Rechtbank Rotterdam Team straf 2 Parketnummer: 10/298963-21 Datum uitspraak: 7 juni 2023 Tegenspraak Vonnis van de rechtbank Rotterdam, meervoudige kamer voor strafzaken, in de zaak tegen de verdachte: [verdachte01] , geboren op [geboortedatum01] 1993 te [geboorteplaats01] , ingeschreven in de basisregistratie personen op het adres: [adres01] te ( [postcode01] ) [plaats01] , raadsman mr. E. Stam, advocaat te Amsterdam. 1 Onderzoek op de terechtzitting Gelet is op het onderzoek op de terechtzitting van 11, 13 en 17 april 2023. 2 Tenlastelegging Aan de verdachte is ten laste gelegd hetgeen is vermeld in de dagvaarding, zoals deze op de terechtzitting van 11 april 2023 overeenkomstig de vordering van de officier van justitie is gewijzigd. De tekst van de gewijzigde tenlastelegging is als bijlage I aan dit vonnis gehecht. 3 Eis officieren van justitie De officier van justitie heeft gevorderd: bewezenverklaring van het onder 1, 2 en 3 ten laste gelegde; veroordeling van de verdachte tot een gevangenisstraf voor de duur van vijf jaren, met aftrek van voorarrest en met bevel tot gevangenneming van de verdachte bij einduitspraak in eerste aanleg. 4 Waardering van het bewijs 4.1. Vrijspraak 4.1.1. Standpunt officier van justitie De officier van justitie is van oordeel dat het voorhanden hebben van een vuurwapen in vereniging bewezen kan worden verklaard. 4.1.2. Beoordeling Anders dan de officier van justitie is de rechtbank van oordeel dat het wettig en overtuigend bewijs ontbreekt dat de verdachte of een medeverdachte op 30 september 2021te Bleiswijk een vuurwapen voorhanden heeft gehad. De verdachte heeft geen inhoudelijke verklaring over de feiten willen afleggen en de verklaringen van de overige verdachten lopen sterk uiteen. De niet bij het conflict betrokken getuigen maken geen van allen melding van het voorhanden hebben van vuurwapens. Uit het enkele aantreffen van patronen op de plaats delict kan het voorhanden hebben van een vuurwapen door de verdachte niet zonder meer worden afgeleid. 4.1.3. Conclusie Het onder 3 ten laste gelegde is niet wettig en overtuigend bewezen. De verdachte wordt daarvan vrijgesproken. 4.2. Bewijswaardering 4.2.1. Standpunt verdediging De verdediging heeft zich op het standpunt gesteld dat de verdachte voor de feiten 1 en 2 dient te worden vrijgesproken wegens gebrek aan wettig en overtuigend bewijs. De verdachte was niet aanwezig bij en tijdens de aan hem tenlastegelegde feiten. Hij verklaarde in een éénmalige verklaring op 26 november 2021 tegenover de politie dat hij op donderdagochtend 30 september 2021 thuis was in [plaats01] en werd gebeld door zijn vriend [vriend01] . Het tijdstip wist hij niet meer. Deze vroeg hem naar een locatie in Bleiswijk te komen. Hij was nog nooit in Bleiswijk geweest en kon zich de locatie ook niet meer herinneren. Na ongeveer een kwartiertje wachten kwam er een donkere personenauto aan die bij hem stopte. Hij stapte in op de bijrijdersstoel en zag [voornaam slachtoffer01] bebloed op de achterbank liggen. Hij kreeg de opdracht om een ambulance te bellen, wat hij vervolgens heeft gedaan. De auto was inmiddels verder gereden en hij heeft de straat doorgegeven waar ze stopten. Daar heeft hij [voornaam slachtoffer01] uit de auto getild en is [voornaam slachtoffer01] gaan reanimeren. De auto is, met daarin alleen de bestuurder, weggereden. 