vonnis RECHTBANK ROTTERDAM Team handel en haven zaaknummer / rolnummer: C/10/616581 / HA ZA 21-324 Vonnis van 26 april 2023 in de zaak van [eiser] , wonende te [woonplaats 1] , eiser, advocaat (thans): mr. F.H.H. Sijbers te Den Haag, tegen 1 [gedaagde 1] , wonende te [woonplaats 2] , 2. [gedaagde 2], wonende te [woonplaats 3] , 3. [gedaagde 3], wonende te [woonplaats 2] , gedaagden, advocaat: mr. J.G.M. Roijers te Rotterdam. Partijen zullen hierna wederom respectievelijk [eiser] , [gedaagde 1] , [gedaagde 2] en [gedaagde 3] genoemd worden. [gedaagde 1] en [gedaagde 2] samen zullen ook als [gedaagde 1] c.s. worden aangeduid. 1Het verdere verloop van de procedure 1.1. De rechtbank heeft op 19 oktober 2022 een (in de hoofdzaak tweede) tussenvonnis gewezen. Voor het verloop van de procedure tot die datum wordt naar dat vonnis verwezen. Daarna zijn de volgende stukken gewisseld: verzoek van 8 december 2022 van de voormalige advocaat van [eiser] om de op 31 januari 2023 bepaalde nadere mondelinge behandeling op een andere datum vast te stellen wegens verblijf van de advocaat in het buitenland; het bezwaar van de advocaat van [gedaagde 1] c.s. van 8 december 2012 tegen dat verzoek; het e-mailbericht van de griffier van de rechtbank van 9 december 2022 aan partijen dat het verzoek tot uitstel van de mondelinge behandeling wordt afgewezen; de op 2 januari 2023 ingediende akte overlegging producties van [gedaagde 1] c.s., met producties 35 en 36; verzoek van de voormalige advocaat van [eiser] van 5 januari 2023 om de zitting van 31 januari 2023 tot nader order aan te houden wegens persoonlijke omstandigheden van [eiser] ; de reactie van de advocaat van [gedaagde 1] c.s. van 6 januari 2023 houdende bezwaar tegen het aanhoudingsverzoek; het e-mailbericht van de rechtbank aan partijen van 12 januari 2023 dat het verzoek tot aanhouding van de mondelinge behandeling van 31 januari 2023 niet wordt gehonoreerd; de e-mail van de voormalige advocaat van [eiser] van 13 januari 2023 waarin nogmaals om aanhouding van de zitting wordt verzocht; de reactie bij e-mail van 13 januari 2023 van de advocaat van [gedaagde 1] c.s. om het herhaalde aanhoudingsverzoek van [eiser] niet te honoreren; het e-mailbericht van de rechtbank aan partijen van 16 januari 2023, waarin is bepaald dat zoals eerder al aan partijen was meegedeeld, de zitting van 31 januari 2023 in beginsel zal doorgaan; het e-mailbericht met een addendum van de voormalige advocaat van [eiser] van 16 januari 2023; het e-mailbericht van de rechtbank aan partijen van 23 januari 2023; het B2-formulier van 26 januari 2023 van de zijde van [eiser] , waarin de voormalige advocaat van [eiser] zich als advocaat onttrekt en wordt meegedeeld dat de huidige opvolgend advocaat van [eiser] hierover is geïnformeerd en op de gevolgen van de onttrekking is gewezen; het proces-verbaal van de mondelinge behandeling van 31 januari 2023 met bijlage; de op 1 maart 2023 ingediende akte van [eiser] . 1.2. Aan het slot van de zitting van 31 januari 2023 is bepaald dat [eiser] gelet op de onttrekking door zijn toenmalige advocaat in de gelegenheid zal worden gesteld een nieuwe advocaat te stellen waarbij deze zich alsdan tegelijkertijd uit kan laten over de laatstelijk ingediende akte van [gedaagde 1] c.s. en hetgeen op de onderhavige mondelinge behandeling blijkens het proces-verbaal daarvan nader door hen daarop is toegelicht. Vervolgens is de akte door [eiser] op 1 maart 2023 genomen, waarna vonnis is bepaald. 2Verdere beoordeling 2.1. De rechtbank blijft bij hetgeen is overwogen in de tussenvonnissen van 1 juni 2022 en 19 oktober 2022. 2.2. Bij het tussenvonnis van 19 oktober 2022 heeft de rechtbank [gedaagde 1] c.s. in de gelegenheid gesteld om op een nog te bepalen mondelinge behandeling een nadere toelichting te geven op, kort gezegd, de besteding door Securix LLC van de in haar geïnvesteerde gelden, meer in het bijzonder van het door [eiser] in die vennootschap geïnvesteerde bedrag van € 250.000,=. 2.3. De rechtbank heeft daarbij overwogen, kort samengevat, dat [eiser] er (jegens [gedaagde 1] c.s.) aanspraak op mag maken dat het door hem geïnvesteerde geldbedrag niet aan andere doelen is besteed dan waarvan redelijkerwijs kan worden aangenomen dat deze dienden voor de exploitatie van de onderneming van Securix LLC. 2.4. [gedaagde 1] c.s. hebben voor de mondelinge behandeling van 31 januari 2023 een akte met een nadere toelichting op een aantal posten in de kolommenbalans in het geding gebracht en bij gelegenheid van die mondelinge behandeling een nadere toelichting gegeven op een aantal belangrijke uitgaven van Securix LLC, zoals deze blijken uit de concept winst- en verliesrekening over 2018/2019 die is opgenomen als onderdeel van productie 25 bij akte overlegging producties van 30 maart 2022 van [gedaagde 1] c.s. 2.5. Naar het oordeel van de rechtbank hebben [gedaagde 1] c.s. met de door hen overgelegde stukken en de daarop door hen gegeven toelichting voldoende duidelijk gemaakt waaraan de in Securix LLC geïnvesteerde gelden zijn uitgegeven en dat deze uitgaven hoofdzakelijk een zakelijk doel hebben gediend. 