RECHTBANK ROTTERDAM Familie- en Jeugdrecht Meervoudige kamer Zaaknummers: C/10/652761 / JE RK 23-352 en C/10/645288 / FA RK 22-6791 Datum uitspraak: 28 april 2023 Beschikking van de meervoudige kamer over de gezagsbeëindiging van de vader in de zaken van het Landelijk Hoog Risico en Expertise Team van de Raad voor de Kinderbescherming , gevestigd te Den Haag, hierna te noemen: de Raad, en [naam01] , hierna te noemen: de moeder, wonende op een bij de rechtbank bekend adres, advocaat: mr. A.C. van Seventer, kantoorhoudende te Rotterdam, betreffende [naam kind01] , geboren op [geboortedatum01] 2017 te [geboorteplaats01] , hierna te noemen: [naam kind01] . De rechtbank merkt als belanghebbenden aan: [naam02] , hierna te noemen: de vader, verblijvende te [plaats01] , advocaat: mr. A.J.C. van Bemmel, kantoorhoudende te Rotterdam, het Landelijk Expertise Team Jeugdbescherming, gevestigd te Utrecht, hierna te noemen: het LET-JB, namens de gecertificeerde instelling Jeugdbescherming Rotterdam Rijnmond , gevestigd te Rotterdam, hierna te noemen: de GI, mr. [naam03] en mr. [naam04] , hierna te noemen: de bijzondere curatoren, beiden kantoorhoudende te [plaats02] . De rechtbank merkt de moeder aan als belanghebbende voor zover het niet haar eigen verzoekschrift betreft. De HRT heeft namens de Raad een adviserende taak voor zover het niet zijn eigen verzoekschrift betreft. Het procesverloop Het verloop van de procedure blijkt uit: het verzoekschrift met bijlagen van de moeder van 27 september 2022, ingekomen bij de griffie op 28 september 2022; het verzoekschrift met bijlagen van de Raad van 10 februari 2023, ingekomen bij de griffie op diezelfde datum; het verweerschrift tevens zelfstandig verzoek met bijlagen van de vader van 28 maart 2023, ingekomen bij de griffie op diezelfde datum. Op 31 maart 2023 heeft de meervoudige kamer van de rechtbank de zaak tijdens de zitting met gesloten deuren behandeld. Verschenen zijn: de moeder, bijgestaan door haar advocaat; de vader, bijgestaan door zijn advocaat; een tweetal vertegenwoordigsters van de Raad, mw. [naam05] en mw. [naam06] ; een tweetal vertegenwoordigsters van het LET JB, mw. [naam07] en mw. [naam08] ; de bijzondere curator, mr. [naam03] . De bijzondere curator mr. [naam04] is, hoewel daartoe behoorlijk opgeroepen, niet ter zitting verschenen. De feiten Het ouderlijk gezag over [naam kind01] wordt uitgeoefend door de ouders. Bij beschikking van 5 oktober 2021 is [naam kind01] onder toezicht gesteld tot 5 oktober 2022. Deze maatregel is bij beschikking van 4 oktober 2022 verlengd tot 5 oktober 2023. Bij beschikking van 4 oktober 2022 zijn mrs. [naam03] en [naam04] herbenoemd tot bijzondere curatoren tot 5 oktober 2023. De verzoeken C/10/652761 / JE RK 23-352 De Raad verzoekt op grond van artikel 1:266 van het Burgerlijk Wetboek (hierna: BW) het ouderlijk gezag van de vader over [naam kind01] te beëindigen, waarna alleen de moeder met het ouderlijk gezag zal zijn belast. C/10/645288 / FA RK 22-6791: De moeder verzoekt op grond van artikel 1:251a BW het gezamenlijk gezag te beëindigen en te bepalen dat het gezag over [naam kind01] alleen aan haar toekomt. Zelfstandig verzoek van de vader ex artikel 1:377b BW In het verweerschrift van 28 maart 2023 heeft de vader verzocht om, indien zijn gezag over [naam kind01] wordt beëindigd, een informatieregeling vast te stellen die inhoudt dat hij van de moeder eens per veertien dagen schriftelijke inhoudelijke informatie krijgt over de gewichtige aangelegenheden met betrekking tot de persoon van [naam kind01] . De standpunten De Raad heeft – kort en zakelijk weergegeven – het volgende naar voren gebracht. Het gezag van de vader moet worden beëindigd, omdat er sprake is van misbruik van het gezag. De vader heeft in strijd met de belangen van [naam kind01] gehandeld door haar in het verleden meerdere keren in onveiligheid te brengen. Op 11 maart 2022 heeft een ernstig geweldsincident plaatsgevonden, waarbij de moeder letsel heeft opgelopen. Uit informatie van de politie en het openbaar ministerie blijkt voldoende dat de vader hierbij in grote mate betrokken was. De vader wordt verdacht van poging tot moord doordat hij de moeder in haar eigen woning door het hoofd zou hebben geschoten. Hij bevindt zich sinds 12 maart 2022 in voorlopige hechtenis. Hoewel de vader nog niet is veroordeeld voor het geweldsincident, kan – vanuit kinderbeschermingsperspectief – de uitkomst van de strafprocedure niet worden afgewacht. De vader heeft door zijn betrokkenheid bij het incident zijn ouderrol en zijn relatie met [naam kind01] ernstig beschadigd. [naam kind01] is een zeer jong meisje dat duidelijkheid behoeft over de positie van de vader in haar leven. Het is belangrijk dat [naam kind01] verder kan met haar herstel en dat de moeder, die de aanslag heeft overleefd, zelfstandig beslissingen over [naam kind01] kan nemen. De ouders zijn niet in staat om gezamenlijk het gezag uit te oefenen, ook niet als de vader wordt vrijgesproken. Bij een eventuele vrijspraak zal [naam kind01] namelijk opnieuw worden belast met spanningen tussen de ouders. Er is nog steeds sprake van boosheid van de vader richting de moeder. Van de moeder kan niet meer worden verwacht dat zij in alle redelijkheid en ontspannenheid kan overleggen met de vader over beslissingen die genomen moeten worden. Ten aanzien van het zelfstandige verzoek van de vader heeft de Raad zich op het standpunt gesteld dat de vader geïnformeerd moet blijven worden over de ontwikkeling van [naam kind01] . Binnen de lopende ondertoezichtstelling moet er een instantie worden aangewezen die de informatiewisseling op langere termijn kan faciliteren en die bijhoudt of er mogelijkheden zijn voor contactherstel tussen [naam kind01] en de vader. Het LET JB heeft de verzoeken van de Raad en de moeder ondersteund en heeft – kort en zakelijk weergegeven – het volgende naar voren gebracht. Van de moeder kan niet worden verwacht dat zij met de vader overlegt over beslissingen die genomen moeten worden. [naam kind01] is getuige geweest van het incident en heeft een lang traject aan traumabehandeling gehad. Op dit moment wil [naam kind01] geen contact met de vader. Ten aanzien van het zelfstandige verzoek van de vader heeft het LET JB naar voren gebracht dat de vader nu één keer per maand wordt geïnformeerd over de emotionele ontwikkeling, de schoolgang en de vrijetijdsbesteding van [naam kind01] . Een regeling van één keer in de twee weken, zoals de vader verzoekt, zou zeker te belastend zijn voor de moeder, omdat zij dan steeds informatie over [naam kind01] moet aandragen. Kwaliteit is hierbij belangrijker dan kwantiteit. Bij een minder frequente regeling zal er meer en uitgebreider informatie zijn en wordt de moeder minder belast. Door en namens de moeder is – kort en zakelijk weergegeven – het volgende naar voren gebracht. Het gezag van de vader moet worden beëindigd. Er is een hele voorgeschiedenis aan huiselijk geweld en contact- en huisverboden. De vader verblijft naar aanleiding van het geweldsincident van 11 maart 2022 al ruim een jaar in detentie. De vader heeft in het afgelopen jaar dus geen bijdrage kunnen leveren aan de verzorging en opvoeding van [naam kind01] . De verwachting is niet dat dit zal veranderen binnen een voor [naam kind01] aanvaardbare termijn. Er is geen zicht op vrijlating. De moeder heeft bij de rechter-commissaris de vader als dader aangewezen. Van de moeder mag niet worden verwacht dat zij met de vader in contact gaat treden en gaat overleggen over de verzorging en opvoeding van [naam kind01] . Er is sprake van een zeer verstoorde relatie tussen de ouders. Dat zal niet veranderen wanneer de vader wordt vrijgesproken. De veiligheidsaspecten moeten hierbij in acht worden genomen. De moeder is bang voor de vader en wantrouwt de vader. De vader ontkent dat hij de dader is en hij noemt de moeder ter zitting manipulatief. Zijn houding ter zitting benadrukt dat hij niet beseft wat de impact is geweest van het incident. Bij een vrijspraak zal de angst bij de moeder alleen maar toenemen. De moeder vreest dat de vader dan opnieuw zal proberen haar te vermoorden. Het uitoefenen van het gezamenlijk gezag kan leiden tot kennis over de verblijfplaats van de moeder en [naam kind01] , via school of de buitenschoolse opvang. Gezag zou voor de vader een manier zijn om controle uit te (blijven) oefenen op de moeder en [naam kind01] . Dat brengt hun veiligheid ernstig in gevaar. Door en namens de vader is – kort en zakelijk weergegeven – het volgende naar voren gebracht. De uitkomst van de strafprocedure moet worden afgewacht, alvorens het gezag van de vader wordt beëindigd. Vóór 11 maart 2022 is een gezagsbeëindiging van de vader immers nooit in beeld geweest. In het kader van de ondertoezichtstelling is er altijd ingezet op