RECHTBANK Rotterdam Team handel en haven Zaaknummer: C/10/637852 / HA ZA 22-385 Vonnis van 5 april 2023 in de zaak van de rechtspersoon naar buitenlands recht WESSEM BELGIUM N.V. , gevestigd te Lanaken (België), eisende partij, hierna te noemen: Wessem, advocaat: mr. J.M. Wolfs te Maastricht, tegen 1. de rechtspersoon naar buitenlands recht HDI GLOBAL SE, gevestigd te Hannover (Duitsland), kantoorhoudende te Rotterdam, 2. de rechtspersoon naar buitenlands recht MS AMLIN INSURANCE SE , gevestigd te Brussel (België), kantoorhoudende te Amstelveen, 3. DUPI UNDERWRITING AGENCIES B.V. , gevestigd te Rotterdam, 4. NATIONALE-NEDERLANDEN SCHADEVERZEKERING MAATSCHAPPIJ N.V. , gevestigd te 's-Gravenhage, 5. LLOYD’S UNDERWRITERS, ACTING AS COVERHOLDER FOR LLOYD’S SYNDICATE 1301 , gevestigd te Londen (Verenigd Koninkrijk), 6. LLOYD’S UNDERWRITERS, ACTING AS COVERHOLDER FOR LLOYD’S SYNDICATE 1221, gevestigd te Londen (Verenigd Koninkrijk), 7. ALLIANZ NEDERLAND CORPORATE als onderdeel van de rechtspersoon naar buitenlands recht ALLIANZ BENELUX N.V. , gevestigd te Brussel (België), kantoorhoudende te Rotterdam, 8. ACHMEA SCHADEVERZEKERINGEN N.V. , gevestigd te Apeldoorn, gedaagde partijen, hierna samen te noemen: HDI c.s., advocaat: mr. V.R. Pool te Rotterdam. 1. De procedure 1.1. Het verloop van de procedure blijkt uit: - de dagvaarding met producties 1 tot en met 19, - de conclusie van antwoord met producties 1 tot en met 3, - de brief van de rechtbank van 7 september 2022 over de mondelinge behandeling, - de aanvullende producties 20 tot en met 31 van Wessem, - de aanvullende producties 32 en 33 van Wessem, - de mondelinge behandeling van 5 december 2022, - de spreekaantekeningen van Wessem en HDI c.s. 2. De feiten 2.1. Wessem houdt zich bezig met op- en overslag van bulkgoederen en de logistieke behandeling van bulkgoederen. Zij is onderdeel van Wessem Port Services Group B.V. 2.2. Wessem Port Services Groep B.V. heeft door tussenkomst van Aon, een professionele (beurs)makelaar, op de assurantiebeurs een Logistieke Protectie Polis (hierna: de LPP) afgesloten. De LPP loopt vanaf 1 juni 2008. Wessem is verzekerde onder de LPP. 2.3. Op het op 25 maart 2015 verstrekte polisblad van de LPP staan (de rechtsvoorgangers van) HDI c.s. als verzekeraars vermeld, evenals de percentages waarin elk van verzekeraars het verzekerde risico draagt. Gedaagde sub 1 (hierna: HDI) is de leidend verzekeraar. 2.4. Op de LLP zijn onder meer van toepassing de algemene verzekeringsvoorwaarden TA 140-01 (hierna: verzekeringsvoorwaarden TA 140-01) en de verzekeringsvoorwaarden TA 140-01/1 voor de sectie Aansprakelijkheid (hierna: TA 140-01/1 Aansprakelijkheid). Artikel 8 van de verzekeringsvoorwaarden TA140-01 luidt: “8. Rechtskeuze en jurisdictie 8.1 Op deze verzekeringsovereenkomst zijn Nederlands recht en de in de Nederlandse rechtspraktijk geldende gewoonten van toepassing. 8.2. Bij alle geschillen die uit deze overeenkomst voortvloeien is uitsluitend de rechtbank van Rotterdam of de rechtbank van Amsterdam bevoegd.” De relevante bepalingen in de TA 140-01/1 Aansprakelijkheid luiden: “3. Voorwaarde voor dekking 3.1 Voorwaarde voor dekking is dat de aanspraken tot schadevergoeding tijdens de looptijd van de verzekering voor de eerste keer tegen verzekerde worden ingesteld en bij verzekeraars zijn gemeld. (…) 4. Dekking 4.1 Deze verzekering dekt het financieel nadeel van verzekerden, dat bestaat uit aan derden te verlenen vergoeding van schade, waarvoor hij wordt aangesproken op grond van verdrag, wet of overeenkomst, vrijwaringsverplichtingen daaronder begrepen. 4.2 Onder schade wordt verstaan: letsel of aantasting van de gezondheid al dan niet de dood ten gevolge hebbende, incluis alle op geld waardeerbare gevolgschade en smartengeld (hierna te noemen personenschade); beschadiging, vernietiging, verontreiniging, verlies of het vuil worden van zaken, of het zich daarop of daarin bevinden van vreemde stoffen, Incluis alle op geld waardeerbare gevolgschade (hierna te noemen zaakschade); schade, anders dan personenschade of zaakschade (hierna te noemen zuivere vermogensschade); bijdrage in averij-grosse, hulptoon en 'special charges'. Onder 'special charges' worden verstaan de kosten, anders dan bijdrage In avarij-grosse en hulploon, op redelijke grond gemaakt ter behartiging van de belangen van de rechthebbenden op de ten vervoer ontvangen zaken. 