RECHTBANK ROTTERDAM locatie Rotterdam zaaknummer: 10237652 \ CV EXPL 22-37727 datum uitspraak: 21 april 2023 Vonnis van de kantonrechter in de zaak van [eiser01] , woonplaats: [woonplaats01] , eiser, gemachtigde: mr. M.Y. van Oel, tegen Stichting Havensteder , vestigingsplaats: Rotterdam, gedaagde, gemachtigde: mr. P.J. Remmelts. De partijen worden hierna ‘ [eiser01] ’ en ‘Havensteder’ genoemd. 1 De procedure 1.1. Het dossier bestaat uit de volgende processtukken: de dagvaarding van 14 oktober 2022, met bijlagen; het antwoord; het e-mailbericht van 15 maart 2023 van de zijde van [eiser01] , met bijlage; de akte houdende vermeerdering van eis van de zijde van [eiser01] ; de ter zitting aan de zijde van [eiser01] overgelegde productie. 1.2. Op 20 maart 2023 is de zaak tijdens een mondelinge behandeling besproken. Daarbij waren van de zijde van [eiser01] aanwezig: [eiser01] in persoon, bijgestaan door zijn gemachtigde. Van de zijde van Havensteder waren aanwezig: mevrouw [naam01] en de heer [naam02] (beiden onderhoudsinspecteur), bijgestaan door genoemde gemachtigde. 2 De feiten 2.1. Tussen [eiser01] als huurder en Havensteder als verhuurder bestaat sinds 16 juni 2014 een huurovereenkomst met betrekking tot de woning aan de [adres01] in Rotterdam (hierna: het gehuurde). 2.2. [eiser01] heeft bij de huurcommissie een verzoek om een uitspraak over de afrekening van servicekosten ingediend. Op 17 januari 2022 heeft een zitting plaatsgevonden waarin dit verzoek is besproken. [eiser01] heeft tijdens deze zitting, voor zover in deze procedure van belang, het volgende verklaard: “(…) Korte samenvatting verklaring huurder: De woning is erg koud (…). Daarnaast heeft de woning gebreken, zo is er schimmel en tocht aanwezig en wordt de verouderde installatie niet vervangen. De woning is in slechte staat. Ik heb een verzoek gedaan voor dubbele beglazing. De gebreken hebben de hoge stookkosten mede veroorzaakt. (…)”. 2.3. Op 23 februari 2022 heeft de gemachtigde van [eiser01] Havensteder verzocht meerdere gebreken in het gehuurde te verhelpen. In deze brief staat, voor zover in deze procedure van belang, het volgende: “(…) Tocht Cliënt belt sinds 2 januari 2019 naar Havensteder in verband met de tocht die in zijn woning is ontstaan door achterstallig onderhoud. Tot op heden weigert Havensteder actie te ondernemen om de toch te verhelpen. Schimmelvorming Daarnaast heeft cliënt op 25 november 2019 melding gemaakt van schimmelvorming binnen de woning. Alhoewel op dat moment een medewerker van Mudde Bouw is langs geweest en de schimmel voor korte duur heeft verholpen, is er ongeveer drie weken na de melding wederom schimmel ontstaan. (…) Lekkage Op 16 maart 2020 heeft cliënt een melding gemaakt van lekkage. Tussen voorgenoemde datum en 6 december 2021 heeft cliënt wederom Havensteder regelmatig verzocht om de lekkage te verhelpen. Na regelmatig aandringen is op 13 december 2021 door Havensteder een monteur gestuurd om de lekkage te onderzoeken. Tot op heden is de lekkage echter niet verholpen. (…)”. 2.4. In de brief van 8 juli 2022 schrijft het Team Dagelijks Onderhoud van Havensteder [eiser01] , voor zover in deze procedure van belang, het volgende: “(…) Lekkage Voor de lekkage hebben wij op 4 mei 2022 een combinatie afspraak staan met verschillende aannemers. Via de firma Consolidated hebben wij de terugkoppeling ontvangen dat de werkzaamheden zijn afgerond en de lekkage is opgelost. Tocht Met betrekking tot de tochtklachten in de woning hebben wij de aannemer, de firma Muddebouw, opdracht gegeven om een inspectie uit te voeren. Daar heeft uw cliënt in het telefoongesprek met de aannemer aangegeven geen medewerking te verlenen in de inspectie van de tochtklachten. Uw cliënt geeft aan dat hij dubbel glas wil in de woning. (…). Het complex van uw cliënt staat voor 2023-2024 op de planning voor het duurzaamheidsprogramma. (…). Schimmel en vocht Voor de klachten van schimmel en vocht hebben wij een binnenklimaatonderzoek laten uitvoeren door de firma Strooming. Vanuit dit onderzoek is naar voren gekomen dat de koolstofdioxide (CO2) en de luchtvochtigheid voldoen aan de norm. In navolging van dit onderzoek hebben wij de firma Dolmans de opdracht verstrekt om de schimmel professioneel te laten verwijderen door heel de woning. Deze opdracht is op 5 juli 2022 uitgevoerd. Daarnaast hebben wij de firma Breijer de opdracht gegeven om de ventilatie na te zien en opnieuw in te regelen. (…).” 