voornaam minderjarige01] . De kinderrechter merkt als belanghebbenden aan: [naam moeder01] , hierna te noemen: de moeder, wonende te [woonplaats01] , en [naam vader01] , hierna te noemen: de vader, wonende te [woonplaats02] , en de gecertificeerde instelling Jeugdbescherming Rotterdam Rijnmond, hierna te noemen de GI, gevestigd te Eindhoven. Het procesverloop Het procesverloop blijkt uit de volgende stukken: - het verzoek met bijlagen van de raad van 18 maart 2022, ingekomen bij de griffie op 18 maart

  1. Op 23 juni 2022 heeft de kinderrechter de zaak ter zitting met gesloten deuren behandeld. Gelijktijdig is behandeld zaaknummer C/10/618625 / FA RK 21-3805, in welke zaak afzonderlijk wordt beslist. Gehoord zijn: de raad, vertegenwoordigd door [naam01] ; de moeder in bijzijn van mr. H.E.M.J. van Poppel; de vader, in bijzijn van mr. M.J.S. Spanjersberg, namens mr. Hau-Cheng; de bijzondere curator mr. L.A. Middelkoop; - de GI, ter zitting vertegenwoordigd door [naam02] . [voornaam minderjarige01] is in de gelegenheid gesteld hun mening kenbaar te maken. Hij heeft hier geen gebruik van gemaakt. De feiten Het ouderlijk gezag over [voornaam minderjarige01] wordt uitgeoefend door de ouders. [voornaam minderjarige01] woont bij de moeder. Het verzoek De raad heeft de ondertoezichtstelling van [voornaam minderjarige01] verzocht voor de duur van negen maanden. Het standpunt van de belanghebbenden De moeder heeft tijdens de zitting gemotiveerd haar bezwaren tegen de verzochte ondertoezichtstelling naar voren gebracht. De vader is het eens met het verzoek. De beoordeling Uit de overgelegde stukken en de behandeling ter zitting blijkt dat er zorgen zijn over de ontwikkeling van [voornaam minderjarige01] . De raad heeft signalen waargenomen dat [voornaam minderjarige01] als gevolg van de langdurige strijd tussen zijn ouders over met name de zorgregeling alsmede de verstoorde communicatie tussen zijn ouders, in zijn ontwikkeling wordt bedreigd, en dat er een groot risico is op toenemende loyaliteitsproblemen. De ouders zijn tot op heden niet in staat om op ouderniveau respectvol met elkaar om te gaan, zodat zij met elkaar kunnen communiceren over [voornaam minderjarige01] en hem kunnen ondersteunen in het onbelast contact hebben met beide ouders. De ouders zijn evenmin in staat om zonder hulpverlening uitvoering te geven aan een zorgregeling. Twee eerdere mediationtrajecten en de inzet van de bijzondere curator leken (tijdelijk) een verbetering te brengen in de communicatie tussen de ouders, maar hebben geen blijvend resultaat opgeleverd. Hoewel de kinderrechter heeft geconstateerd dat sprake lijkt te zijn van een voorzichtig herstel van de communicatie tussen de ouders, ziet deze communicatie voornamelijk op de school van [voornaam minderjarige01] niet op de omgang tussen [voornaam minderjarige01] en de vader. Op dit moment zijn de ouders onvoldoende in staat om zelf de zorgen over de ontwikkeling van [voornaam minderjarige01] weg te nemen. De verwachting is, gelet op de voorgeschiedenis, dat de ouders niet of onvoldoende de noodzakelijk geachte hulpverlening zullen accepteren waardoor de onderlinge strijd over [voornaam minderjarige01] dus niet zal stoppen. Uit voorgaande volgt dat is voldaan aan het wettelijke criterium genoemd in artikel 1:255 BW. De kinderrechter zal daarom [voornaam minderjarige01] onder toezicht stellen voor de duur van negen maanden. De beslissing De kinderrechter: stelt [voornaam minderjarige01] onder toezicht van de gecertificeerde instelling Jeugdbescherming Rotterdam Rijnmond, met ingang van 7 juli 2022 tot 7 april 2023; verklaart deze beschikking uitvoerbaar bij voorraad. Deze beschikking is gegeven door mr. M.C. Woudstra, kinderrechter, in tegenwoordigheid van C. Naujoks als griffier en in het openbaar uitgesproken op 7 juli
  2. Hoger beroep tegen deze beschikking kan worden ingesteld: - door de verzoekers en degenen aan wie een afschrift van de beschikking is verstrekt of verzonden, binnen drie maanden na de dag van de uitspraak, - door andere belanghebbenden binnen drie maanden na de betekening daarvan of nadat de beschikking aan hen op een andere wijze bekend is geworden. Het hoger beroep moet, door tussenkomst van een advocaat, worden ingediend ter griffie van het gerechtshof Den Haag.

🔗 Naar officiële bron

AI-uitleg op basis van de officiële wettekst. Indicatief, vervangt geen juridisch advies.