4.2.2. Beoordeling Naar het oordeel van de rechtbank is er voldoende wettig en overtuigend bewijs dat de verdachte de onder 1 en 2 ten laste gelegde feiten heeft begaan. Hiertoe verwijst zij naar de inhoud van de wettige bewijsmiddelen, zoals vermeld in bijlage II. Daarnaast overweegt de rechtbank het navolgende. De rechtbank stelt op basis van het dossier vast en daarover bestaat ook geen verschil van inzicht, dat er op 30 september 2021 op de [straatnaam01] te Bleiswijk sprake is geweest van een gewelddadige confrontatie tussen [medeverdachte01] enerzijds en [slachtoffer01] en twee mededaders anderzijds. De confrontatie heeft geresulteerd in een steekincident, ten gevolge waarvan [slachtoffer01] is overleden. Betrokkenheid [verdachte01] De vraag staat centraal of de verdachte tijdens voormelde confrontatie aanwezig is geweest, zoals door de officier van justitie is gesteld en de aan hem verweten strafbare feiten heeft medegepleegd. Anders dan de verdachte zelf tegenover de politie heeft verklaard, acht de rechtbank de betrokkenheid van de verdachte bij de ten laste gelegde feiten wettig en overtuigend bewezen. Zij baseert zich daarbij op het volgende. Medeverdachte [medeverdachte02] heeft verklaard dat hij met zijn broer [voornaam slachtoffer01] en nog een derde persoon op 30 september 2021 ter plaatse is geweest aan de [straatnaam01] te Bleiswijk om de bij het huis van [medeverdachte01] aldaar geparkeerd staande bestelbus te stelen en dat er toen voormelde gewelddadige confrontatie heeft plaatsgevonden. De telefoon van [slachtoffer01] is onderzocht. Hieruit is gebleken dat dit toestel op 30 september 2021 meermalen en wel kort voor de confrontatie aan de [straatnaam01] contact heeft gehad met het toestel van [voornaam slachtoffer01] broer [medeverdachte02] en dat er toen werd gesproken over ‘de Bolle’ en elkaar ontmoeten. Uit de contacten en de overige informatie in het dossier kan worden geconcludeerd dat het de broers [achternaam01] waren die op 29 september 2021, de dag voor het incident, via deze toestellen met elkaar spreken over ‘een tas’, ‘het deze week afhandelen’ en dat ze ‘in de bus moeten kijken.’. Uit het onderzoek is gebleken dat op 30 september 2021 de locaties van de telefoon van de verdachte overeen komen met de locaties waar de zwarte Seat Leon zich die ochtend heeft bevonden. Deze locaties waren vlakbij de woning aan de [straatnaam01] in Bleiswijk. Uit de Flitsmeistergegevens - afkomstig uit de onder verdachte in beslag genomen telefoon- en camerabeelden waarop een zwarte Seat Leon te zien is, volgt dat deze auto en ook de telefoon van de verdachte in de omgeving (om de hoek 100 meter) van de [straatnaam01] is geregistreerd om 9.47 uur. Daarbij is van belang op te merken dat deze registraties (de Flitsmeister en de Seat Leon) dateren van vóór het tijdstip van het steekincident. Daarmee staat voor de rechtbank vast dat de verdachte niet pas bij [slachtoffer01] is gearriveerd ná het steekincident ten behoeve van hulpverlening aan laatstgenoemde. Op de telefoon van de verdachte zelf - zo bleek uit het onderzoek - bevond zich een tracker-app, waarmee hij toegang had tot de gegevens van het baken dat zich onder de weg te nemen bestelbus aan de [straatnaam01] te Bleiswijk bevond. Uit het onderzoek is gebleken dat de verdachte van deze tracker-app in ieder geval op 22 oktober 2021 tijdens diens verblijf in Turkije gebruik heeft gemaakt. Doel van de verdachten Op grond van de moeite die de verdachten zich hebben getroost, te weten (voor)observatie, het voorafgaande (afstemmende) berichtenverkeer tussen de verdachten, het aangetroffen baken onder de bestelbus dat met de app op de telefoon van verdachte gevolgd kon worden en het afplakken van het kenteken van de vluchtauto Seat Leon, acht de rechtbank aannemelijk dat de verdachte en zijn medeverdachten niet enkel de intentie hadden om een bestelbus te stelen. Er is sprake geweest van een systematische, goed georganiseerde operatie waarvan het onwaarschijnlijk is dat die ‘louter’ voor de diefstal van een bestelbus met een beperkte geldswaarde zou zijn opgezet. In dat verband komt ook belangrijke betekenis toe aan de vaststelling dat de ‘groep [naam groep01] ’ meteen ter plaatse arriveert aan de [straatnaam01] , nadat ook de bestelbus (waarvan is gebleken dat deze beschikte over een verborgen ruimte) daar is gearriveerd. Uit het dossier volgt dat met de bestelbus direct voorafgaand aan het incident harddrugs zijn afgeleverd op het