4.3 Kosten 4.3.1 In aanvulling op art. 4.1 en voor zover de dekking hieruit niet reeds voortvloeit en verzekerde kan worden aangesproken in de zin van art. 4.1 dekt deze verzekering tevens: 4.3.1.1 de kosten die door of namens de verzekerde worden gemaakt in verband met het bergen en/of opruimen en/of vernietigen van zaken van derden 4.3.1.2 de extra kosten die door of namens de verzekerde moeten worden gemaakt krachtens wettelijk voorschrift of op last van de overheid dan wel vanwege noodzakelijke veiligheidsmaatregelen; (…) 5. Uitsluitingen 5.1 Opzet In afwijking van het bepaalde In artikel 7:982 BW is niet gedekt de aansprakelijkheid voor door de tot schadevergoeding aangesproken verzekerde met opzet of met diens uitdrukkelijk goedvinden veroorzaakte schade (hierna te noemen opzet). Bij rechtspersonen zal slechts opzet van een bestuurder in de zin van Boek 2 BW of een vergelijkbare buitenlandse wet bij de toepassing van deze uitsluiting worden beschouwd als opzet van de rechtspersoon; bij maatschappen, vennootschappen onder firma of commanditaire vennootschappen alleen opzet van een vennoot. (…)” 2.5. Vanaf februari 2015 sloeg Wessem in opdracht en ten behoeve van Waste & Fuel B.V. (hierna: Waste & Fuel) een partij tonerafval (2.100 big bags) op. Die opslag vond plaats in loodsen van Meers International Transport B.V.B.A. te Lanaken (verder: Meers). Daartoe sloot Wessem op 6 februari 2015 een huurovereenkomst met Meers. Waste & Fuel had met een derde afgesproken dat zij vanaf mei 2015 het tonerafval van Waste & Fuel zou gaan afnemen. Dit gebeurde echter niet in verband met het ontbreken van de vereiste vergunningen. 2.6. Vanaf augustus 2015 ontving Wessem geen betaling meer van Waste & Fuel voor de opslag van het tonerafval. In oktober 2015 werd duidelijk dat Waste & Fuel haar verplichtingen jegens Wessem niet meer kon nakomen. 2.7. In oktober 2015 meldde Wessem de kwestie bij Aon aan onder de LPP. 2.8. Bij e-mail van 22 oktober 2015 schreef Aon aan Wessem – voor zover hier van belang –: “(…) De opruimings-/vernietigingskosten vallen onder de dekking van artikel 4.3.1.1. van de LPP. Als er geen koper voor de toner wordt gevonden en voordat jullie beslissen tot vernietiging (met de daarmee gepaard gaande kosten), stellen wij voor om een expert te benoemen. (…)” 2.9. Aon stelde namens HDI c.s. Crawford aan als expert. Crawford heeft onderzocht hoe de vernietiging van de partij tonerafval op een verantwoorde en kostenefficiënte wijze plaats zou kunnen vinden en werkte een aantal scenario’s uit. 2.10. Crawford stuurde op 10 november 2015 een voorlopig expertiserapport aan Aon. 2.11. Op 18 februari 2016 heeft Meers aan Wessem per e-mail – voor zover hier van belang – bericht: “(…) Voor de goede orde meld ik nog even dat we de huurovereenkomst meer dan 3 maanden geleden beëindigd hebben, maar dat de huurkosten voor jullie gewoon doorlopen. Daarnaast heb ik een nieuwe geïnteresseerde voor de stockage en verhuur van de hal, maar daarvoor moeten jullie de hal eerst kuisen en opleveren. Graag zo spoedig mogelijk aan ons een datum geven wanneer dit het geval zal zijn. (…)” 2.12. Bij e-mail van 22 april 2016 schreef HDI aan Aon – voor zover hier van belang – : “(…) Zoals tijdens onze bespreking van vrijdag 15 april jl. toegezegd zouden wij onze uiterste best doen om deze week uitsluitsel te geven omtrent polisdekking. (…) Nu de polis geen dekking biedt voor onderhavige kwestie dienen wij je te verzoeken de namens verzekeraars aangestelde expert/advocaten te instrueren hun activiteiten te beëindigen. (…)” 2.13. Bij Belgisch vonnis van 6 december 2017 is Waste & Fuel op vordering van Wessem veroordeeld tot het doen ophalen van al het tonerafval op straffe van verbeurte van een dwangsom. 