← Nederland

ECLI:NL:RBROT:2023:3074

Rechtbank Rotterdam Team straf 1 Parketnummer: 10/003196-22 Datum uitspraak: 27 maart 2023 Tegenspraak Vonnis van de rechtbank Rotterdam, meervoudige kamer voor strafzaken, in de zaak tegen de verdachte: [naam verdachte] , geboren te [geboorteplaats] op [geboortedatum], ingeschreven in de basisregistratie personen op het adres: [adres], raadsvrouw mr. J.A. Schuttevaer, advocaat te ’s-Gravenhage.

  1. Onderzoek op de terechtzitting Gelet is op het onderzoek op de terechtzitting van 27 maart
  2. Tenlastelegging Aan de verdachte is ten laste gelegd hetgeen is vermeld in de dagvaarding, zoals deze op de terechtzitting overeenkomstig de vordering van de officier van justitie is gewijzigd. De tekst van de gewijzigde tenlastelegging is als bijlage I aan dit vonnis gehecht.
  3. Eis officier van justitie De officier van justitie mr. K.P. Mandos heeft gevorderd: vrijspraak van het onder 1 primair ten laste gelegde; bewezenverklaring van het onder 1 subsidiair en 2 ten laste gelegde; veroordeling van de verdachte tot een taakstraf voor de duur van 240 uren en met aftrek van voorarrest, alsmede een gevangenisstraf voor de duur van 6 maanden, geheel voorwaardelijk, met een proeftijd van 2 jaar.
  4. Waardering van het bewijs 4.
  5. Vrijspraak zonder nadere motivering feit 1 primair (poging zwaar letsel) Met de officier van justitie en de verdediging is de rechtbank van oordeel dat het onder 1 primair ten laste gelegde niet wettig en overtuigend is bewezen, zodat de verdachte daarvan zonder nadere motivering zal worden vrijgesproken. 4.
  6. Bewezenverklaring zonder nadere motivering feit 1 subsidiair (openlijk geweld) Het onder 1 subsidiair ten laste gelegde is door de verdachte bekend. Dit feit zal zonder nadere bespreking bewezen worden verklaard. 4.
  7. Bewijswaardering feit 2 (openlijk geweld tegen goederen/personen) 4.3.
  8. Standpunt verdediging De verdediging heeft partiële vrijspraak verzocht voor het onder 2 ten laste gelegde plegen van openlijk geweld tegen personen. De verdachte heeft een steen naar een politievoertuig gegooid en daarmee geen geweld gepleegd tegen een of meer personen. 4.3.
  9. Beoordeling De verdachte heeft een steen gegooid naar een langsrijdende politiebus. Daarin zit in elk geval een persoon, namelijk de bestuurder. De rechtbank is van oordeel dat het gooien van een steen naar een langsrijdende politiebus geweld oplevert tegen zowel de politiebus als de bestuurder. 4.3.
  10. Conclusie Het onder 2 ten laste gelegde is wettig en overtuigend bewezen. 4.
  11. Bewezenverklaring In bijlage II heeft de rechtbank een opgave gedaan van wettige bewijsmiddelen, houdende voor de bewezenverklaring redengevende feiten en omstandigheden. Met deze opgave wordt volstaan, nu de verdachte het bewezen verklaarde heeft bekend en geen verweer is gevoerd dat strekt tot vrijspraak. Op grond daarvan is wettig en overtuigend bewezen dat de verdachte het onder 1 subsidiair en 2 ten laste gelegde heeft begaan op die wijze dat: 1hij op 19 november 2021 te Rotterdam, openlijk, te weten op de Meent, in vereniging geweld heeft gepleegd tegen personen, te weten politieagenten/ME’ers door meermalen met een (bak)steen in de richting van voornoemde politieagenten/ME’ers te gooien; 2hij op 19 november 2021, te Rotterdam,openlijk, te weten op de Coolsingel, in vereniging geweld heeft gepleegd tegen een goed, te weten een politiebus en/of (een) perso(o)n(en), te weten de verbalisant of verbalisanten van de Politie Eenheid Rotterdam die in voornoemde politiebus zat of zaten, door met een (bak)steen in de richting van voornoemde politiebus en voornoemde inzittenden van de politiebus te gooien. Hetgeen meer of anders is ten laste gelegd is niet bewezen. De verdachte moet ook daarvan worden vrijgesproken.