verbetering van de relatie en communicatie tussen de ouders. De onveiligheid in de opvoedsituatie is niet alleen te wijten aan de vader. Dat de vader op dit moment feitelijk niet in staat is om een bijdrage te leveren aan de verzorging en opvoeding van [naam kind01] is geen argument om zijn gezag te beëindigen. Er is geen urgentie om het gezag over [naam kind01] te wijzigen. De vader heeft namelijk voor alles zijn toestemming gegeven en geen bezwaren aangetekend. Daarnaast geeft de vader de moeder de ruimte wat betreft de geheimhouding van haar adres. Het verduidelijken van de positie van de vader door zijn gezag te beëindigen, is enkel een formeel en juridisch aspect, maar niet van toegevoegde waarde voor [naam kind01] . Er moet een perspectief komen dat de vader op enig moment een zodanige rol in het leven van [naam kind01] mag invullen, zodat zij weet dat er een vader is die van haar houdt. Als het gezag van de vader wordt beëindigd en er is op termijn geen ondertoezichtstelling meer, dan is er geen derde partij meer betrokken. De moeder is dan de enige partij aan wie de vader iets kan vragen over [naam kind01] . De betrokkenheid van een derde partij is nuttig om de communicatie tussen de ouders te verzorgen en om de vader te herintroduceren in het leven van [naam kind01] . Indien het gezag van de vader wordt beëindigd dan verzoekt de vader een informatieregeling vast te stellen van één keer per twee weken. De bijzondere curator heeft zich gerefereerd aan het oordeel van de rechtbank. Zij begrijpt dat het moeilijk is om opvoedbeslissingen te nemen wanneer de vader in detentie zit. Het is wel belangrijk dat de vader zoveel mogelijk geïnformeerd blijft worden. Als dat te belastend is voor de moeder, dan moet worden bezien of een schoolmaatschappelijk werker of een hulpverlener van Enver een verslag kan opstellen. Ook moet er aandacht blijven voor eventueel contactherstel op termijn. De beoordeling Ten aanzien van de gezagsbeëindiging Op grond van artikel 1:266, eerste lid, van het Burgerlijk Wetboek (BW) kan de rechtbank het gezag van een ouder beëindigen, indien: a. een minderjarige zodanig opgroeit dat hij in zijn ontwikkeling ernstig wordt bedreigd, en de ouder niet in staat is de verantwoordelijkheid voor de verzorging en opvoeding, bedoeld in artikel 1:247, tweede lid, BW te dragen binnen een voor de persoon en de ontwikkeling van de minderjarige aanvaardbaar te achten termijn, of b. de ouder het gezag misbruikt. Beëindiging van het ouderlijk gezag is een maatregel die ingrijpt in het gezinsleven van zowel de ouder waarvan het gezag wordt beëindigd als de minderjarige waarover het gezag wordt uitgeoefend. Daarbij is van belang dat artikel 8 van het Europees Verdrag voor de Rechten van de Mens (EVRM) onder meer eist dat de belangen van het kind en die van de ouder tegen elkaar worden afgewogen. Ten aanzien van het belang van het kind volgt uit het bepaalde in de artikelen 3 en 20 van het Internationaal Verdrag inzake de Rechten van het Kind (IVRK) dat de belangen van het kind voorop staan bij het nemen van een beslissing tot het beëindigen van ouderlijk gezag. In dit geval is sprake van gezamenlijk gezag van de ouders en wordt beëindiging van gezag van de vader ook via een andere weg verzocht, namelijk door de gezaghebbende moeder bij wie [naam kind01] woont, op grond van artikel 1:253n BW. Met verwijzing naar de uitspraak van het gerechtshof Den Haag van 23 november 2022 (ECLI:NL:GHDHA:2022:2383) overweegt de rechtbank dat niet is uitgesloten dat beëindiging van het gezag van één ouder op voet van artikel 1:266 BW ook gerechtvaardigd kan zijn wanneer het gezamenlijk gezag, dan wel de uitvoering daarvan, zodanige belastende conflicten of problemen oplevert voor het kind dat deze, op zichzelf of in combinatie met andere omstandigheden, een ernstige bedreiging opleveren voor diens ontwikkeling. Indien daarbij de handelwijze van één van de ouders dermate belastend is voor het kind en in strijd met hetgeen van een verantwoord opvoeder mag worden verwacht, dat daarvoor het kind een onveilige of beschadigende opvoedsituatie ontstaat en waarbij niet binnen een voor de persoon en de ontwikkeling van het kind aanvaardbaar te achten termijn voldoende verbetering valt te verwachten, kan onder deze omstandigheden ook aan de voorwaarde(
AI-uitleg op basis van de officiële wettekst. Indicatief, vervangt geen juridisch advies.