Rechtbank Rotterdam Team insolventie rekestnummer: [nummer01] uitspraakdatum: 11 januari 2023 afwijzen gedwongen schuldregeling in de zaak van: [verzoekster01] , wonende te [adres01] [postcode01] [woonplaats01] , verzoekster. 1 De procedure Verzoekster heeft op 23 november 2022, tezamen met een verzoek tot toepassing van de schuldsaneringsregeling, een verzoek ingevolge artikel 287a, eerste lid, Faillissementswet (Fw) ingediend om een schuldeiser, te weten: - Komkids Kinderopvang B.V., hierna: ‘Komkids’; die weigert mee te werken aan een door verzoekster aangeboden schuldregeling, te bevelen in te stemmen met deze schuldregeling. Komkids heeft voorafgaand aan de zitting een verweerschrift ingediend. Ter zitting van 4 januari 2023 zijn verschenen en gehoord: verzoekster; mevrouw [naam01] , werkzaam bij de Kredietbank Rotterdam (hierna te noemen schuldhulpverlening); de heer D. Koerdanlal, werkzaam bij MDL beschermingsbewind (hierna te noemen beschermingsbewindvoerder) mevrouw mr. C. Car, advocaat van verzoekster (hierna te noemen advocaat). Komkids is, hoewel daartoe behoorlijk opgeroepen, om proceseconomische redenen niet verschenen. De uitspraak is bepaald op heden. 2 Het verzoek Verzoekster heeft volgens het ingediende verzoekschrift zevenentwintig schuldeisers met 35 vorderingen. Eén schuldeiser heeft zowel een preferente als een concurrente vordering. De overige zesentwintig schuldeisers hebben in totaal drieëndertig concurrente vorderingen. Deze schuldeisers hebben volgens het verzoekschrift tot toepassing van de schuldsaneringsregeling in totaal een bedrag van € 61.594,36 van verzoekster te vorderen. Verzoekster heeft bij brief van 2 september 2022 een schuldregeling aangeboden aan haar schuldeisers, inhoudende een betaling van 4,76 % aan de preferente schuldeisers en 2,38 % aan de concurrente schuldeisers tegen finale kwijting. Ten tijde van de aanbiedingsbrief van 2 september 2022 hadden één preferente schuldeiser en vijfendertig concurrente schuldeisers in totaal een bedrag van € 62.663,00 van verzoekster te vorderen. De schuldenlast uit het verzoek tot toepassing van de schuldsaneringsregeling blijkt lager te zijn. Uit de verklaring ex artikel 285, eerste lid, Fw blijkt dat tegen finale kwijting aan de preferente schuldeisers een aanbod is gedaan van 4,83% en aan de concurrente schuldeisers een aanbod van 2,42 %. Het aangeboden akkoord heeft de volgende inhoud en achtergrond. De aangeboden regeling is gebaseerd op de NVVK-norm. De afloscapaciteit van verzoekster is gebaseerd op de ongewijzigde voortzetting van de uitkering op grond van de Participatiewet (Pw) die verzoekster ontvangt. Verzoekster is vanuit de gemeente voor de periode van 21 november 2022 tot en met 1 februari 2023 ontheven van de sollicitatieplicht. Na de ontheffingsperiode gelden alle arbeidsverplichtingen weer. Volgens de aangeboden schuldregeling wordt het aangeboden percentage – door middel van een door schuldhulpverlening ter beschikking gesteld saneringskrediet – in één keer aan de schuldeisers uitgekeerd. Verzoekster staat sinds 20 november 2020 onder beschermingsbewind bij MDL Beschermingsbewind. De beschermingsbewindvoerder heeft ter zitting verklaard dat de financiële situatie van verzoekster stabiel is. Schuldhulpverlening heeft in reactie op het verweerschrift van Komkids verklaard dat zij niet verwacht dat verzoekster gezien haar gezondheidsklachten op (korte) termijn in staat zal zijn om te werken. Verzoekster is via de afdeling werk en inkomen weliswaar aangemeld voor een speciaal project voor speciale doelgroepen, maar het is niet duidelijk wanneer zij in staat wordt geacht om daaraan deel te nemen. De onderliggende problematiek van verzoekster is naar verwachting niet binnen drie jaar opgelost. Indien dat wel zo zou zijn, dan verwacht schuldhulpverlening niet dat de aflossingscapaciteit noemenswaardig hoger zal liggen. Schuldhulpverlening heeft verder verklaard dat verzoekster gezien haar gezondheidsklachten passende zorg nodig heeft. Deze passende zorg werd eerst niet verstrekt, maar ontvangt zij sinds kort wel. Schuldhulpverlening meent voorts dat een afwijzing van het verzoek leidt tot benadeling van de andere schuldeisers. Zesentwintig schuldeisers met vierendertig vorderingen stemmen met de aangeboden schuldregeling in. Komkids stemt hier niet mee in. Zij heeft een vordering van € 2.380,29 op verzoekster. 