Rechtbank Rotterdam Team straf 2 Parketnummer: 10/193746-22 Datum uitspraak: 8 maart 2023 Verstek Vonnis van de rechtbank Rotterdam, meervoudige kamer voor strafzaken, in de zaak tegen de verdachte: [verdachte01] , geboren op [geboorteplaats01] op [geboortedatum01] 1987, ingeschreven in de basisregistratie personen op het adres: [adres01] , [postcode01] [plaats01] . 1 Onderzoek op de terechtzitting Gelet is op het onderzoek op de terechtzitting van 8 maart
- 2 Tenlastelegging Aan de verdachte is ten laste gelegd hetgeen is vermeld in de dagvaarding. De tekst van de tenlastelegging is als bijlage aan dit vonnis gehecht. 3 Eis officier van justitie De officier van justitie mr. W.B.J. ten Have heeft gevorderd: - vrijspraak van het ten laste gelegde. 4 Waardering van het bewijs De rechtbank is met de officier van justitie van oordeel dat de verdachte dient te worden vrijgesproken van het ten laste gelegde. Op basis van het dossier kan worden vastgesteld dat de verdachte aan het slachtoffer een zuigzoen op de billen heeft gegeven. De rechtbank is van oordeel dat gezien de verhoudingen tussen de verdachte en het jonge slachtoffer die dagelijks de zorg en opvoeding van de verdachte ontving (stiefvader/ stiefdochter) de sociaal-ethische norm bij deze handeling – hoe ongepast wellicht ook – niet is overschreden en dus niet in strafrechtelijke zin als ontuchtig kan worden beoordeeld. 5 Vordering benadeelde partij Als benadeelde partij heeft zich in het geding gevoegd: [slachtoffer01] , wettelijk vertegenwoordigd door haar moeder [benadeelde01] , en bijgestaan door mr. R. Moghni (gemachtigd), ter zake van het ten laste gelegde feit. De benadeelde partij vordert een vergoeding van € 6.574,-- aan materiële schade, een vergoeding van € 15.000,-- aan immateriële schade en een vergoeding van € 4.000,-- aan proceskosten, vermeerderd met de wettelijke rente en met oplegging van de schadevergoedingsmaatregel. 5.
- Standpunt officier van justitie De officier van justitie heeft geconcludeerd dat de benadeelde partij niet-ontvankelijk moet worden verklaard in de vordering, gelet op de gerekwireerde vrijspraak. 5.
- Beoordeling De benadeelde partij zal in de vordering niet-ontvankelijk worden verklaard, nu de verdachte van het ten laste gelegde feit zal worden vrijgesproken. 5.
- Conclusie In deze procedure wordt over de gevorderde schadevergoeding geen inhoudelijke beslissing genomen. 6 Bijlage De in dit vonnis genoemde bijlage maakt deel uit van dit vonnis. 7 Beslissing De rechtbank: verklaart niet bewezen, dat de verdachte het ten laste gelegde feit heeft begaan en spreekt de verdachte daarvan vrij; verklaart de benadeelde partij [benadeelde partij01] niet-ontvankelijk in de vordering; veroordeelt de benadeelde partij [benadeelde partij01] in de kosten door de verdachte ter verdediging tegen de vordering gemaakt, en begroot deze kosten op nihil. Dit vonnis is gewezen door mr. G.P. van de Beek, voorzitter, en mrs. K.Th. van Barneveld en F.J.E. van Rossum, rechters, in tegenwoordigheid van mr. V.E. Scholtens, griffier, en uitgesproken op de openbare terechtzitting op de datum die in de kop van dit vonnis is vermeld. Bijlage Tekst tenlastelegging Aan de verdachte wordt ten laste gelegd dat hij in of omstreeks de periode van 1 januari 2018 tot en met 17 december 2019 te Schiedam en/of Rotterdam, in elk geval in Nederland, met (zijn stiefdochter) [slachtoffer01] (geboren op [geboortedatum02] 2012), die toen de leeftijd van zestien jaren nog niet had bereikt, buiten echt, ontuchtige handelingen heeft gepleegd, namelijk het (telkens) - naar beneden trekken van haar broek, - bijten in haar (blote) bil, - geven van een (zuig)zoen op de (blote) bil, - op handen en knieën laten plaatsnemen door die [slachtoffer01] en/of (vervolgens) het spreiden van haar billen en/ of openen van haar vagina en/ of in haar vagina, althans schaamstreek, kijken, en/ of - laten aanraken door die [slachtoffer01] van de tepel van verdachte; (art 247 Wetboek van Strafrecht)