← Nederland

ECLI:NL:RBROT:2023:1145

Rechtbank Rotterdam Team straf 2 Parketnummer: 10/742079-18 Datum uitspraak: 13 februari 2023 Tegenspraak Vonnis van de rechtbank Rotterdam, meervoudige kamer voor strafzaken, in de zaak tegen de verdachte: [verdachte01] , geboren te [geboorteplaats01] op [geboortedatum01], ingeschreven in de basisregistratie personen op het adres: [adres01] te ( [postcode01] ) [plaats01] , Raadsman mr. M.S.C. Verlaan, advocaat te Amsterdam.

  1. Onderzoek op de terechtzitting Gelet is op het onderzoek op de terechtzitting van 30 januari
  2. Tenlastelegging Aan de verdachte is ten laste gelegd hetgeen is vermeld in de dagvaarding. De tekst van de tenlastelegging is als bijlage I aan dit vonnis gehecht.
  3. Eis officier van justitie De officier van justitie mr. J. Boender heeft gevorderd: - vrijspraak van het primair en subsidiair ten laste gelegde feit.
  4. Waardering van het bewijs 4.
  5. Vrijspraak 4.1.
  6. Beoordeling Met de officier van justitie en de verdediging is de rechtbank van oordeel dat het primair en subsidiair ten laste gelegde feit niet wettig en overtuigend is bewezen, zodat de verdachte daarvan zal worden vrijgesproken. Hiertoe wordt overwogen dat uit het dossier niet valt af te leiden dat er sprake was van medeplegen van oplichting. Er zijn geen aanwijzingen, laat staan bewijs, dat de verdachte inhoudelijke bemoeienis heeft gehad met de besprekingen met [bedrijf01] ( [naam01] ) / [naam02] / [naam03] , en/of met de totstandkoming van de overeenkomst tussen [bedrijf02] en [bedrijf01] / [bedrijf03] . Niet in discussie is dat [medeverdachte01] de verdachte zelfs niet heeft verteld via welke buitenlandse contacten of bank de financiering ten behoeve van [bedrijf04] zou moeten worden verkregen. Van het voor medeplegen van oplichting of verduistering vereiste opzet is daarom niet gebleken.
  7. Vordering benadeelde partij Als benadeelde partij heeft zich in het geding gevoegd [benadeelde partij01] . De benadeelde partij vorderde, na wijziging van de vordering, een vergoeding van € 342.806,56 aan materiële schade en een vergoeding van € 45.900,- aan advocaatkosten. De raadsman van de benadeelde partij heeft bij e-mail van 12 januari 2023 aan de officier van justitie medegedeeld dat de benadeelde partij de vordering tegen de verdachte niet langer handhaaft, gelet op de vaststellingsovereenkomst die is gesloten tussen de verdachte en de benadeelde partij. De rechtbank zal derhalve op dit onderdeel geen beslissing nemen.
  8. Bijlagen De in dit vonnis genoemde bijlage maakt deel uit van dit vonnis.
  9. Beslissing De rechtbank: verklaart niet bewezen, dat de verdachte het primair en subsidiair ten laste gelegde feit heeft begaan en spreekt de verdachte daarvan vrij. Dit vonnis is gewezen door mr. R.J.A.M. Cooijmans, voorzitter, en mrs. N. Freese en N.M. Ketelaar, rechters, in tegenwoordigheid van mr. M. van der Hoeff, griffier, en uitgesproken op de openbare terechtzitting op de datum die in de kop van dit vonnis is vermeld. De jongste rechter en de oudste rechter zijn buiten staat dit vonnis mede te ondertekenen. Bijlage I Tekst tenlastelegging Aan de verdachte wordt ten laste gelegd dat hij in of omstreeks de periode van 27 augustus 2012 tot en met 31 december 2012 te Ouddorp ZH, binnen de gemeente Goeree-Overflakkee, althans in Nederland tezamen en in vereniging met een of meer anderen, althans alleen, met het oogmerk om zich en/of een ander wederrechtelijk te bevoordelen door het aannemen van een valse naam en/of van een valse hoedanigheid en/of door listige kunstgrepen en/of door een samenweefsel van verdichtsels, [bedrijf04] heeft bewogen tot de afgifte van een geldbedrag van 500.000,00 euro, althans enig geldbedrag, in elk geval enig goed, hebbende verdachte en/of zijn mededader(s) met vorenomschreven oogmerk - zakelijk weergegeven - valselijk en/of listiglijk en/of bedrieglijk en/of in strijd met de waarheid, - die [bedrijf04] meermalen voorgehouden dat zij een lening voor een geldbedrag van in totaal 4.600.000,00 euro, (uitgekeerd in twee termijnen) kon(den) regelen via of bij een bank in Duitsland en/of dat [bedrijf04] daartoe een borgbedrag van 500.000,00 euro op het rekeningnummer van [bedrijf02] moest storten, - die [bedrijf04] verzekerd dat de financiering van voornoemde geldlening voor 99,9999 & vast stond, - die [bedrijf04] voorgehouden en/of verzekerd dat het eerste deel van de financiering, (te weten een geldbedrag van 1.000.000,00 euro), bevestigd was en uiterlijk december 2012 door [bedrijf04] zou worden ontvangen en/of - die [bedrijf04] voorgehouden dat indien voornoemde financiering niet rond zou komen , zij het borgbedrag ad 500.000,00 euro teruggestort zou krijgen, waardoor [bedrijf04] werd bewogen tot bovenomschreven afgifte; art 326 lid 1 Wetboek van Strafrecht Subsidiair, voorzover het vorenstaande niet tot een veroordeling mocht of zou kunnen leiden: hij in of omstreeks de periode van 27 augustus 2012 tot en met 31 december 2012 te Ouddorp ZH, binnen de gemeente Goeree-Overflakkee, althans in Nederland, tezamen en in vereniging met een of meer anderen, althans alleen, opzettelijk een geldbedrag van 500.000,00 euro, in elk geval een (groot) geldbedrag, geheel of ten dele toebehorende aan [bedrijf04], in elk geval aan een ander of anderen dan aan verdachte(n), en welk (groot) geldbedrag verdachte(n) anders dan door misdrijf onder zich had/ hadden, te weten verstrekt als borgbedrag ten behoeve van een financiering van een geldlening van 4.600.000,00 euro, wederrechtelijk zich heeft toegeëigend;

🔗 Naar officiële bron

AI-uitleg op basis van de officiële wettekst. Indicatief, vervangt geen juridisch advies.