RECHTBANK Rotterdam Team handel en haven Zaaknummer: C/10/642218 / HA ZA 22-597 Vonnis van 5 april 2023 (bij vervroeging) in de zaak van de rechtspersoon naar buitenlands recht ALLIANZ BENELUX N.V., tevens handelend onder de naam ALLIANZ NEDERLAND SCHADEVERZEKERING, te Brussel (België), kantoorhoudende te Rotterdam, eisende partij in conventie, verwerende partij in reconventie, hierna te noemen: Allianz, advocaat: mr. R.J. Schellevis te Utrecht, tegen 1de vennootschap onder firma [naam VOF] , te [vestingingsplaats] ,2. [persoon A], vennoot van gedaagde sub 1 tevens handelend namens zichzelf, te [plaats] ,3. [persoon B], vennoot van gedaagde sub 1, te [plaats] , gedaagde partijen in conventie, eisende partijen in reconventie, hierna samen te noemen: [naam VOF] c.s., gedaagde in conventie, eiseres in conventie sub 1 hierna te noemen: [naam VOF] , gedaagde in conventie, eiser in reconventie sub 2 hierna te noemen: [persoon A] , advocaat: mr. P.F. Wolbers te Hengelo. 1De procedure 1.1. Het verloop van de procedure blijkt uit: - de dagvaarding met producties, - de conclusie van antwoord, met producties, - de brief van 9 december 2022 waarin een mondelinge behandeling is bepaald, - de conclusie van antwoord in reconventie, met een productie, - de mondelinge behandeling van 8 maart 2023 en de daarbij door Allianz gehanteerde spreekaantekeningen. 1.2. Ten slotte is vonnis bepaald. 2De feiten 2.1. [naam VOF] legt zich toe op vervoer van goederen over de weg en beschikt over een bedrijfsauto van het merk Dodge Ram met kenteken [kentekennummer 1] (verder: de Dodge). 2.2. [naam VOF] heeft per 12 november 2020 de Dodge door tussenkomst van verzekeringsadviseur Bolk Assurantiën B.V. onder meer voor wettelijke aansprakelijkheid verzekerd bij Allianz. De verzekering is aangegaan tot 1 januari 2021 met automatische verlenging voor telkens 12 maanden. Op de polis zijn o.a. de zogenoemde verzekeringsvoorwaarden BST16 van toepassing. 2.3. De verzekeringsvoorwaarden BST16 bevatten onder meer Algemene voorwaarden en Bijzondere voorwaarden voor aansprakelijkheidsverzekering. 2.4. De relevante artikelen van de Algemene voorwaarden luiden: “Artikel 2 Gemeenschappelijke uitsluitingen De volgende uitsluitingen zijn op alle Bijzondere voorwaarden van toepassing, voor zover daarin niet uitdrukkelijk wordt afgeweken. De verzekering geeft geen dekking indien: (…) 2.2 Opzet of roekeloosheid een verzekerde of iemand die bij de uitkering belang heeft de schade met opzet of door roekeloosheid veroorzaakt; (…) Artikel 3 Verplichtingen in geval van schade en verval van rechten Zodra de verzekeringnemer of de tot uitkering gerechtigde op de hoogte is of behoort te zijn van een gebeurtenis die voor de verzekeraar tot een uitkeringsplicht kan leiden, is hij verplicht: (…) 3.2 Schade-informatieplicht 3.2.1 binnen redelijke termijn aan de verzekeraar alle inlichtingen en bescheiden te verschaffen, die voor de verzekeraar van belang zijn om zijn uitkeringsplicht te beoordelen; (…) 3.3 Medewerkingplicht 3.3.1 zijn volle medewerking te verlenen en alles na te laten wat de belangen van de verzekeraar zou kunnen benadelen. 3.4 Verval van rechten 3.4.1 Aan deze verzekering kunnen geen rechten worden ontleend indien één of meer van genoemde verplichtingen in geval van schade niet is nagekomen en daardoor de belangen van de verzekeraar zijn geschaad. 3.4.2 In ieder geval vervalt elk recht uit hoofde van deze verzekering indien één of meer van genoemde verplichtingen in geval van schade niet is nagekomen met het opzet de verzekeraar te misleiden, tenzij deze misleiding het verval van recht op uitkering niet rechtvaardigt. (…) Artikel 7 Begin en einde van de verzekering (…) 7.4 Opzegging door de verzekeraar aan de verzekeringnemer. De verzekeraar kan de verzekering schriftelijk opzeggen: 7.4.1 met ingang van de op het polisblad vermelde einddatum, met inachtneming van een opzegtermijn van tenminste twee maanden: 7.4.2 indien de verzekeringnemer naar aanleiding van een gebeurtenis met opzet een onjuiste