RECHTBANK ROTTERDAM locatie Rotterdam zaaknummer: 9840870 CV EXPL 22-13123 datum uitspraak: 14 oktober 2022 Vonnis van de kantonrechter in de zaak van [eiser01] , wonende te [woonplaats01] eiser, gemachtigde: mr. G. Grijs, advocaat te Rotterdam, tegen Stichting Woonstad Rotterdam , gevestigd te Rotterdam, gedaagde, gemachtigde: mr. E. Boot, advocaat te Rotterdam. Partijen worden hierna ‘ [eiser01] ’ en ‘Woonstad’ genoemd. 1. De procedure 1.1. Het dossier bestaat uit de volgende processtukken: de dagvaarding van 1 maart 2022, met bijlagen; het antwoord, met bijlagen; de brief van 16 mei 2022 waarin een mondelinge behandeling is bepaald; het proces-verbaal van de mondelinge behandeling op 11 augustus 2022; de brief van mr. Grijs van 8 september 2022. 2. De feiten 2.1. [eiser01] huurt van Woonstad de woning aan het [adres01] in [plaats01] (hierna: ‘de woning’). De woning is onderdeel van een pand met in totaal drie verdiepingen. De woning van [eiser01] ligt op de begane grond. De bovenburen wonen op nummer [huisnummer01] . Door het pand loopt een centrale leiding waarop de afvoer van de keuken van nummer [huisnummer01] en de afvoer van de cv van nummer [huisnummer02] uitkomt. Deze leiding loopt vanaf de bovenste verdieping door het cv-hok in de woning van [eiser01] naar de kelder. 2.2. Op 28 november 2018 ontving Woonstad een melding van een lekkage / verstopping in het pand waar de woning van [eiser01] deel van uitmaakt. Woonstad heeft daarop [bedrijf01] en [bedrijf02] ingeschakeld. Er werd een verstopping in de standleiding in de kelder geconstateerd waarbij water uit de afvoer van de cv in het cv-hok in de woning van [eiser01] omhoog kwam. De verstopping is diezelfde dag door een monteur van [bedrijf01] verholpen. 2.3. [eiser01] heeft Woonstad bij e-mail van 30 november 2018 aansprakelijk gesteld voor door hem gestelde schade. 2.4. Op 5 april 2019 bracht [bedrijf03] een expertisebezoek aan de woning van [eiser01] . 2.5. Bij e-mail van 9 mei 2019 heeft Woonstad aansprakelijkheid van de hand gewezen. 2.6. Op verzoek van [eiser01] heeft op 12 mei 2021 een voorlopig getuigenverhoor plaatsgevonden bij de kantonrechter van de rechtbank Rotterdam waarbij hijzelf, de bovenbuurman en de ontstoppingsmonteur van [bedrijf01] als getuigen zijn gehoord. Deze procedure is bij de rechtbank Rotterdam bekend onder zaaknummer 8205531 VZ VERZ 19-21019. 2.7. Bij e-mail van 25 juli 2021 heeft de gemachtigde van [eiser01] het volgende aan Woonstad meegedeeld: “(…) Hierbij kom ik terug op aansprakelijkheid van Woonbron voor de lekkage bij client dhr. [eiser01] aan het [adres02] te [plaats01] . Uit het voorlopig getuigenverhoor is mij duidelijk geworden dat er in casu sprake is van een (bouwkundig) verkeerd uitgevoerde waterafvoer. Het is gebleken dat er een stamleiding van de eerste verdieping door het cv-hok van client loopt, waarop ook de afwatering van zijn cv is aangesloten. Op deze afwatering is geen terugslagklep aangebracht. Dit maakt dat de afvoer door de manier waarop zij is uitgevoerd gebrekkig. Het is immers niet de vraag of hierdoor lekkage kan optreden bij client maar wanneer dit zal gebeuren. Nu zich als gevolg van dit gebrekkig uitgevoerd leidingwerk een lekkage is ontstaan waarbij client aanzienlijke schade heeft opgelopen persisteert deze in zijn stelling dat Woonbron aansprakelijk is hiervoor. Dit geldt des te meer nu een terugslagklep eenvoudige te monteren is en slechts rond de € 15,00 kost. Graag verneem ik uiterlijk 15 augustus 2021 of uw cliënt alsnog de aansprakelijkheid erkent dan wel bereid is de schade te vergoeden. (…)” 2.8. Bij e-mail van 13 augustus 2021 heeft Woonstad nogmaals de aansprakelijkheid afgewezen. 3. Het geschil 3.1. [eiser01] vordert: voor recht te verklaren dat Woonstad aansprakelijk is voor de schade die hij heeft geleden; Woonstad te veroordelen tot het vergoeden van de door hem als gevolg van het gebrek/de gebreken geleden schade, nader op te maken bijstaat en te vereffenen volgens de wet; Woonstad te veroordelen in de proceskosten; het vonnis uitvoerbaar bij voorraad te verklaren. 