adres aan de [straatnaam01] te Bleiswijk. De rechtbank stelt op basis van het dossier vast dat die harddrugs in de woning aan de [straatnaam01] aanwezig waren op het moment van confrontatie tussen de groep [naam groep01] en de verdachte [medeverdachte01] . Dergelijke hoeveelheden drugs vertegenwoordigen een aanzienlijke geldswaarde, waarvan aannemelijk is dat men zich daarvoor de beschreven moeite getroost in een poging die drugs te kunnen bemachtigen. Dat kan ook verklaren waarom het tot een dergelijke gewelddadige confrontatie is gekomen. Deze confrontatie is geëscaleerd met een uiteindelijk dramatische afloop. Ook dit geeft aan dat er kennelijk iets op het spel stond, niet zijnde ‘enkel’ de diefstal van een bestelbus. De aanwezigheid van [slachtoffer01] in de keuken van de woning aan de [straatnaam01] staat evenmin in een logisch verband met de diefstal van een bus. Dit verband kan wel worden gevonden als de activiteiten van de groep [naam groep01] zich hebben verplaatst van de bus naar de woning. Vast staat dat de drugs na het incident door [medeverdachte01] met behulp van een of meer anderen zijn weggebracht naar een andere locatie. De latere inbraak in de woning aan de [straatnaam01] kan de rechtbank ten slotte niet los zien van de aanwezigheid van de drugs in de woning en duidt er veeleer op dat men kennelijk nog gericht op zoek was naar iets dat zich (mogelijk nog) in die woning bevond. De handelingen en omstandigheden die hierboven zijn omschreven, zijn naar uiterlijke verschijningsvorm duidelijke indicaties dat het de groep [naam groep01] niet alleen te doen was om de bestelbus, maar dat men op zoek was naar een andere, grotere buit, te weten de harddrugs. De rechtbank wordt in die overtuiging gesterkt door het gegeven dat er door de verdachten geen of wisselende verklaringen, aangepast aan de kennis van het dossier, zijn afgelegd. De rechtbank stelt vast dat de verdachte aanwezig was in de directe omgeving van de [straatnaam01] te Bleiswijk en vrijwel direct na het steekincident in aanwezigheid van het gestoken slachtoffer om 10.27 u het alarmnummer 112 heeft gebeld. Daar is de verdachte door de politie aangetroffen. Vastgesteld kan voorts worden dat medeverdachte [medeverdachte02] op 30 september 2021 voor 09.47 u de zwarte Seat Leon met afgeplakte kentekenplaten heeft bestuurd naar de [straatnaam01] en dat de verdachte zich in deze auto heeft bevonden. De verdachte heeft één maal tegenover de politie een verklaring afgelegd. Hij is verder niet bereid geweest om in verhoor vragen te beantwoorden. Evenmin is hij ter zitting verschenen. Zijn verklaring geeft aanleiding tot vele onbeantwoord gebleven vragen en dient dan ook als ongeloofwaardig ter zijde geschoven te worden. Al deze omstandigheden, in onderling verband bezien, maken dat de rechtbank bewezen acht dat de verdachte zich in vereniging schuldig heeft gemaakt aan de onder 1 en 2 ten laste gelegde feiten. 4.2.3. Conclusie De rechtbank acht de feiten 1 en 2 wettig en overtuigend bewezen. 4.3. Bewezenverklaring In bijlage II heeft de rechtbank de inhoud van wettige bewijsmiddelen opgenomen, houdende voor de bewezenverklaring redengevende feiten en omstandigheden. Op grond daarvan, en op grond van de redengevende inhoud van het voorgaande, is wettig en overtuigend bewezen dat de verdachte het onder 1 en 2 ten laste gelegde heeft begaan op die wijze dat: 1 hij op 30 september 2021 te Bleiswijk, gemeente Lansingerland, tezamen en in vereniging met anderen, ter uitvoering van het door verdachte en zijn mededaders voorgenomen misdrijf om een bestelbus, met inhoud en/of de inhoud van voornoemde bestelbus welke stond geparkeerd in de nabije omgeving van de woning aan de [adres02] , in elk geval enig goed, dat/die geheel of ten dele aan een ander dan aan verdachte en zijn mededaders toebehoorde(
AI-uitleg op basis van de officiële wettekst. Indicatief, vervangt geen juridisch advies.