2.14. Op 9 januari 2018 is Waste & Fuel in staat van faillissement verklaard. De curator is niet overgegaan tot opruiming van het tonerafval. 2.15. Vanaf september 2020 heeft Wessem de partij tonerafval laten afvoeren en verwerken. Wessem maakte daarbij kosten (verder: de opruimkosten). 3. Het geschil 3.1. Wessem vordert – samengevat – bij vonnis, uitvoerbaar bij voorraad: primair: - te verklaren voor recht dat HDI c.s. tekortgeschoten zijn in de nakoming van hun verbintenis door het weigeren van dekking onder de afgesloten polis; subsidiair: - te verklaren voor recht dat HDI c.s. alsnog dekking dienen te verlenen onder de polis voor de gemaakte opruimkosten ad € 320.787,00, althans een in goede justitie te bepalen bedrag en dat HDI c.s. aansprakelijk zijn voor de ten gevolge daarvan door Wessem geleden schade; primair en subsidiair: - te oordelen dat HDI c.s. de opruimkosten ad € 320.787,00, althans een in goede justitie te bepalen bedrag, conform de beschreven risicoverdeling dienen te vergoeden aan Wessem, te vermeerderen met de wettelijke rente vanaf primair 1 januari 2021, subsidiair vanaf de dag van de dagvaarding, tot aan de dag van de algehele voldoening; te oordelen dat HDI c.s. hoofdelijk aansprakelijk zijn voor de vergoeding van de opslagkosten, primair begroot op een bedrag ad € 462.672,00, meer subsidiair op een bedrag ad € 440.640,00, althans een in goede justitie te bepalen bedrag waarbij Wessem wenst aan te sluiten bij een bedrag van minimaal € 400.000, primair te vermeerderen met de wettelijke rente vanaf 14 dagen na iedere datum zoals vermeld op de verscheidene facturen van Meers, subsidiair vanaf een door de rechtbank te bepalen datum tot aan de dag van de algehele voldoening; te oordelen dat HDI c.s. hoofdelijk aansprakelijk zijn voor de vergoeding van de kosten ter zake juridische bijstand, vooralsnog primair begroot op een bedrag ad € 182.500,00 P.M. (vanaf januari 2020), subsidiair een in goede justitie te bepalen bedrag, waarbij Wessem wenst aan te sluiten bij een bedrag van € 150.000,00, althans € 100.000,00, te vermeerderen met de wettelijke rente vanaf de dag van de dagvaarding tot aan de dag van de algehele voldoening; meer en uiterst subsidiair: te verklaren voor recht dat HDI c.s. tekortgeschoten zijn in de nakoming van hun verbintenis door het weigeren van dekking onder de afgesloten polis, dan wel te verklaren voor recht dat HDI c.s. alsnog dekking dienen te verlenen onder de polis voor de gemaakte (opruim)kosten ad € 320.787,00, althans een in goede justitie te bepalen bedrag en dat HDI c.s. aansprakelijk zijn voor de ten gevolge daarvan door Wessem geleden schade; te oordelen dat er een voorschot ad € 250.000,00 moet worden betaald op de uit te keren vergoedingen, dan wel te oordelen dat er een verwijzing naar de schadestaatprocedure plaatsvindt; en in alle gevallen: HDI c.s. hoofdelijk te veroordelen om te betalen aan Wessem de buitengerechtelijke kosten ad € 6.604,80, althans een in goede justitie te bepalen bedrag, te vermeerderen met de wettelijke rente daarover vanaf de dag van de dagvaarding tot aan de dag van de algehele voldoening; HDI c.s. hoofdelijk te veroordelen tot betaling van de kosten van dit geding, te vermeerderen met de wettelijke rente daarover vanaf 14 dagen na de betekening van het vonnis tot aan de dag van de algehele voldoening. 3.2. HDI c.s. voeren verweer. HDI c.s. concluderen tot niet-ontvankelijkheid van Wessem, dan wel tot afwijzing van de vorderingen van Wessem, met uitvoerbaar bij voorraad te verklaren veroordeling van Wessem in de kosten van deze procedure, inclusief de nakosten. 4. De beoordeling Bevoegdheid en toepasselijk recht 4.1. Deze zaak heeft een internationaal karakter, omdat Wessem in België is gevestigd en HDI c.s. deels in Nederland en deels in andere Europese landen dan Nederland zijn gevestigd. Daarom onderzoekt de rechtbank ambtshalve of zij bevoegd is in deze zaak en welk recht van toepassing is op de verschillende door Wessem gestelde grondslagen van haar vorderingen. 