3 Het verweer In correspondentie met schuldhulpverlening en in haar verweerschrift heeft Komkids zich op het standpunt gesteld dat het verzoek moet worden afgewezen. Zij voert daartoe – kort samengevat – het volgende aan. In de visie van Komkids heeft verzoekster niet het maximaal haalbare aangeboden. De aangeboden regeling is gebaseerd op een Pw-uitkering. Ondanks dat verzoekster niet volledig arbeidsongeschikt is, wordt er niet door verzoekster gesolliciteerd. Verzoekster spant zich dan ook niet tot haar uiterste in om de opbrengst voor de schuldeisers zo hoog mogelijk te laten zijn. In het aanbod is bovendien niet uitgelegd op welke wijze wordt gecontroleerd hoe en of verzoekster zich inspant om haar aflossingscapaciteit te vergroten. Komkids wijst er daarbij op dat in de wettelijke schuldsaneringsregeling wettelijke waarborgen bestaan om te verzekeren dat verzoekster zich maximaal inspant om zoveel mogelijk baten voor haar schuldeisers te verwerven. Van een benadeling van de andere schuldeisers is ook geen sprake. Ook de (andere) schuldeisers hebben belang bij de wettelijke waarborgen die de wettelijke schuldsaneringsregeling biedt. Het aanbod is bovendien dusdanig gering, 2,38%, dat niet van benadeling gesproken kan worden. Tot slot merkt Komkids nog op dat verzoekster de door haar ontvangen kinderopvangtoeslag niet heeft aangewend om haar vordering (gedeeltelijk) te voldoen. Deze ontvangsten zijn derhalve misbruikt voor andere zaken. Verzoekster heeft hier ook geen uitleg over verschaft. Hoewel behoorlijk opgeroepen heeft de weigerende schuldeiser geen gebruik gemaakt van de mogelijkheid haar standpunten ter zitting (verder) toe te lichten. 4 De beoordeling Uitgangspunt is dat het iedere schuldeiser in beginsel vrij staat om te verlangen dat 100% van zijn vordering, vermeerderd met rente, wordt voldaan. Nu de aangeboden regeling voorziet in een lagere uitkering dan de volledige vordering, staat het belang van Komkids bij haar weigering vast. De rechtbank ziet zich gesteld voor het beantwoorden van de vraag of Komkids in redelijkheid niet tot weigering van instemming met de schuldregeling heeft kunnen komen, in aanmerking genomen de onevenredigheid tussen het belang dat zij heeft bij uitoefening van de bevoegdheid tot weigering en de belangen van verzoekster of de overige schuldeisers die door de weigering worden geschaad. De rechtbank beantwoordt deze vraag ontkennend en overweegt daartoe als volgt. De rechtbank is van oordeel dat onvoldoende aannemelijk is dat het voorstel, in de vorm van een saneringskrediet, het uiterste is waartoe verzoekster in staat moet worden geacht. Het aanbod betreft een saneringskrediet gebaseerd op de huidige inkomsten uit hoofde van een Pw-uitkering. Verzoekster is voor de periode van 21 november 2022 tot en met 1 februari 2023 ontheven van de sollicitatieplicht. Uit het verzoekschrift en het verhandelde ter zitting is onvoldoende duidelijk geworden dat verzoekster na deze periode niet in staat zou zijn om 36 uur per week te werken. Verzoekster heeft geen (medische) stukken overgelegd, waaruit blijkt dat zij na 1 februari 2023 nog steeds onverminderd arbeidsongeschikt is. Er is onvoldoende duidelijkheid over de arbeidscapaciteit van verzoekster, temeer omdat het een saneringskrediet betreft en dus ook de periode aan gaat na afloop van haar gemeentelijke ontheffing van de sollicitatieplicht. Dit betekent dat het inkomen van verzoekster nog kan wijzigen. De rechtbank kan dus niet zonder meer vaststellen dat de huidige afloscapaciteit van verzoekster blijvend is. Als dit aanbod vergeleken wordt met de situatie dat verzoekster zou worden toegelaten tot de wettelijke schuldsaneringsregeling, dan geldt dat dit aanbod gunstiger is voor de schuldeisers omdat daarbij, anders dan in de schuldsaneringsregeling, geen kosten voor bewindvoerderssalaris en griffierecht verschuldigd zijn. Zoals de rechtbank echter heden bij afzonderlijke uitspraak zal beslissen, voldoet verzoekster niet aan de vereisten voor toelating tot de wettelijke schuldsaneringsregeling. Hiervan uitgaande, dient het aanbod vergeleken te worden met de situatie dat geen sprake is van een toepassing van de wettelijke schuldsaneringsregeling. Die vergelijking leidt tot de vaststelling dat onvoldoende aannemelijk is dat het voorstel het uiterste is waartoe verzoekster in staat moeten worden geacht. Immers, verzoekster kan geacht worden in staat te zijn om ook na 36 maanden nog aflossingen te doen aan haar schuldeisers. Op grond van het voorgaande is de rechtbank van oordeel dat de belangen van Komkids als weigerende schuldeiser zwaarder wegen dan die van verzoekster of de overige schuldeisers. Het verzoek om Komkids te bevelen in te stemmen met de door verzoekster aangeboden schuldregeling wordt daarom afgewezen. Gelet op het voorgaande behoeft het verweer van Komkids geen nadere bespreking. De rechtbank zal bij afzonderlijke beslissing op het verzoek tot toepassing van de schuldsaneringsregeling beslissen. 5 De beslissing De rechtbank: - wijst af het verzoek om een gedwongen schuldregeling te bevelen. Dit vonnis is gewezen door mr. B.J. Tideman rechter, en in aanwezigheid van mr. T.M.M. de Laat, griffier, in het openbaar uitgesproken op 11 januari 2023. Tegen deze uitspraak kan degene aan wie de Faillissementswet dat recht toekent, gedurende acht dagen na de dag van deze uitspraak, hoger beroep instellen. Het hoger beroep kan uitsluitend door een advocaat worden ingesteld bij een verzoekschrift, in te dienen ter griffie van het gerechtshof dat van deze zaak kennis moet nemen.
AI-uitleg op basis van de officiële wettekst. Indicatief, vervangt geen juridisch advies.