← Nederland

ECLI:NL:RBROT:2023:2738

RECHTBANK ROTTERDAM Team Jeugd Zaaknummer: C/10/651853 / JE RK 23-218 Datum uitspraak: 28 februari 2023 Beschikking van de kinderrechter over een machtiging tot uithuisplaatsing in de zaak van de gecertificeerde instelling William Schrikker Stichting Jeugdbescherming & Jeugdreclassering , hierna te noemen: de GI, gevestigd te Amsterdam, betreffende [naam kind01] , geboren op [geboortedatum01] 2010 te [geboorteplaats01] , hierna te noemen: [naam kind01] . De kinderrechter merkt als belanghebbende aan: [naam01] , hierna te noemen: de moeder, wonende te [woonplaats01] , advocaat: mr. A.F.M. den Hollander, kantoorhoudende te Rotterdam. Het procesverloop Het verloop van de procedure blijkt uit het verzoekschrift met bijlagen van de GI van 23 januari 2023, ingekomen bij de griffie op 30 januari

  1. Op 28 februari 2023 heeft de kinderrechter de zaak tijdens de mondelinge behandeling met gesloten deuren behandeld. Verschenen zijn: - [naam kind01] , die voorafgaand aan de mondelinge behandeling apart is gehoord; - de moeder, bijgestaan door haar advocaat. De GI is behoorlijk opgeroepen, maar tot grote ontzetting van de kinderrechter zonder tegenbericht niet bij de mondelinge behandeling verschenen. De feiten De moeder is belast met het ouderlijk gezag over [naam kind01] . [naam kind01] woont bij haar moeder. De kinderrechter in deze rechtbank heeft bij beschikking van 2 juni 2022 de ondertoezicht-stelling van [naam kind01] verlengd tot 15 juni
  2. Het verzoek De GI verzoekt een machtiging tot uithuisplaatsing van [naam kind01] in een accommodatie van een jeugdhulpaanbieder voor de duur van een jaar, met uitvoerbaarverklaring bij voorraad. Het standpunt van de moeder De moeder voert, mede bij monde van haar advocaat, verweer tegen het verzoek van de GI. [naam kind01] heeft een sterke band met haar vader. Vanwege verblijf in detentie is de vader een lange tijd niet betrokken geweest. Naar verwachting eindigt zijn detentieperiode op 3 mei 2023, waarna de vader weer in de thuissituatie komt wonen. Sinds de detentie van de vader is [naam kind01] zeer verdrietig. Daar komt bij dat [naam kind01] door klasgenoten wordt gepest, onder andere over het detentieverblijf van de vader. De afwezigheid van de vader in combinatie met de coronaperiode maakt dat [naam kind01] zich niet kon motiveren voor haar schoolgang. De terugkomst van de vader zorgt ervoor dat er weer structuur komt in de thuissituatie. Bovendien is met de school de afspraak gemaakt dat [naam kind01] haar schoolgang gaat hervatten door dinsdag, donderdag en vrijdag van 11:00 uur tot 14:15 uur naar school te gaan. Verzocht wordt om aanhouding van het verzoek in afwachting van de ontwikkelingen van de komende periode. De beoordeling Uit de overgelegde stukken en de mondelinge behandeling blijkt dat [naam kind01] al een lange tijd niet naar school gaat. Naast dat hierdoor een leerachterstand dreigt, beschikt [naam kind01] niet over een zinvolle dag- en vrijetijdsbesteding. [naam kind01] is veel thuis, gaat weinig naar buiten toe en heeft weinig sociale contacten. Om [naam kind01] te bewegen en te motiveren haar schoolgang te hervatten, is hulpverlening van ASVZ en Multisysteem Therapie ingezet. [naam kind01] is om verschillende redenen niet gemotiveerd om naar de school te gaan. Zo vertelt [naam kind01] dat zij last heeft van pestgedrag en eerder ook last heeft gehad van lichamelijke klachten. Gebleken is dat [naam kind01] met name veel moeite heeft met de afwezigheid van haar vader. In gesprek met de kinderrechter vertelt [naam kind01] meermalen dat de moeder te lief voor haar is. Daarentegen is haar vader streng en brengt hij haar zelfs naar school als dat nodig is. Met de terugkomst van de vader in mei 2023 verwacht [naam kind01] de nodige sturing te krijgen om haar schoolgang te hervatten. Daarnaast is op dit moment sprake van een prille ontwikkeling in de schoolgang van [naam kind01] , daar zij in overleg met school nu dagdelen naar school toe gaat. De (eerder) betrokken hulpverlening heeft veel inspanningen verricht om hervatting van de schoolgang van [naam kind01] te realiseren. Dit is niet gelukt. Desondanks is recent toch de eerste stap richting terugkeer naar school gezet en de thuiskomst van de vader maakt dat [naam kind01] zich gemotiveerd voelt voor een succesvolle (hervatting van haar) schoolgang. De kans is groot dat een machtiging tot uithuisplaatsing van [naam kind01] op dit moment de prille positieve ontwikkeling in haar schoolgang zal doorkruisen. De kinderrechter is daarom van oordeel dat een machtiging tot uithuisplaatsing van [naam kind01] op dit moment niet passend is. Nu de zorgen om de schoolgang van [naam kind01] fors en al een lange tijd aanwezig zijn, ziet de kinderrechter zich genoodzaakt de beslissing op het verzoek aan te houden om te bezien of de positieve ontwikkeling de komende periode blijft voortduren. De kinderrechter verzoekt de GI om uiterlijk twee weken vóór de hierna te noemen datum te rapporteren (met afschrift aan de belanghebbenden) over de dan actuele stand van zaken en daarbij kenbaar te maken of het verzoek al dan niet wordt gehandhaafd. De beslissing De kinderrechter: houdt de beslissing aan en bepaalt dat het verhoor van de GI, de moeder en haar advocaat in deze zaak zal plaatsvinden op 21 september 2023 om 10:30 uur in het gerechtsgebouw te Rotterdam, Wilhelminaplein 100/125 ; de zaak zal op genoemde datum en tijdstip, behoudens onvoorziene omstandigheden, worden behandeld door mr. P. Vlaardingerbroek, kinderrechter; bepaalt dat een afschrift van deze beschikking geldt als oproeping van de GI, de moeder en haar advocaat; gelast de oproeping van [naam kind01] tegen voormelde zittingsdatum en tijdstip; verzoekt de GI uiterlijk twee weken voor de genoemde datum de kinderrechter (met afschrift aan de moeder en haar advocaat) de verzochte rapportage te doen toekomen. Deze beslissing is mondeling gegeven en in het openbaar uitgesproken op 28 februari 2023 door mr. P. Vlaardingerbroek, kinderrechter, in tegenwoordigheid van mr. M.J.A. Batenburg als griffier. De schriftelijke uitwerking van deze beslissing is vastgesteld op 13 maart
  3. Hoger beroep tegen deze beschikking kan worden ingesteld: - door de verzoekers en de belanghebbende(n) aan wie een afschrift van de beschikking is verstrekt of verzonden, binnen drie maanden na de dag van de uitspraak; - door andere belanghebbenden binnen drie maanden na de betekening daarvan of nadat de beschikking aan hen op een andere wijze bekend is geworden. Het hoger beroep moet, door tussenkomst van een advocaat, worden ingediend bij de griffie van het gerechtshof te Den Haag.

🔗 Naar officiële bron

AI-uitleg op basis van de officiële wettekst. Indicatief, vervangt geen juridisch advies.