RECHTBANK ROTTERDAM locatie Dordrecht zaaknummer: 10332973 \ CV EXPL 23-595 datum uitspraak: 9 maart 2023 Vonnis van de kantonrechter in de zaak van Coeo Securitisation Limited , te Dublin (Ierland), eiseres, gemachtigde: Van Lith Gerechtsdeurwaarders en Incasso, tegen [gedaagde01] , te [plaats01] , gedaagde, die niet in de procedure is verschenen.
- Het verloop van de procedure Eiseres vordert bij vonnis, uitvoerbaar bij voorraad, gedaagde te veroordelen aan eiseres te betalen € 152,87 met rente en kosten zoals in de dagvaarding van 24 januari 2023 omschreven. Tegen de niet verschenen gedaagde is verstek verleend.
- De beoordeling 2.
- De vordering komt de kantonrechter niet ongegrond of onrechtmatig voor en wordt daarom toegewezen, voor zover hierna niet anders wordt overwogen. (Pre)contractuele informatieverplichtingen 2.
- De vordering is gebaseerd op een overeenkomst die is gesloten op afstand of buiten de verkoopruimte tussen een handelaar en een consument. Bij het sluiten van dergelijke overeenkomsten moet vóór het sluiten van de overeenkomst aan de consument bepaalde informatie worden verstrekt en deze informatie moet aan de consument worden bevestigd op een duurzame gegevensdrager. De rechter moet ambtshalve beoordelen of sprake is van een schending van zo’n verplichting. Als sprake is van een voldoende ernstige schending dan moet de rechter de betalingsverplichting van de consument (gedeeltelijk) vernietigen. In dit geval is er geen sprake van een voldoende ernstige schending. Oneerlijke bedingen 2.
- Verder dient de rechter ambtshalve te toetsen of eiseres een beroep doet op een oneerlijk beding. Ook dat is hier niet het geval. Gedaagde wordt in het ongelijk gesteld en moet daarom de proceskosten betalen (artikel 237 Rv). De kantonrechter stelt deze kosten aan de kant van eiseres tot vandaag vast op € 107,99 aan dagvaardingskosten, € 128,00 aan griffierecht en € 39,00 aan salaris voor de gemachtigde. Dit is totaal € 274,
- Voor kosten die eiseres maakt na deze uitspraak moet gedaagde een bedrag betalen van € 19,
- Hier kan nog een bedrag bijkomen als de uitspraak wordt betekend. In dit vonnis hoeft hierover niet apart te worden beslist (ECLI:NL:HR:2022:853).
- De beslissing De kantonrechter: veroordeelt gedaagde om aan eiseres tegen kwijting te betalen € 152,87, met de wettelijke rente zoals bedoeld in artikel 6:119 BW over dat bedrag vanaf de dag van de dagvaarding tot de dag van volledige betaling; veroordeelt gedaagde in de proceskosten die aan de kant van eiseres tot vandaag worden vastgesteld op € 274,99; verklaart dit vonnis uitvoerbaar bij voorraad. Dit vonnis is gewezen door mr. P. Joele en uitgesproken ter openbare terechtzitting. 851