voorstelling van zaken heeft gegeven, met inachtneming van een opzegtermijn van tenminste 14 dagen. (…)” 2.5. Artikel 5 van de Bijzondere voorwaarden voor aansprakelijkheidsverzekering (verder: het verhaalsbeding) luidt – voor zover hier van belang – : “Verhaalsrecht van de verzekeraar Voor zover een verzekerde krachtens deze verzekering of een wettelijke bepaling geen recht heeft op dekking, doch de maatschappij desondanks krachtens de WAM of een daarmede overeenkomende buitenlandse wet schadevergoeding verschuldigd is, heeft de maatschappij het recht het door haar verschuldigde, met inbegrip van de kosten, te verhalen op: de verzekerde, die jegens de benadeelde aansprakelijk is, of op de verzekeringnemer, (…)” 2.6. Op 17 januari 2021 omstreeks 21:24 uur was de Dodge betrokken bij een verkeersongeval op de Zuiderval te Enschede (verder: het ongeval). Dit is een voorrangsweg binnen de bebouwde kom, waarop een maximumsnelheid van 50 kilometer per uur geldt. 2.7. De Dodge werd op dat moment bestuurd door [persoon A] . Hij reed tegen de achterzijde van een Hyundai Matrix, kenteken [kentekennummer 2] (verder: de Hyundai). De Hyundai werd bestuurd door [persoon C] (verder: [persoon C] ) en was zonder verlichting vanaf het aan de Zuiderval gelegen tankstation de rijbaan opgereden. 2.8. De politie is na het ongeval ter plaatse gekomen en heeft een proces-verbaal opgemaakt met registratienummer [nummer proces-verbaal] . Daarin is – voor zover hier van belang – het volgende genoteerd: “(…) Omstandigheden (…) Lichtgesteldheid : duisternis (…) Weersgesteldheid : regen Wegdek : nat/vochtig (…) Wegverlichting : wel brandend (…) Toedracht (…) BE [persoon A] reed op de Zuiderval komend vanaf de kruising Varviksingel in de richting van de Wethouder Beverstraat. BE [persoon A] verklaarde dat hij vanaf de kruising moest optrekken en dat hij circa 60 km/u per uur reed. Bij de uitrit van het tankstation kwam er al rollend/lage snelheid een auto de Zuiderval op, dit voertuig voerde geen verlichting. Dit bleek voertuig van BE [persoon C] . BE [persoon A] kwam met zijn voertuig achterin het voertuig van BE [persoon C] . Voertuig van BE [persoon C] is enkele meters mee gedrukt door voertuig BE [persoon A] . Voertuig [persoon A] is op de invoegstrook linksaf tot stilstand gekomen. Voertuig BE [persoon C] is op de Wethouder Beverstraat (om de hoek) tot stilstand gekomen. BE [persoon C] verklaarde dat de remmen niet meer werkten na de aanrijding. Voorzijde [kentekennummer 1] , behoorlijk in elkaar. Achterzijde [kentekennummer 2] , behoorlijk in elkaar. Getuigen van ongeval verklaren dat BE [persoon C] vanaf het tankstation zonder verlichting de weg op reed. [naam verbalisant] heeft enkele metingen verricht, uitkomst komt overeen met verhaal betrokkenen. Bostpunt tot stilstand is 29,6 meter. Gloeidraden verlichting van voertuig BE [persoon C] nagekeken, bleek dat deze niet gebrand hadden. Contact met VOA is geweest, geen inzet.” 2.9. Het ongeval is namens [naam VOF] aan Allianz gemeld. Daarbij zond [naam VOF] een door [persoon A] ingevuld aanrijdingsformulier aan Allianz toe. Hierin is vermeld dat [persoon A] ten tijde van het ongeval 55 km per uur reed. 2.10. In opdracht van Allianz heeft Ongevallen Analyse Nederland (verder: OAN) de Dodge geïnspecteerd. Daarbij heeft OAN de Event Data Recorder van de Dodge (verder: de EDR) uitgelezen. 2.11. In het rapport van OAN van 29 januari 2021 staat – voor zover hier van belang–: “(...) In de EDR bleek één 'event' (registratie van een botsing) aanwezig en dat event heeft zonder enige twijfel betrekking op onderhavig ongeval. Bij dit event zijn vele parameters opgeslagen. Uit onderstaande gegevens blijkt onder andere (...) dat de impact c.q. delta v van de RAM 19 km/uur heeft bedragen. Deze delta v duidt - gelet op de massaverhouding tussen de voertuigen – op een snelheidsverschil van minimaal ongeveer 54 km/uur. (...) System Status at Event (Most Recent Event – Non Deployment) (...) (...) Maximum Delta-V, Longitudinal (MPH [km/h]) -11.8 [-19] (...) (...) Onderstaande figuur toont de zogeheten '5 seconden pre-crash data'. De linker kolom geeft de tijd weer, deze loopt van -5 seconde (dus voor de botsing) tot het moment van triggering. Hieruit volgt het bewegingsverloop van de RAM voorafgaand aan de botsing en daaruit blijkt: dat de bestuurder tot ongeveer 2,7 seconde voor de botsing 'volgas' heeft geaccelereerd; dat daarbij een snelheid van ongeveer 120 km/uur (74,6 MPH) is bereikt; dat er vanuit die snelheid vervolgens een noodremming is ingezet, waarbij ook het ABS in werking is getreden; dat de snelheid op het moment van de botsing nog ongeveer 76 km/uur (47,2 MPH) bedroeg. Pre-Crash Data -5 to 0 Sec (Part I- 100 msec) (Most Recent Event -Non-Deployment) - (...) Time (sec) (...) Vehicle Indicated (MPH[km/h]) Accelerator Pedal,% Full (%) Throttle, % Full (%) Service Brake (...) ABS Activity (...) -5,0 (...) 64,0 [103] 100 100 Off (...) No (...) (...) (...) (...) (...) (...) (...) (...) (...) (...) -4,0 (...) 69,0 [111] 100 100 Off (...) No (...) (...) (...) (...) (...) (...) (...) (...) (...) (...) -3,0 (...) 72,7 [117] 100 100 Off (...) No (...) (...) (...) (...) (...) (...) (...) (...) (...) (...) -2,7 (...) 73,9 [119] 100 100 Off (...) No (...) -2,6 (...) 74,6 [120] 51 100 Off (...) No (...) -2,5 (...) 74,6 [120] 0 55 Off (...) No (...) (...) (...) (...) (...) (...) (...) (...) (...) (...) -2,2 (...) 74,6 [120] 0 18 Off (...) No (...) -2,1 (...) 74,6 [120] 0 15 On (...) No (...) (...) (...) (...) (...) (...) (...) (...) (...) (...) -1,7 (...) 69,6 [112] 0 14 On (...) Yes (...) (...) (...) (...) (...) (...) (...) (...) (...) (...) -1,0 (...) 59,7 [93] 0 11 On (...) Yes (...) (...) (...) (...) (...) (...) (...) (...) (...) (...) -0,1 (...) 47,2 [76] 0 8 On (...) Yes (...) (...) Uit het vorenstaande blijkt dat uw verzekerde de ter plaatse toegestane snelheid van 50 km/uur met zo'n 70 km/uur heeft overschreden en dat het ongeval daardoor niet meer te vermijden was. Uw verzekerde is ondanks een ingezette noodremming met een snelheid van ongeveer 76 km/uur achterop de voor hem rijdende/invoegende Hyundai gebotst. De snelheid van de Hyundai op het moment van de botsing zal maximaal ongeveer 22 km/uur hebben bedragen. (...)” 2.12. [persoon C] heeft Allianz aangesproken tot vergoeding van de door hem als gevolg van het ongeval geleden schade. Hierop heeft Allianz een minnelijke regeling met [persoon C] getroffen. In het kader daarvan heeft zij in totaal een bedrag van € 11.500,00 aan [persoon C] uitgekeerd en ter zake van buitengerechtelijke kosten een bedrag van € 3.409,80 voldaan aan zijn belangenbehartiger. 2.13. Allianz heeft de verzekeringsovereenkomst met [naam VOF] per 1 januari 2022 opgezegd. 3Het geschil in conventie 3.1. Allianz vordert dat de rechtbank bij vonnis, uitvoerbaar bij voorraad: [naam VOF] c.s. (hoofdelijk) zal veroordelen aan Allianz te betalen een bedrag van € 34.205,34, te vermeerderen met de wettelijke rente over dat bedrag, ingaande per 10 december 2021 althans 19 januari 2021, althans vanaf de dag van de dagvaarding, tot aan de dag van de algehele voldoening; [naam VOF] c.s. zal veroordelen in de nakosten, te vermeerderen met de wettelijke rente hierover wanneer de betaling niet binnen veertien dagen na betekening van het vonnis heeft plaatsgevonden. 3.2. [naam VOF] c.s. heeft geconcludeerd tot niet-ontvankelijkheid van Allianz in haar vorderingen dan wel tot afwijzing daarvan, met, uitvoerbaar bij voorraad, veroordeling van Allianz in de kosten van deze procedure met de nakosten, te vermeerderen met de wettelijke rente hierover vanaf veertien dagen na de dagtekening van het vonnis tot aan de dag van de algehele voldoening. 