← Nederland

ECLI:NL:RBROT:2023:3514

RECHTBANK ROTTERDAM Bestuursrecht zaaknummer: ROT 21/1523 V proces-verbaal van de mondelinge uitspraak van de enkelvoudige kamer van 6 april 2023 op het verzet van [opposant], uit [plaatsnaam], opposant. Zitting De rechtbank heeft het verzet van opposant op 6 april 2023 op zitting behandeld. Hieraan hebben deelgenomen: opposant, namens het college van burgemeester en wethouders van Rotterdam (geopposeerde) mr. A. Wintjes, en namens [bedrijf] (derde-partij) [naam]. Na afloop van de behandeling van de zaak ter zitting heeft de rechtbank onmiddellijk ter zitting uitspraak gedaan. De motivering van die uitspraak vermeldt de rechtbank hierna onder de beslissing. Beslissing De rechtbank verklaart het verzet ongegrond. Beoordeling door de rechtbank

  1. Opposant heeft verzet ingesteld tegen de buiten-zittinguitspraak van deze rechtbank van 17 maart 2022, waarin zijn beroep niet-ontvankelijk is verklaard, omdat hij te laat beroep heeft ingesteld en deze termijnoverschrijding niet verschoonbaar is. In deze procedure moet de verzetrechter de vraag beantwoorden of het beroep van opposant bij de uitspraak van 17 maart 2022 terecht zonder zitting is afgedaan, omdat het beroep kennelijk niet-ontvankelijk is. Dit betekent dat de beoordeling van de verzetrechter beperkt is tot de vraag of terecht uitspraak is gedaan zonder opposant op zitting te horen. Als in verzet argumenten naar voren worden gebracht, die ook nog hadden kunnen worden aangevoerd als wel een zitting zou zijn gehouden, moet worden beoordeeld of hierdoor twijfel ontstaat over de buiten-zittinguitspraak. Als dat het geval is, dan is het verzet gegrond en komt de buiten-zittinguitspraak te vervallen. Het onderzoek wordt dan voortgezet in de stand waarin het zich bevond.
  2. De verzetrechter overweegt dat wat in verzet is aangevoerd niet leidt tot twijfel over de buiten-zittinguitspraak, zodat het ongegrond is. Niet in geschil is dat de verleende omgevingsvergunnning op de juiste wijze is gepubliceerd en dat opposant te laat beroep heeft ingesteld. Dat opposant na afloop van de beroepstermijn heeft geconstateerd dat mogelijk iets niet goed was geregeld bij de omgevingsvergunning, kan niet leiden tot twijfel over het oordeel in de buiten-zittinguitspraak over de termijnoverschrijding. De termijnen voor het instellen van beroep worden strikt gehanteerd, mede vanwege het belang van rechtszekerheid voor alle belanghebbenden.
  3. Opposant heeft nog aangevoerd dat de rechtbank gedurende de beroepsprocedure, op 18 januari 2022, schriftelijk heeft medegedeeld dat het beroep versneld wordt behandeld omdat op de zaak de Crisis- en herstelwet van toepassing is, en vervolgens op 16 maart 2022 een brief aan partijen heeft verstuurd met de mededeling dat zonder zitting uitspraak is gedaan op het beroep. De verzetrechter begrijpt dat daardoor mogelijk enige verwarring is ontstaan, maar kan hieraan geen consequenties verbinden, gelet op het beoordelingskader van de verzetrechter zoals weergegeven onder
  4. Conclusie en gevolgen
  5. Het verzet is ongegrond.
  6. Aan partijen is medegedeeld dat tegen deze uitspraak geen hoger beroep of verzet mogelijk is. Deze uitspraak is uitgesproken in het openbaar op 6 april 2023 door mr. A.S. Flikweert, rechter, in aanwezigheid van mr. H. Sabanovic, griffier. griffier rechter Een afschrift van dit proces-verbaal is verzonden aan partijen op: Tegen deze uitspraak is geen verzet of hoger beroep mogelijk.

🔗 Naar officiële bron

AI-uitleg op basis van de officiële wettekst. Indicatief, vervangt geen juridisch advies.