← Nederland

ECLI:NL:RBROT:2023:1219

RECHTBANK ROTTERDAM locatie Rotterdam zaaknummer: 9629924 CV EXPL 22-910 datum uitspraak: 20 januari 2023 Vonnis van de kantonrechter in de zaak van Stichting Woonbron, gevestigd te Rotterdam, eiseres, gemachtigde: mr. T.A. Vermeulen te Rotterdam, tegen: [gedaagde01] , in zijn hoedanigheid van bewindvoerder over de goederen van [naam01] , kantoorhoudende te Rotterdam, gedaagde, gemachtigde: mr. N. Gierdharie te Den Haag. Partijen worden hierna ‘Woonbron’ en ‘de bewindvoerder’ genoemd. [naam01] wordt hierna aangeduid als ‘ [naam01] ’.

  1. De procedure 1.
  2. Het dossier bestaat uit de volgende processtukken: het tussenvonnis van 13 mei 2022 en de daarin genoemde stukken; de akte van Woonbron van 24 november 2022; de akte uitlatingen van de zijde van de bewindvoerder van 22 december
  3. De verdere beoordeling 2.
  4. In het tussenvonnis is aan [naam01] een gedragsaanwijzing opgelegd die kort gezegd inhoudt dat hij – bij wijze van laatste kans - per direct invulling dient te geven aan goed huurderschap en zich moet houden aan de bepalingen in de huurovereenkomst en algemene huurvoorwaarden. 2.
  5. Partijen zijn het erover eens dat [naam01] de gedragsaanwijzing goed heeft opgevolgd. Volgens Woonbron is dit echter onvoldoende om de gevorderde ontbinding van de huurovereenkomst te voorkomen, omdat [naam01] door het naleven van de gedragsaanwijzing zijn eerdere tekortkomingen niet ongedaan heeft gemaakt en omdat zij vreest voor precedentwerking van een eventuele uitspraak waarin de ontbinding van de huurovereenkomst ondanks een ernstige tekortkoming van de huurder wordt afgewezen. De bewindvoerder stelt zich daartegenover op het standpunt dat de gedragsaanwijzing passend is geweest om de situatie op te lossen nu [naam01] ervoor waakt dat de tekortkoming zich niet nog een keer voordoet. 2.
  6. In het feit dat [naam01] de gedragsaanwijzing naar behoren is nagekomen en Woonbron na het tussenvonnis geen overlastklachten over [naam01] heeft ontvangen ziet de kantonrechter – ondanks de ernst van het incident - voldoende aanleiding de vorderingen van Woonbron op dit moment af te wijzen. Gelet op de omstandigheden zoals die zich hier voordoen valt de belangenafweging in dit geval net uit in het voordeel van [naam01] . Hoewel [naam01] wel degelijk is tekortgeschoten in de nakoming van zijn verplichtingen die voortvloeien uit de huurovereenkomst en de wet door het gehuurde ter beschikking te stellen ten behoeve van prostitutie, heeft hij zich een gewaarschuwd mens getoond en is niet gebleken dat er nog incidenten hebben plaatsgevonden. Dit is in lijn met de eerdere constatering dat hij bezig is om zijn leven met hulp van derden zoveel mogelijk op de rit te krijgen, wat door Woonbron ook niet is betwist. [naam01] heeft zijn eerdere gedragingen weliswaar niet ongedaan gemaakt, maar mag gelet op voornoemde omstandigheden toch in de woning blijven. 2.
  7. Ten overvloede merkt de kantonrechter dat in het geval dat in de (nabije) toekomst zal blijken dat [naam01] opnieuw is tekortgeschoten in de nakoming van zijn verplichtingen, hij er ernstig rekening mee moet houden dat een eventuele vordering van Woonbron om de huurovereenkomst te ontbinden en de woning te ontruimen met grote mate van waarschijnlijkheid zal worden toegewezen. [naam01] zal daarom alles in het werk moeten stellen om te voorkomen dat dit gebeurt en zich voortaan als goed huurder moeten gedragen. 2.
  8. Dat de vordering van Woonbron wordt afgewezen op de grond dat [naam01] zich aan de gedragsaanwijzing heeft gehouden, doet niet af aan de gebleken noodzaak van deze procedure. Door die procedure heeft [naam01] een laatste kans gekregen en gegrepen, waardoor hij nu in de woning mag blijven wonen. Daarom moet de bewindvoerder de proceskosten betalen (artikel 237 Rv). De kantonrechter stelt deze kosten aan de kant van Woonbron tot vandaag vast op € 127,43 aan dagvaardingskosten, € 128,- aan griffierecht en € 561,- aan salaris voor de gemachtigde (3 punten x € 187,-). Dit is totaal € 816,
  9. Voor kosten die Woonbron maakt na deze uitspraak moet de bewindvoerder een bedrag betalen van € 93,50 (1/2 punt x € 187,- met een maximum van € 124,-). Hier kan nog een bedrag bijkomen als de uitspraak wordt betekend. In dit vonnis hoeft hierover niet apart te worden beslist (ECLI:NL:HR:2022:853). uitvoerbaarheid bij voorraad 2.
  10. Dit vonnis wordt voor wat betreft de proceskostenveroordeling uitvoerbaar bij voorraad verklaard (artikel 233 Rv).
  11. De beslissing De kantonrechter: 3.
  12. wijst de vorderingen tot ontbinding van de huurovereenkomst en ontruiming van het gehuurde af; 3.
  13. veroordeelt de bewindvoerder, als bewindvoerder over de goederen die (zullen) toebehoren aan [naam01] , in de proceskosten die aan de kant van Woonbron tot vandaag worden vastgesteld op € 816,43; 3.
  14. verklaart dit vonnis voor wat betreft de proceskostenveroordeling uitvoerbaar bij voorraad. Dit vonnis is gewezen door mr. M.C. van der Kolk en in het openbaar uitgesproken. 43416

🔗 Naar officiële bron

AI-uitleg op basis van de officiële wettekst. Indicatief, vervangt geen juridisch advies.