  12. Strafbaarheid feiten De bewezen feiten leveren op:
  13. openlijk in vereniging geweld plegen tegen personen;
  14. openlijk in vereniging geweld plegen tegen goederen en personen. Er zijn geen feiten of omstandigheden aannemelijk geworden die de strafbaarheid van de feiten uitsluiten.
  15. Strafbaarheid verdachte Er is geen omstandigheid aannemelijk geworden die de strafbaarheid van de verdachte uitsluit. De verdachte is dus strafbaar.
  16. Motivering straf 7.
  17. Algemene overweging De straf die aan de verdachte wordt opgelegd, is gegrond op de ernst van de feiten, de omstandigheden waaronder de feiten zijn begaan en de persoon en de persoonlijke omstandigheden van de verdachte. Daarbij wordt in het bijzonder het volgende in aanmerking genomen. 7.
  18. Feiten waarop de straf is gebaseerd De verdachte heeft op 19 november 2021 op de Meent en de Coolsingel te Rotterdam in de context van de zeer heftige rellen die daar plaatsvonden stenen gegooid naar politieagenten en naar een politiebus en daarin een of meer zittende politieagenten. Het gedrag van de verdachte vormt een aantasting van de openbare orde en een fysieke bedreiging van politiemensen, die hun werk doen, en van burgers. De gebeurtenissen hebben - mede gelet op de grote schaal ervan - een schok gegeven in de samenleving, niet alleen in Rotterdam. 7.
  19. Persoonlijke omstandigheden van de verdachte 7.3.
  20. Strafblad De rechtbank heeft acht geslagen op een uittreksel uit de justitiële documentatie van de verdachte van 28 februari 2023, waaruit blijkt dat de verdachte nooit eerder is veroordeeld voor strafbare feiten. 7.
  21. Conclusies van de rechtbank Gezien de ernst van de feiten zal de rechtbank een taakstraf van na te noemen duur opleggen. Bij het bepalen van de straf heeft de rechtbank rekening gehouden met de omstandigheden van het geval. Er zijn geen aanwijzingen dat de verdachte deel uitmaakte van de groep relschoppers die het zwaarste geweld uitoefende. De verdachte heeft zichzelf gemeld bij de politie, heeft actief bijgedragen aan de opsporing door aanvullend bewijs te leveren zodat de politie hem kon identificeren als de persoon op de camerabeelden, heeft steeds bekennend verklaard en heeft spijt betuigd op de terechtzitting. Daarnaast heeft de rechtbank acht geslagen op de jeugdige leeftijd van de verdachte. De rechtbank ziet geen aanleiding over te gaan tot oplegging van een voorwaardelijk strafdeel nu, bij gebrek aan een reclasseringsrapportage en gezien de houding van de verdachte, niet blijkt van enig herhalingsgevaar. Alles afwegend acht de rechtbank de hierna te noemen taakstraf passend en geboden.
  22. Toepasselijke wettelijke voorschriften Gelet is op de artikelen 9, 22c, 22d, 57 en 141 van het Wetboek van Strafrecht.
  23. Bijlagen De in dit vonnis genoemde bijlagen maken deel uit van dit vonnis.