3.3. Op de stellingen die partijen hebben ingenomen, wordt hierna, voor zover nodig, nader ingegaan. in reconventie [naam VOF] c.s. vordert dat de rechtbank, voor zover mogelijk uitvoerbaar bij voorraad: I. zal verklaren voor recht dat de tussen Allianz en [naam VOF] afgesloten verzekeringsovereenkomst op onjuiste gronden, aldus ten onrechte, door Allianz is opgezegd en op onjuiste gronden, aldus ten onrechte, is opgehouden te bestaan per 1 januari 2022; nu er door Allianz volstrekt ten onrechte een beroep is gedaan op de artikelen 2 en 3 van de Algemene voorwaarden, hetgeen betekent dat er door Allianz ten onrechte wordt gesteld dat er geen dekking hoeft te worden verleend nu de schade is veroorzaakt met opzet of door roekeloosheid en dat Allianz ten onrechte stelt dat [persoon A] niet heeft voldaan aan de informatie en medewerkingsplicht, waardoor alle rechten voortvloeiend uit de verzekeringsovereenkomst komen te vervallen; II. zal verklaren voor recht dat de tussen Allianz en [naam VOF] c.s. afgesloten verzekeringsovereenkomst wederom herleeft en wel zodanig dat zulks tot gevolg heeft dat de schade van de schadelijdende partij [persoon C] (inclusief alle gemaakte kosten) onder de dekking van de verzekeringsovereenkomst vallen; III. zal verklaren voor recht dat de door [naam VOF] c.s. geleden schade (nog te vermeerderen met alle gemaakte en nog te maken kosten) onder de dekking van de verzekeringsovereenkomst valt, waarbij Allianz wordt veroordeeld tot betaling aan [naam VOF] c.s. tegen behoorlijk bewijs van kwijting binnen veertien dagen na het in dezen te wijzen vonnis, een bedrag ad € 28.519,70, te vermeerderen met de wettelijke rente vanaf 26 februari 2021 tot en met de dag van de algehele voldoening; IV. Allianz zal veroordelen in de kosten van de procedure, die van tenuitvoerlegging daaronder begrepen, alsook in de nakosten, te vermeerderen met de wettelijke rente over de proceskosten vanaf veertien dagen na de dagtekening van het vonnis tot aan de dag van de algehele voldoening. 3.4. Allianz heeft geconcludeerd tot niet-ontvankelijkheid van [naam VOF] c.s. in haar vorderingen, dan wel tot afwijzing daarvan, met veroordeling, uitvoerbaar bij voorraad, van Allianz in de kosten van de procedure en de nakosten, te vermeerderen met de wettelijke rente hierover wanneer betaling niet binnen veertien dagen na dagtekening van het vonnis heeft plaatsgevonden. 3.5. Op de stellingen van partijen wordt hierna, voor zover nodig, nader ingegaan. 4De beoordeling in conventie en reconventie 4.1. De centrale vraag in dit geding is of Allianz onder de WAM-verzekering die [naam VOF] bij haar heeft afgesloten, dekking moet verlenen voor de schade die door het ongeval bij [naam VOF] c.s. zelf en de bestuurder van de aangereden auto, [persoon C] , is ontstaan. 4.2. Allianz stelt dat de dekking van de WAM-verzekering op grond van de artikelen 2.2, 3.2 en 3.4 van de Algemene voorwaarden is uitgesloten of komen te vervallen. De redenen daarvoor zijn dat het ongeval door roekeloos rijgedrag van [persoon A] is veroorzaakt en dat [naam VOF] , althans [persoon A] , aan Allianz bewust onjuiste informatie over de toedracht van het ongeval heeft verstrekt in een poging om daarmee dekking onder de verzekering te krijgen. Allianz heeft als WAM-verzekeraar met [persoon C] een regeling getroffen ter vergoeding van diens schade, op basis waarvan zij in totaal (€ 11.500 + € 3.409,80 =) € 14.909,80 aan hem heeft uitgekeerd. Op grond van het verhaalsbeding vordert Allianz dat [naam VOF] c.s. aan haar in totaal € 34.205,34 zal betalen. Dit bedrag is als volgt opgebouwd: schadevergoeding [persoon C] € 1.4909,80 factuur OAN € 788,92 kosten schade expertise Dekra Automotive € 78,53 buitengerechtelijke kosten Allianz € 3.491,09 advocaatkosten procedure € 12.100,00 griffierecht € 2.837,00 totaal € 34.205,34 4.3. [naam VOF] c.s. betwist dat Allianz een verhaalsrecht op haar kan uitoefenen. Voor zover zij enig bedrag aan Allianz verschuldigd zou zijn, betwist [naam VOF] c.s. dat Allianz de aan [persoon C] uitgekeerde schade en kosten verschuldigd was en meer specifiek dat de gevorderde (buiten)gerechtelijke kosten van Allianz onder het verhaalsbeding vallen. 4.4. De kern van de vorderingen van [naam VOF] c.s. is dat de rechtbank zal vast stellen:
AI-uitleg op basis van de officiële wettekst. Indicatief, vervangt geen juridisch advies.