Rechtbank Rotterdam Team straf 3 Parketnummer: 10/750023-19 Datum uitspraak: 24 maart 2023 Tegenspraak Vonnis van de rechtbank Rotterdam, meervoudige kamer voor strafzaken, in de zaak tegen de verdachte: [verdachte01] , geboren te [geboorteplaats01] op [geboortedatum01] 1995, ingeschreven in de basisregistratie personen op het adres: [adres01] te ( [postcode01] ) [woonplaats01] , raadsman mr. L.R. Rommy, advocaat te Amsterdam-Duivendrecht. 1 Onderzoek op de terechtzitting Gelet is op het onderzoek op de terechtzittingen van 1 en 3 februari 2023 en 24 maart
(587286); verklaart de benadeelde partij [bedrijf01] niet-ontvankelijk in de vordering; veroordeelt de benadeelde partij in de kosten door de verdachte ter verdediging tegen de vordering gemaakt, en begroot deze kosten op nihil. Dit vonnis is gewezen door: mr. P. Putters, voorzitter, en mrs. A.M. van der Leeden en J.L. Luiten, rechters, in tegenwoordigheid van D.J. Boogert, griffier, en uitgesproken op de openbare terechtzitting van deze rechtbank op de datum die in de kop van dit vonnis is vermeld. Bijlage I Tekst aangepaste en mondeling aangevulde tenlastelegging Aan de verdachte wordt ten laste gelegd dat 1. hij op of omstreeks 20 september 2019 te Rijswijk, in ieder geval in Nederland, tezamen en in vereniging met een ander of anderen, althans alleen, een wapen van categorie II, onder 2 van de Wet wapens en munitie, te weten - een vuurwapen van het merk Cugir, type 63, kaliber 9 mm zijnde een vuurwapen geschikt om automatisch te vuren en/of en/of - munitie van categorie III van de Wet Wapens en Munitie, te weten 34, in ieder geval een of meer, kogelpatronen van het kaliber 9 mm heeft overgedragen, althans voorhanden heeft gehad, terwijl hij verdachte van het overdragen of voorhanden hebben van wapens en munitie een gewoonte heeft gemaakt; 2. hij op een of meer tijdstip(pen) in of omstreeks de periode van 21 september 2018 tot en met 3 december 2019 te Capelle aan den IJssel en/of Rotterdam en/of Rijswijk en/of Huis ter Heiden en/of Den Haag, in elk geval (telkens) op een of meer plaatsen, (telkens) tezamen en in vereniging met een ander of anderen, althans alleen, heeft gehandeld in strijd met (
- de)artikel(
- en)9 en/of 31, eerste lid, van de Wet wapens en munitie, immers heeft/hebben verdachte en/of een of meer van zijn mededader(
- s)(telkens) één of meer wapen(
- s)en/of onderdelen daarvan en/of munitie van categorie II en/of categorie III, overgedragen en/of zonder erkenning verhandeld en/of voorhanden gehad en/of van het in strijd met de wet vervaardigen, transformeren, uitwisselen, verhuren of anderszins ter beschikking stellen, herstellen, beproeven of verhandelen van wapens en/of munitie van categorie II en/of categorie III, een beroep of een gewoonte gemaakt; 3. hij in of omstreeks de periode van 21 september 2018 tot en met 3 december 2019 te Capelle aan den IJssel en/of Rotterdam en/of Rijswijk en/of Huis ter Heide, in ieder geval (telkens) op een of meer plaatsen, heeft deelgenomen aan een organisatie, zijnde een samenwerkingsverband bestaande uit verdachte en/of [medeverdachte01] en/of [medeverdachte02] en/of [medeverdachte03] , welke organisatie tot oogmerk had het plegen van (een) misdrijf/misdrijven, namelijk het (telkens) plegen van - wapenhandel, als bedoeld in artikel 31, eerste lid, van de Wet wapens en munitie, waarbij de wapenhandel bestond uit het overdragen van diverse wapens en/of munitie van categorie II en/of categorie III en/of - import van wapens en/of munitie als bedoeld in artikel 14, eerste lid, van de Wet wapens en munitie en/of - wapenbezit, als bedoeld in artikel artikel 26, eerste lid, van de Wet wapens en munitie, namelijk het voorhanden hebben van wapens en/of munitie van categorie II en categorie III en/of - overtreding van artikel 2 en/of 3 en/of 10a van de Opiumwet en/of - overtreding van de Geneesmiddelenwet; 4. hij op een of meer tijdstippen gelegen in de periode van 1 februari 2019 tot en met 3 december 2019 te Capelle aan den IJssel en/of Rotterdam en/of Kinderdijk en/of Sliedrecht en/of elders in Nederland, tezamen en in vereniging met een ander of anderen, althans alleen, aan iemand, te weten - [naam04] en/of - [naam06] en/of - [naam05] , die anders dan als ambtenaar, werkzaam is/zijn, in dienstbetrekking of middels detachering of als uitzendkracht, bij [bedrijf01] , in de functie van supervisor piping/manager productie ( [naam04] ) en/of voorman/baas/supervisor/uitvoerder( [naam05] ) en/of supervisor III/voorman ( [naam06] ), althans in enige functie, naar aanleiding van hetgeen deze [naam04] en/of [naam06] en/of [naam05] in zijn/hun betrekking heeft/hebben gedaan en/of nagelaten dan wel zal/zullen doen of nalaten, telkens een of meer gift(
- en)en/of een of meer belofte(s), te weten een of meer betaling(
- en)in de vorm van cash geld, al dan niet uit naam van [bedrijf02] , heeft gedaan van die aard en/of onder zodanige omstandigheden dat hij, redelijkerwijs moest aannemen dat die [naam04] en/of [naam06] en/of [naam05] , deze giften in strijd met zijn/hun plicht zou(den) verzwijgen tegen over zijn/hun werkgever.