2.5. Op 7 juni 2022 is door de firma Strooming in het gehuurde een binnenmilieu onderzoek uitgevoerd. In een brief van 11 juli 2022 is [eiser01] van de resultaten van dit onderzoek op de hoogte gesteld. In deze brief schrijft het Team Dagelijks Onderhoud van Havensteder, voor zover in deze procedure van belang, het volgende: “(…) Visuele inspectie Er is een visuele inspectie middels warmtebeeldcamera verricht om zodoende eventuele koudebruggen, lekkages of vochtconcentraties in muren en/of plafonds op te sporen. Hiernaast zijn er door verschillende technieken de vochtgehaltes bepaald van uw muren en plafonds. De resultaten van dit onderzoek zijn: Er zijn geen bijzonderheden of afwijkingen geconstateerd. Wel zijn er zichtbaar oude vochtplekken door een oude lekkage, deze zijn inmiddels verholpen. Conclusie uitgevoerd onderzoek Tijdens de visuele inspectie is er schimmel waargenomen in de woning; Op het moment van onderzoek zijn er geen verhoogde vochtconcentraties gemeten in de woning; Uit de verschillende metingen kan geconcludeerd worden tijdens het onderzoek dat de koolstofdioxide (CO2) en de luchtvochtigheid voldoen aan de norm. De temperatuur is wat aan de hoge kant; Het ventilatiesysteem dient hoger afgesteld te worden. (…)”. 3 Het geschil 3.1. [eiser01] eist, na eisvermeerdering, samengevat: dat de verschuldigde huurprijs van het gehuurde van op dit moment € 713,00 per maand zal worden verminderd met een aan de vermindering van het huurgenot evenredig bedrag, zijnde € 285,20 per maand, ingaande op 17 januari 2022 tot aan de dag waarop die gebreken zijn verholpen; te verklaren voor recht dat Havensteder aansprakelijk is voor de schade die [eiser01] heeft geleden en in de toekomst zal lijden als gevolg van de gebreken in het gehuurde, deze schade nader op te maken bij staat; Havensteder te veroordelen in de proceskosten met rente; het vonnis uitvoerbaar bij voorraad te verklaren. 3.2. [eiser01] baseert de eis op het volgende. [eiser01] klaagt al sinds 2 januari 2019 bij Havensteder over achterstallig onderhoud. Deze klachten hebben betrekking op tocht, diverse lekkages en schimmelvorming. De gemachtigde van [eiser01] heeft Havensteder bij brief van 23 februari 2022 verzocht deze gebreken te verhelpen. Tot op heden is dat echter niet (volledig) gebeurd. Daarnaast is sprake van slechte isolatie van het gehuurde. [eiser01] ervaart hierdoor vermindering van zijn huurgenot. [eiser01] moet gecompenseerd worden voor het verminderde huurgenot. 3.3. Havensteder is het niet eens met de eis en voert het volgende aan. Dat sprake is van tocht in het gehuurde is allereerst niet gebleken. Bovendien blijkt uit de door [eiser01] overgelegde correspondentie niet dat hij een substantiële vermindering van het huurgenot ervaart als gevolg van de genoemde tochtklachten. Ten aanzien van de lekkages licht [eiser01] niet toe waarom dit zou moeten leiden tot een huurprijsvermindering. Bovendien is de bij Havensteder bekende lekkage inmiddels verholpen. Ten aanzien van de schimmel blijkt uit de door [eiser01] overgelegde foto’s dat de schimmel zich bevindt op één muur en één raamkozijn. De schimmel is van een dusdanig beperkte omvang dat deze niet leidt tot een substantiële vermindering van het huurgenot. Het feit dat het gehuurde niet goed is geïsoleerd en geen dubbel glas heeft kan, mede in aanmerking genomen dat het gaat om een woning uit een jaar 1965, niet leiden tot de conclusie dat sprake is van een gebrek. Bovendien is het gehuurde al ingepland voor renovatie. 4 De beoordeling 4.1. [eiser01] eist een vermindering van de huurprijs van 40% per maand tot het moment dat de gebreken door Havensteder zijn verholpen. Daaraan legt hij artikel 7:207 van het Burgerlijk Wetboek (BW) ten grondslag. Juridisch kader 4.2. Wanneer sprake is van een vermindering van het huurgenot als gevolg van een gebrek kan de huurder op grond van artikel 7:207 BW een daaraan evenredige vermindering van de huurprijs vorderen vanaf de dag waarop hij van het gebrek behoorlijk heeft kennis gegeven aan de verhuurder of waarop het gebrek reeds in voldoende mate bekend was bij de verhuurder om tot maatregelen over te gaan, tot die waarop het gebrek is verholpen. 4.3. Allereerst zal beoordeeld moeten worden of sprake is van één of meerdere gebreken in het gehuurde. Artikel 7:204 lid 2 BW bepaalt dat een gebrek een staat of eigenschap van de zaak of een andere niet aan de huurder toe te rekenen omstandigheid is, waardoor de zaak aan de huurder niet het genot kan verschaffen dat een huurder bij het aangaan van de overeenkomst mag verwachten van een goed onderhouden zaak van de soort als waarop de overeenkomst betrekking heeft. 4.4. Het recht op huurprijsvermindering bestaat vervolgens als sprake is van een gebrek dat leidt tot genotsvermindering. Uit de wetsgeschiedenis volgt dat alleen een substantiële aantasting van het huurgenot aanleiding is tot huurprijsvermindering. In deze procedure is in geschil of sprake is van een gebrek, en zo ja, of dit gebrek aanleiding is tot huurprijsvermindering. Is sprake van een gebrek, en zo ja, moet een huurprijsvermindering worden toegepast? 4.5. [eiser01] heeft in de dagvaarding vier gebreken of tekortkomingen gesteld, als gevolg waarvan een huurprijsvermindering moet worden toegepast. Deze gebreken zijn (
AI-uitleg op basis van de officiële wettekst. Indicatief, vervangt geen juridisch advies.