2.6. Onder meer hebben zij dat gedaan door inzicht te geven in de op de winst- en verliesrekening (zie hiervoor onder 2.3) voorkomende uitgavenposten, die terug te voeren zijn op de posten van de door hen overgelegde kolommenbalans. [gedaagde 1] c.s. hebben een gedetailleerd overzicht verstrekt van de samenstelling en opbouw van de diverse posten van de kolommenbalans (productie 29 bij akte van 29 juni 2022) en een uitleg gegeven van wat onder deze posten moet worden verstaan. Ook hebben zij dit overzicht onderbouwd met onderliggende stukken, waaruit duidelijk wordt hoe de diverse betalingen hebben plaatsgevonden (namelijk door middel van cryptovaluta, via de creditcards van [gedaagde 1] c.s. en door middel van rechtstreekse betalingen van de bankrekening van Securix LLC). 2.7. Uit de door [gedaagde 1] c.s. overgelegde stukken en daarop gegeven toelichting volgt dat een groot deel van de uitgaven van Securix LLC heeft plaatsgevonden door betalingen in cryptovaluta, zoals is uiteengezet in de akte van 29 juni 2022 onder 4 en 5 . Aldaar wordt vermeld en is gespecificeerd dat met een bedrag van € 106.550,= via Kraken Payward Ltd een bedrag van 558 Ethereum is aangekocht. Met dit bedrag aan cryptogeld heeft Securix LLC betalingen gedaan aan diverse derden, zoals vermeld in de onder 2 van die akte uitgesplitste posten van de kolommenbalans. Onbetwist is dat het volledige bedrag aan Ethereum aan deze derden is uitgegeven. Al de uitgaven zijn onderbouwd met facturen. Op geen enkele wijze heeft [eiser] aangetoond of aannemelijk gemaakt dat [gedaagde 1] c.s. van deze uitgaven persoonlijk hebben geprofiteerd of dat die uitgaven evident ondoelmatig zouden zijn geweest. 2.8. [gedaagde 1] c.s. hebben voorts gespecificeerd dat en welke bedragen zij door gebruikmaking van hun creditcards namens Securix LLC hebben voldaan. [gedaagde 1] c.s. hebben een volledige set afschriften verstrekt van hun bankrekeningen waarop de diverse creditcarduitgaven zichtbaar zijn gemaakt. Ook hebben zij bij hun akte van 29 juni 2022 als productie 31 de claimsheets van hen beiden in het geding gebracht, waarbij zij een volledig overzicht hebben verstrekt van de geldbedragen die zij met hun creditcards hebben voldaan en hebben opgegeven wanneer en waaraan welke geldbedragen zijn besteed, waarbij deze gegevens kunnen worden geverifieerd aan de hand van de door [gedaagde 1] c.s. daarbij gevoegde bankafschriften. 2.9. De rechtbank is van oordeel dat het op de weg van [eiser] had gelegen om uiteen te zetten en te onderbouwen dat en waarom [gedaagde 1] c.s. door het doen van deze creditcardbestedingen als bestuurders van Securix LLC persoonlijk ernstig verwijtbaar onzorgvuldig hebben gehandeld. [eiser] heeft in zijn akte onder 34 over de betalingen per creditcard slechts opgemerkt dat [gedaagde 1] c.s. hebben nagelaten hun stelling dat zij aldus zakelijke kosten van Securix LLC hebben voorgefinancierd met facturen te onderbouwen en dat de stelling van [gedaagde 1] c.s. daarom door [eiser] wordt betwist. De rechtbank is echter van oordeel dat [gedaagde 1] c.s. aan de verzwaarde motiveringsplicht van hun verweer hebben voldaan door de genoemde gegevens in het geding te brengen. Aan de [eiser] zijn aldus voldoende feitelijke gegevens verstrekt op basis waarvan hij geconcretiseerd had kunnen stellen welke uitgaven ten onrechte als zakelijke kosten zijn opgevoerd. Met de algemene betwisting van de zakelijkheid van de door [gedaagde 1] c.s. verantwoorde uitgaven, kon [eiser] met andere woorden niet volstaan. De rechtbank gaat er daarom van uit dat de creditcardbetalingen zijn gedaan met een zakelijk doel, namelijk om te komen tot de oprichting van een onderneming die bitcoins zou uitgeven. 2.10. In totaal heeft Securix LLC, zoals blijkt uit de onder 1 van productie 29 opgenomen kolommenbalans, een bedrag van € 333.934,25 uitgegeven. Van die uitgaven zijn mede een aantal posten betaald rechtstreeks van de bankrekening van Securix LLC aan derde partijen. Dat gaat om de posten “Legal and tax advice” tot een bedrag dat betaalbaar is gesteld aan DTS (Duijn’s Tax Solutions) van (€ 5.922,50 + € 20.511,25
AI-uitleg op basis van de officiële wettekst. Indicatief, vervangt geen juridisch advies.