3.2 [eiser01] baseert de vordering op het volgende. Er is sprake van een gebrek in de constructie van de standleiding. Als gevolg van dit gebrek is een verstopping /lekkage ontstaan waardoor [eiser01] schade heeft geleden. Van het ontstaan van dit gebrek kan Woonstad een verwijt worden gemaakt, omdat zij verantwoordelijk is voor de staat van het onderhoud, althans de kwaliteit van het leidingsysteem en de lekkage is ontstaan als gevolg van gebrekkig uitgevoerd leidingwerk. Woonstad is daarom gehouden de door [eiser01] geleden schade te vergoeden. Ter onderbouwing van dit standpunt heeft hij het volgende gesteld. In het pand loopt vanaf de bovenste verdieping, door het cv hok van Hoederdaal naar de kelder een standleiding. De afvoer van de bovenburen komt op die standleiding uit en ook afwatering van de cv van [eiser01] komt op die standleiding uit, via een overlooppijp. De overlooppijp is een open pijp en er is geen terugslagventiel in geplaatst. Op 28 november 2019 trad een verstopping in de standleiding in de kelder op. Daardoor is de overlooppijp in het cv-hok in de woning van [eiser01] overgelopen. De oorzaak van de lekkages en verstoppingen is volledig toe te rekenen aan Woonstad. Het bevestigen van een terugslagventiel in de overlooppijp had lekkages kunnen voorkomen. Dit geldt temeer nu een terugslagventiel maximaal 15 euro kost. Als gevolg van het gebrek heeft [eiser01] schade geleden aan zijn laminaatvloer, waterbed en kledingkast. [eiser01] heeft geen financiële middelen om zijn laminaatvloer te vervangen. Daardoor is de vervolgschade verergerd en heeft hij bovendien verminderd huurgenot ervaren. De expert van [bedrijf03] heeft tijdens het expertisebezoek van 5 april 2019 aan de gemachtigde van [eiser01] meegedeeld dat de schade € 3.800,00 bedraagt. 3.2. Woonstad is het niet eens met de vordering en voert het volgende aan. Er is geen sprake van een gebrek in de zin van artikel 7:204 BW, laat staan van een gebrek waarvoor Woonstad aansprakelijk is in de zin van artikel 7:208 BW. Woonstad is dan ook niet aansprakelijk voor de door [eiser01] gestelde schade, die zij eveneens qua omvang betwist. De verstopping is veroorzaakt door vet, zeepresten en kalk van de cv. Dit heeft de monteur van [bedrijf01] tijdens het voorlopig getuigenverhoor van 12 mei 2021 ook verklaard. Een dergelijke verstopping kan niet aan Woonstad worden toegerekend. Van een aan Woonstad toerekenbaar gebrek dat heeft geleid tot het ontstaan van de verstopping blijkt verder niets. In een complex als dit waar de woning van [eiser01] deel van uitmaakt is het gebruikelijk dat er een standleiding van boven naar beneden loopt waar de rioolafvoeren van de verschillende wc’s, badkamers en keukens op zijn aangesloten. Het enkele feit dat de standpijp door de cv kast van [eiser01] loopt is geen gebrek. Ook het ontbreken van een terugslagventiel in de afvoerleiding van de cv-ketel is geen gebrek. De aanwezigheid van een terugslagklep kan in een dergelijke leiding juist voor problemen zorgen, omdat hij vast kan komen te zitten waardoor een overstroming plaatsvindt. Er is ook geen wettelijke regeling die bepaalt dat er in een afvoerleiding van een cv-ketel een terugslagklep hoort te zitten en het is ook niet gebruikelijk dat die klep er zit. Woonstad betwist dat [eiser01] schade aan zijn laminaatvloer, waterbed en kledingkast heeft geleden. De medeweker van [bedrijf01] en de bovenbuurman hebben tijdens het voorlopig getuigenverhoor verklaard dat zij alleen water in het cv-hok hebben gezien. Woonstad betwist verder dat de schade expert van [bedrijf03] heeft verklaard dat de schade van [eiser01] € 3.800,-- bedraagt. [eiser01] heeft die stelling niet onderbouwd. 4. De beoordeling 4.1. Het tussen partijen gerezen geschil spitst zich toe op de vraag of Woonstad aansprakelijk is voor de door [eiser01] gestelde schade. De kantonrechter begrijpt uit de stellingen van [eiser01] dat hij zijn vordering baseert op de artikelen 7:204 en 7:208 BW. Aansprakelijkheid schade 4.2. Op grond van artikel 7:208 BW moet de verhuurder de door een gebrek veroorzaakte schade vergoeden als (
AI-uitleg op basis van de officiële wettekst. Indicatief, vervangt geen juridisch advies.