  24. Beslissing De rechtbank: verklaart niet bewezen, dat de verdachte het onder 1 primair ten laste gelegde feit heeft begaan en spreekt de verdachte daarvan vrij; verklaart bewezen, dat de verdachte de onder 1 subsidiair en 2 ten laste gelegde feiten, zoals hiervoor omschreven, heeft begaan; verklaart niet bewezen hetgeen aan de verdachte meer of anders ten laste is gelegd dan hiervoor bewezen is verklaard en spreekt de verdachte ook daarvan vrij; stelt vast dat het bewezen verklaarde oplevert de hiervoor vermelde strafbare feiten; verklaart de verdachte strafbaar; veroordeelt de verdachte tot een taakstraf voor de duur van 200 (tweehonderd) uren, waarbij de Reclassering Nederland dient te bepalen uit welke werkzaamheden de taakstraf dient te bestaan; beveelt dat de tijd die door de veroordeelde voor de tenuitvoerlegging van deze uitspraak in verzekering en in voorlopige hechtenis is doorgebracht, bij de uitvoering van de opgelegde taakstraf in mindering wordt gebracht volgens de maatstaf van twee uren per dag, zodat na deze aftrek 196 (honderdzesennegentig) uren te verrichten taakstraf resteert; beveelt dat, voor het geval de veroordeelde de taakstraf niet naar behoren verricht, vervangende hechtenis zal worden toegepast voor de duur van 98 (negenentachtig) dagen; heft op het bevel tot voorlopige hechtenis van de verdachte met ingang van heden. Dit vonnis is gewezen door mr. J.L.M. Boek, voorzitter, en mrs. W.J.M. Diekman en F. Tosun, rechters, in tegenwoordigheid van mr. J. van Biert, griffier, en uitgesproken op de openbare terechtzitting op de datum die in de kop van dit vonnis is vermeld. De voorzitter en de jongste rechter zijn buiten staat dit vonnis mede te ondertekenen. Bijlage I Tekst gewijzigde tenlastelegging Aan de verdachte wordt ten laste gelegd dat 1hij op of omstreeks 19 november 2021 te Rotterdam,tezamen en in vereniging met een of meer anderen, althans alleen,ter uitvoering van het door verdachte voorgenomen misdrijf om aan één of meer politieagent(en) opzettelijk zwaar lichamelijk letsel toe te brengen, meermalen, althans éénmaal (telkens) (met kracht) een (stoep)tegel en/of een (bak)steen, althans een hard en/of zwaar voorwerp, heeft gegooid naar, althans in de richting van, één of meer politieagent(en),terwijl de uitvoering van dat voorgenomen misdrijf niet is voltooid; subsidiair: hij op of omstreeks 19 november 2021 te Rotterdam, openlijk, te weten op de Meent en/of de Coolsingel, in elk geval op of aan de openbare weg en/of op een voor het publiek toegankelijke plaats, in vereniging geweld heeft gepleegd tegen (een) perso(o)n(en), te weten politieagent(en)/ME’er(s) meermalen, althans éénmaal (telkens) (met kracht) met een (stoep)tegel en/of een (bak)steen, althans een hard en/of zwaar voorwerp, op/tegen/in de richting van, voornoemde politieagenten/ME’ers gooien; 2hij op of omstreeks 19 november 2021, te Rotterdam,openlijk, te weten op de Meent en/of de Coolsingel, in elk geval op of aan de openbare weg en/of op een voor het publiek toegankelijke plaats,in vereniging geweld heeft gepleegd tegen (een) goed(eren), te weten een waterwerper en/of een politiebus en/of (een) perso(o)n(en), te weten de verbalisanten van de Politie Eenheid Rotterdam die in voornoemde waterwerper en/of politiebus zaten, door meermalen, althans éénmaal (telkens) (met kracht) met een (stoep)tegel en/of een (bak)steen, althans een hard en/of zwaar voorwerp, op/tegen/in de richting van, voornoemde waterwerper en/of politiebus en/of voornoemde inzittenden van de waterwerper en/of politiebus te gooien.

🔗 Naar officiële bron

AI-uitleg op basis van de officiële wettekst. Indicatief, vervangt geen juridisch advies.