4.2. In de polisvoorwaarden (artikel 8 van de verzekeringsvoorwaarden TA 140-01) is een forumkeuze voor deze rechtbank gemaakt en een rechtskeuze voor Nederlands recht. De toepasselijkheid van deze bepaling staat tussen partijen vast. De rechtbank is dus bevoegd en Nederlands recht is van toepassing op de grondslagen van de vorderingen van Wessem (artikelen 3 en 10 van de Verordening (EG) nr. 593/2008 inzake het recht dat van toepassing is op verbintenissen uit overeenkomst). Positie gedaagden sub 3, 5 en 6 4.3. Tussen partijen staat vast dat gedaagden sub 3, 5 en 6 zelf geen risicodragers zijn onder de LPP. Gedaagde sub 3 is een gevolmachtigde en de achterliggende risicodrager is Baloise. De achterliggende risicodragers van Lloyd’s underwriters (gedaagden sub 5 en 6) zijn de daarbij vermelde Lloyd’s syndicates. 4.4. Ter zitting hebben partijen afgesproken dat duidelijk is dat bedoeld is de achterliggende risicodragers van gedaagden sub 3, 5 en 6 in rechte te betrekken en dat bij een veroordelend vonnis die achterliggende risicodragers zich aan het vonnis gebonden zullen achten. De zaak in het kort 4.5. In deze procedure staat de vraag centraal of HDI c.s. onder de LLP aan Wessem dekking hadden moeten verlenen of alsnog moeten verlenen voor de opruimkosten. Wessem stelt dat dit om twee redenen het geval is. Ten eerste omdat door HDI c.s. bij haar het gerechtvaardigd vertrouwen is gewekt dat die dekking zou worden verleend en ten tweede omdat de opruimkosten volgens de verzekeringsvoorwaarden onder de dekking van de LPP vallen. Daarnaast stelt Wessem dat zij schade lijdt door de onterechte weigering van de dekking. Die schade bestaat uit de vanaf oktober 2015 door haar aan Meers betaalde opslagkosten en uit kosten van juridische bijstand. Wessem vordert daarom dat HDI c.s. de opruimkosten, opslagkosten en juridische kosten aan haar zullen vergoeden. Daarnaast vordert zij vergoeding van buitengerechtelijke incassokosten. HDI c.s. betwisten dat zij onder de LPP dekking voor de opruimkosten hadden moeten verlenen dan wel alsnog moeten verlenen. Voor het geval zij die dekking wel hadden moeten verlenen dan wel alsnog moeten verlenen, betwisten HDI c.s. de gestelde omvang van de opruimkosten, dat zij aansprakelijk zijn voor de gestelde schade en de omvang van die schade. 4.6. De rechtbank wijst de vorderingen af, omdat de gronden waarop Wessem deze baseert de vorderingen niet kunnen dragen. De rechtbank licht dit als volgt toe. Primair: gerechtvaardigd vertrouwen 4.7. Wessem stelt - samengevat - dat de volgende feiten en omstandigheden ertoe hebben geleid dat bij haar het vertrouwen is gewekt dat dekking zou worden verleend onder de LLP: Aon zegde op 22 oktober 2015 jegens Wessem dekking toe, Aon deed dat namens HDI c.s. op basis van een mondeling toezegging van HDI c.s., Aon is degene die de polis opstelde, namens HDI c.s. werd een expert aangesteld, Wessem is niet bekend met een voorbehoud van HDI c.s. ter zake het verlenen van dekking bij het aanstellen van de expert, met de aanstelling van de expert werd de regie overgenomen door HDI c.s., de weigering had eerder dan in april 2016 gemeld moeten worden omdat de beoordeling geen half jaar had mogen duren, in de tussentijd is Wessem nimmer (schriftelijk) medegedeeld dat er mogelijk géén polisdekking is. 4.8. Ter zake overweegt de rechtbank als volgt. Een bij Wessem gerezen vertrouwen dat dekking onder de LPP zal worden verleend verplicht HDI c.s. niet zonder meer tot het verlenen van die dekking. Die verplichting ontstaat alleen als er sprake is van verklaringen of gedragingen van HDI c.s. waaraan Wessem in de gegeven omstandigheden redelijkerwijs de betekenis mocht toekennen dat die dekking werd verleend (artikel 3:35 BW). Hierna zal de rechtbank de door Wessem gestelde feiten en omstandigheden hieraan toetsen. Ad a en
AI-uitleg op basis van de officiële wettekst. Indicatief, vervangt geen juridisch advies.